Toetsenstress: hoe ga je ermee om als ouder en hoe steun je je kind?

Het is weer zover: toetsen. Onze expert Karen Thijs geeft graag enkele aandachtspunten mee die kunnen helpen om deze periode wat vlotter door te komen.

Structuur en regelmaat

Kinderen hebben nood aan structuur en regelmaat. Probeer een rustige omgeving te creëren waarin je kind  aan zijn huiswerk kan werken.

Voor het ene kind is dit een prikkelarme plek op zijn kamer, voor een ander kind kan dit de keukentafel zijn waar je als ouder voldoende nabijheid kan bieden. Elke dag op hetzelfde uur starten zorgt voor rust en regelmaat. Natuurlijk moet je doen wat haalbaar is voor je eigen gezin.

Aanmoedigen

Toon interesse in wat je kind leert op school. Bekrachtig de inspanningen die je kind levert, leg hier meer nadruk op dan op resultaten die ze behalen op school. 

Voor kinderen van het eerste en tweede leerjaar kan het zijn dat je als ouder echt tijd vrij moet maken om beschikbaar te zijn en toezicht te houden bij het uitvoeren van het huiswerk of het oefenen van de toetsen.  Hierbij denk ik dan bijvoorbeeld aan het inoefenen van de maaltafels, woordjes leren schrijven of het luidop oefenen om te lezen. Hoe ouder je kind wordt, hoe meer je het kan loslaten en hen de vrijheid geven om zelf hun planning te maken en zich daaraan te houden.

Even checken

Je zou het soms wel willen, maar je kan het huiswerk van je kinderen niet in hun plaats maken. Het kan erg helpend en motiverend zijn om je kinderen te stimuleren om zichzelf te controleren en te evalueren. 

De volgende vragen kunnen hierbij helpen:

  • Heb je de taak goed uitgevoerd?
  • Heb je alle leerstof goed doorlopen?
  • Vond je het gemakkelijk of moeilijk? Vond je het leuk?
  • Heb je netjes en ordelijk gewerkt?

Hoe lang?

Hoeveel tijd een kind nodig heeft om te verwerken wat hij op school heeft geleerd, is natuurlijk verschillend. Toch geef ik graag enkele richtlijnen mee op weekbasis.

  • Kinderen in het eerste leerjaar: ongeveer 30 minuten per week, dit kan elke dag 5 minuten zijn maar even goed 3 keer per week 10 minuten
  • Kinderen in het tweede laarjaar: ongeveer 60 minuten per week bijvoorbeeld 4 keer een kwartier.
  • Kinderen in het derde leerjaar: ongeveer 90 minuten per week bijvoorbeeld 3 keer 30 minuten.
  • Kinderen in het vierde leerjaar: ongeveer 120 minuten per week bijvoorbeeld 3 keer 40 minuten
  • Kinderen in het vijfde leerjaar: ongeveer 150 minuten per week bijvoorbeeld 3 keer 50 minuten
  • Kinderen in het zesde leerjaar: ongeveer 180 minuten per week, dit kan bijna elke dag 30 minuten zijn of een paar keer per week een langere tijdsduur.

Ontspannen

Ontspanning is even belangrijk als inspanning.

Leg je kinderen een beetje extra in de watten. Kook hun favoriete maaltijd.  Maak tijd om samen een spel te spelen. Lees nog eens een verhaal voor voor  het slapen gaan. Probeer de schermtijd te beperken want dit zorgt voor veel extra prikkels. Zorg ervoor dat hun hersentjes tot rust kunnen komen door hen buiten te laten spelen, voetballen, fietsen, zwemmen, badmintonnen, te springen op de trampoline… 

En als ouder bewaar je rust, als je zelf als volwassene rustig bent, is het voor je kind een stuk gemakkelijker om de rust bij zichzelf te vinden. En kijk met verwachting uit naar het einde van juni, naar de zomer en de vakantie die staat te wachten.

Toetsenstress:

  1. Begint al een beetje doorheen het jaar: help je kind relativeren, stel het ook gerust. Leg de lat of de druk niet te hoog. Geef aan dat je best doen zeker oké is, maar méér dan je best doen kan niet, hoeft niet, en geeft enkel maar stress. 
  2. Maak samen een planning (ook een beetje op voorhand als dat kan): dat stelt gerust en geeft aan jouw kind duidelijkheid rond tijd, wat, waar, wanneer én toont ook jouw betrokkenheid. Begin de dag voor de laatste toets en ga zo verder tot de dag waarop je kind start met de (eventuele) voorbereidingen. 
  3. Stress rond de stress: stel ook daarin gerust. Stress tijdens toetsen is wel normaal, dat zorgt er net voor dat je je moeite doet en gemotiveerd bent. Geef er niet té veel gewicht aan 'amai, zoveel stress dat jij hebt!', maar ook niet te weinig, wees wel beschikbaar 'ik merk dat je een beetje nerveus bent, hoe komt dat? Hoe kunnen we er nu samen voor zorgen dat je wat rustiger kan worden?'