Waarom niemand echt een winnaar is bij een mommy meltdown

  • door Mamabaas

Oké, ik zal je een groot geheim verklappen: ik ben maar een mens eigenlijk. Dat wil zeggen dat ik ook hoogtes en laagtes heb. En hoewel ik meestal streef naar zoveel mogelijk goede momenten met mijn kinderen, geef ik eerlijk toe dat ik er nu en dan eens eentje heb: een mommy meltdown.

Vakantie

Het is vakantie. Je leeft wat dichter bij elkaar, dag in, dag uit. En in het begin van die vakantie geniet je daar echt honderd procent van. Je slaapt wat uit, je hangt allemaal lui in de zetel rond, je doet waar je zin in hebt. Nu ja, je weet wel ;-), waar de kindjes zin in hebben, met een kort intermezzo voor jezelf af en toe (een beetje joggen bijvoorbeeld). Maar ik vind het allemaal niet erg; we zien elkaar al zo weinig en ik hou van mijn kiddo’s dicht bij mijn vel, letterlijk en figuurlijk.

Maar… niet elke dag kan even gezellig zijn natuurlijk, want: that’s life. Zussen/broers kunnen ruzie maken, en dan nog meer ruzie maken, tot ze elkaar zelfs letterlijk aanvallen (echt gebeurd hier, een tandspoor in een buik was het bewijs, ahum).

En je slikt. Je moet als ouder wel. Je spreekt ze allebei streng toe, je ‘voedt op’. Je bent de eindverantwoordelijke en moet geduld opbrengen. Dag 1, 2 en 3 heb je dat geduld nog in overvloed. Maar dan begint je eigen vermoeidheid door te wegen en begint je geduld te minderen. Tot het helemaal slinkt op een héle slechte dag. Op zo’n dag waarop er maar geen einde lijkt te komen aan de ruzies tussen de zussen en ik ook bij de wederhelft een pure wanhoop bespeur. 

En ik flip

In de namiddag gaat het van kwaad naar erger. En tegen de avond is het hek helemaal van de dam. Het zoveelste geval, de zoveelste toestand… En ik flip. Ik schreeuw mijn longen uit mijn lijf. De kinders verstommen. Proberen eerst nog te argumenteren, maar hebben al snel door dat ik daardoor nog meer flip. Ik dreig met zonder eten naar bed gaan – ik heb dat nog nooit eerder bovengehaald – en ik voel mijn ogen haast uit mijn oogkassen springen.

Ik heb het niet zo vaak, maar als het voorvalt, dat kan het tellen, zo’n meltdown. En ik ben er ook niet fier over. Integendeel. Ik word er alleen maar droef door.

Na mijn kleine, ahum, uitval probeerde ik de tranen te drogen. Heb ik sorry gezegd. En moesten zij ook, met lichte tegenzin, sorry zeggen. Ik heb uitgelegd waarom ik zo boos was. Dat het niet vaak voorkomt dat mama zo boos is. Maar dat het niet meer te doen was.

De jongste had het wel begrepen. De oudste ging er nog wat over toen ik haar in bed stak. Maar niemand is echt een winnaar bij zo’n meltdown. Niemand kan echt een punt maken. We zijn gewoon even allemaal doorgedraaid.
Morgen is een nieuwe dag. Morgen doe ik beter mijn best. Doen we beter ons best. Morgen kunnen we terug opnieuw beginnen.

Oef.