Waarom zijn kinderen bang als ze slapen?

Angst bij het slapengaan is niet uitzonderlijk bij kinderen. Zowat twintig procent van de kleuters zegt bang te zijn voor het donker en zes procent durft niet alleen te slapen. Prof. Inge Glazemakers legt uit vanwaar die angst komt in haar boek Slaap Zacht.

Inzicht in tijd en ruimte

Vroeg of laat worden de meeste kinderen met angsten geconfronteerd, bijvoorbeeld in de vorm van een nachtmerrie of de vrees dat er beesten of vieze monsters onder het bed zitten.

Vooral bij kleine kinderen speelt het gebrek aan inzicht in tijd en ruimte hen parten. Wanneer ze ’s nachts wakker worden, begrijpen ze niet altijd waarom de kamer donker is of waarom mama en papa er niet bij zijn. Dan raken ze in paniek.

Bij iets oudere kinderen speelt de fantasie meestal een kwalijke rol. De grens tussen feit en fictie is voor hen niet altijd even duidelijk. Andere kinderen en pubers hebben vooral last van onzekerheden in hun dagelijkse leven, wat zich ’s nachts vertaalt in angsten.

Een typisch moment waarop angsten de kop opsteken zijn de overgangen tussen verschillende slaapcycli. Bij kinderen verlopen die niet altijd even soepel, waardoor hun lichaam en geest zich niet in dezelfde toestand bevinden. In extreme gevallen kan dit betekenen dat het kind gaat slaapwandelen, maar vooral bij kleine kinderen zorgt het voor nachtelijke angsten. Het kind (met name peuters) begint te schreeuwen van de angst, maar wanneer je het als ouder komt troosten, lijkt het kind dwars door je heen te kijken. Veel ouders schrikken ervan hun kind zo te zien en denken dat het een aanval is, maar dit type angst komt regelmatig voor bij kleine kinderen en gaat vanzelf weer over.

Als angst een probleem wordt

Houden angsten, nachtmerries en piekergedachten echter zo lang aan dat ze de slaap verstoren, dan wordt het tijd op zoek te gaan naar een oplossing.

Is het een probleem? Angst kan op verschillende momenten de kop opsteken: ’s avonds bij het slapengaan, ’s nachts wanneer het kind wakker wordt, maar ook overdag. Als je kind alleen ’s avonds last heeft van angst, is het goed eerst te bekijken of die uiting van angst niet eerder een strategie is om de ouders langer bij zich te houden.

  1. Neem de angst van je kind eerst en vooral ernstig, en luister naar hem. Misschien kan hij niet vertellen waarom hij bang is op het moment dat het donker is, maar lukt het hem wel als je er overdag op een rustig moment met hem over praat.
  2. Een klein nachtlampje of een veiligheidsobject (dit kan een steen, schelp of ander voorbeeld zijn dat je bepaalde krachten toedicht, maar evengoed het transitioneel object) kunnen de angst van je kind ook doen verminderen. Om te weten of dit bij jouw kind zou kunnen helpen is het belangrijk om te achterhalen waar de angst van jouw kind vandaan komt. Sommige ouders vinden zeer creatieve oplossingen als ze weten wat de precieze oorzaak is. Stel dat hij bang is om alleen te slapen, dan kan een T-shirt van papa mee in bed of een popje van een superheld wonderen doen als veiligheidsobject.
  3. Probeer je kind zoveel mogelijk te betrekken in het zoeken van een oplossing, zodat je hem de kans geeft om zelf de angstgevoelens onder controle te krijgen.

Bang in het donker

Kinderen die bang zijn in het donker hebben vaak slechte associaties met donkere ruimtes of kamers. Je kunt deze angsten wegnemen door van een donkere kamer iets leuks te maken: speel een zaklampenspel, maak schaduwen op de muur, of maak een speurtocht naar ‘glow-in-the-dark’-spulletjes die verstopt werden in de kamer.

Een nachtlampje aanzetten of de deur op een kier laten en het licht in de gang aanlaten kan kinderen eveneens over hun angst helpen en een gevoel van veiligheid geven. Let hierbij wel op dat het slechts een schemerlampje is of dat het licht van de gang niet op het bed van je kind schijnt want te veel licht kan de slaapkwaliteit verstoren.

Angst bij lagere schoolkinderen

Oudere kinderen (lagereschoolleeftijd) kun je aanleren om positieve gedachten te hebben op het moment dat ze met hun angsten geconfronteerd worden.

  • ‘Ik ben gisteren ook alleen gaan slapen, dat lukt me vandaag dus ook wel’,
  • ‘Ik doe het stap voor stap, het hoeft me niet allemaal in één keer te lukken’,
  • ‘Mama en papa zijn beneden, als er echt iets is horen ze me wel’.

Op deze manier blijven ze niet steken in hun angstige gedachten, maar kunnen ze deze ombuigen naar een helpende gedachte. Toon ook aan dat angsten normaal zijn. Praat bijvoorbeeld met je kind over momenten waarop jij bang was en hoe je er toen zelf bent mee omgegaan. Ook voorleesboekjes die vertellen over iemand die bang is en zijn angsten in het verhaal overwint kunnen dienen als rolmodel.

Nachtelijke angst of toch nachtmerrie?

Ook al zien nachtmerries en nachtelijke angsten er op het eerste gezicht hetzelfde uit (ze hebben beide te maken met angst tijdens de nacht), toch is er wel degelijk een aantal duidelijke verschillen.

Nachtelijke angsten komen vooral voor tijdens het eerste deel van de nacht. Daar waar kinderen bij een nachtmerrie wakker worden, blijven ze tijdens de nachtelijke angsten gewoon verder slapen. Dit is de reden waarom je moeilijk contact kunt maken met je kind tijdens zo’n nachtelijke angstaanval.

Kinderen die een nachtelijke angst meemaken zullen zich achteraf ook niets van het voorval kunnen herinneren, terwijl ze hun nachtmerries vaak wel kunnen navertellen. Omdat je kind niet wakker is tijdens een nachtelijke angst, is het heel moeilijk om je kind te troosten. Kinderen die een nachtmerrie hadden, kun je meestal wel relatief snel kalmeren. Tijdens een nachtmerrie zullen kinderen zeer weinig bewegingen hebben of geluid maken, dit doen ze pas nadat ze wakker geworden zijn. Tijdens een nachtelijke angst kan je kind echter wel zeer beweeglijk zijn.

slaap zacht

Over het boek Slaap zacht

Meer info vind je hier.