Vraag/antwoord: "HELP! Slaapwel… dat kennen wij niet meer"

Ik hoor het mezelf nog zeggen: "die 2 boys van ons zijn vermoeiend (zoals elke tweeling) maar gelukkig slapen ze goed". Spijtig genoeg ben ik gestopt met dat zinnetje toen ze een maand of 10 waren. Nu zijn ze 15 maand, en binnen enkele dagen krijgen ze er een broertje bij. Wij zijn op, en dan moet het hele circus met nummer 3 nog beginnen. Ik schrijf vanuit een wanhoop, vandaar, een gouden tip is zeer welkom. HELP!

Vraag:

Ik hoor het mezelf nog zeggen: "Die twee boys van ons zijn vermoeiend (zoals elke tweeling) maar gelukkig slapen ze goed". Spijtig genoeg ben ik gestopt met dat zinnetje toen ze een maand of 10 waren. Nu zijn ze 15 maand, en binnen enkele dagen krijgen ze er een broertje bij. Nu gaat het zinnetje als volgt: ‘De jongens slapen niet ’s nachts, hopelijk houden we dit vol als nummer 3 er is.’

Het is begonnen met oorontstekingen, die twee maand later geëindigd zijn met buisjes in de oren. Daarna sliep baby A. even goed als de gemiddelde baby, baby F. vroeg 's nachts nog een fles. Met dat geef je dat kereltje met plezier, want wat is één keer opstaan als je van twintig keer komt?!

Maar een paar maanden later werd A. enorm ziek. Diagnose: een dubbele longontsteking. Mama hoogzwanger, papa eenzaam op een ziekenhuisbedje met zoon (excuse me, ziekenhuismatras … onmenselijk eigenlijk, maar laten we dat houden voor een andere blogpost). F. ontsnapt er net aan, maar ook hij is deftig ziek.

Sindsdien is de hel zowat losgebarsten. Ik kan al eens emotioneel uit de hoek komen (zeker met de hormonen die nu door mijn lijf gieren), maar wat we nu meemaken tart alle verbeelding. Beide slapen altijd zachtjes in (de bastards, ze kondigen altijd een zalige nacht aan), maar na een uur of twee begint de miserie. Huilen en krijsen hebben een heel andere betekenis gekregen in ons woordenboek.

Wij zijn op, en dan moet het hele circus met nummer 3 nog beginnen. Ik schrijf vanuit een wanhoop, vandaar, een gouden tip is zeer welkom, en, geloof me, zal rijkelijk beloond worden. HELP!

Antwoord van experte Inge

Zoals je zelf al gemerkt hebt: goede 'instappers' zijn niet altijd goede doorslapers. 

Slaapproblemen ontstaan doordat er zich bepaalde patronen hebben ontwikkeld (vaak omwille van externe omstandigheden), of omdat bepaalde routines en voorspelbaarheden (even) weggevallen zijn. 

In jullie geval zijn er verschillende zaken die een rol hebben gespeeld (of nog steeds spelen): eerst en vooral zijn er de verschillende ziektes die elkaar opgevolgd hebben. Wanneer kinderen zich niet goed voelen of pijn hebben, zullen ze vaker geneigd zijn de nabijheid van hun ouders op te zoeken om troost en comfort te krijgen. Oudere kinderen kunnen dit doen door zelf uit hun bedje te komen en de fysieke nabijheid letterlijk te gaan zoeken, jongere kinderen grijpen vaak terug naar de enige manier die ze kennen en dat is huilen. 

De tweede oorzaak die bij de tweeling zou kunnen meespelen, is de nakende komst van de baby. Zeker in de laatste weken van de zwangerschap begint de baby al zeer aanwezig te zijn (de wieg wordt klaargemaakt, iedereen praat er over en vraagt er naar, de buik zit soms in de weg van lang door mama gepakt te worden, …).

Hoe werkt slaap?

Om te begrijpen hoe dit alles effect heeft op niet-doorslapen moet je weten hoe 'slaap' werkt.

Op zich is het normaal dat kinderen wakker worden 's nachts, want dat doen we allemaal (al zijn we ons er niet van bewust). Slaap bestaat uit verschillende slaapcycli. Elke slaapcyclus duurt ongeveer 90 minuten en bestaat uit een stukje NREM-slaap (of diepe slaap) en een stukje REM-slaap (of droomslaap);

Aan het einde van de REM-slaap begint een nieuwe slaapcyclus (dus opnieuw NREM-slaap), en tussen twee slaapcycli kan je even (vaak onbewust) wakker worden. De meeste mensen draaien zich dan om en slapen rustig verder. Kinderen die op dit moment hun rust niet kunnen vinden zullen dus niet gemakkelijk naar de volgende slaapcyclus kunnen overgaan en worden dan echt wakker en beginnen te huilen.

Patronen

Als ouder kan je ook ongewild slechte gewoontes aanmoedigen. 

Neem de volgende situatie: je kind is bang in bed en vraagt of je er even bij kan blijven. Wanneer je wil weggaan begint je kind luid te roepen of te huilen en 'dwingt’ je zo als ouder om te blijven totdat het slaapt. Als je hier systematisch aan toegeeft als ouder kan je kind leren dat het moet roepen of huilen om je bij hem/haar te houden en wordt het niet gestimuleerd om stil in bed te blijven (en dus zelf rustig te worden). Bovendien associeert het op den duur zijn/haar bed niet meer met slapen, maar jouw aanwezigheid. Dit sterkt bij het kind (en vaak ook de ouder) de overtuiging dat de enige manier om in slaap te vallen er bij blijven is.

Door de ziektes van de tweeling en het oncomfortabel gevoel dat dit hen gegeven heeft, kan het zijn dat de tweeling ongewild geleerd hebben dat ze enkel de aanwezigheid van mama/papa kunnen verkrijgen (en rust kunnen vinden) bij nachtelijk wakker worden als ze heel hard beginnen te huilen/krijsen.

Wat kan je doen?

Eerst en vooral is een goede slaaphygiëne aan de orde, waarin routine en regelmaat belangrijk in zijn om rust en voorspelbaarheid voor de jongens te garanderen.

Ten tweede is het belangrijk dat de jongens hun rust opnieuw moeten leren vinden in hun eigen bedje. In het hoofdstuk van de zanger in mijn boek 'Slaap zacht' beschrijf ik drie technieken die daarvoor gebruikt kunnen worden (de harde aanpak, de geleidelijke aanpak en de minimale interventie).

Het zijn zeker geen wondermiddeltjes en ze vragen wel wat investering (zeker bij een tweeling die elkaar nog een keer wakker kunnen maken). Belangrijk om te weten: wanneer je voor een bepaalde techniek kiest, moet je ze consequent toepassen gedurende twee weken om veranderingen te kunnen zien (het probleem kan eerst verergeren vooraleer het verbetert).

 

Succes!