Wanneer boodschappen doen een andere dimensie krijgt

Toen ik destijds te horen kreeg dat ik in verwachting was van een meisje, ging ik spontaan op mijn roze wolkje zweven. Ik droomde al over zalige shopmiddagen onder the girls. En ooit komen die er wel. Maar eerst moeten we de woelige jaren door …

Shop till you drop

Letterlijk, that is. Geen idee hoe het bij jullie zit, maar wat ik vandaag versta onder ‘shoppen met de dochter’ valt eigenlijk onder de categorie ‘complete work-out’. Dat shoppen kun je uiteraard ook onderverdelen in een aantal categorieën, maar laat ik het houden bij de meest gebruikelijke: de supermarkt.

Ik ben er intussen van overtuigd dat de ‘mise-en-place’ van de winkel bedacht is door ingenieuze marketeers (man of vrouw) die nog nooit van kinderen gehoord hebben. Hoewel dochterlief meestal enthousiast staat te springen wanneer ik ons uitje naar de supermarkt aankondig (in het karretje zitten, hoera!), is het in werkelijkheid een hele onderneming om die ruimte door te komen. 

Ontmoet de vlekkenkampioen

De eerste hindernis? Al meteen aan de ingang. Ken je die snoezige, kleine winkelkarretjes met kleurrijke vlaggetjes? Heel leuk als je slechts een handjevol spullen nodig hebt, maar als je voor grote inkopen staat en het liefst hebt dat kindlief mooi blijft zitten, is dat een ware hel. Soms heb ik gewoon zin om haar met schattig karretje en al in mijn grote kar te zetten.

De eerste afdeling die we tegemoet rijden: de groenten- en fruitafdeling. Om de één of andere onverklaarbare reden kom ik net daar altijd een bekend gezicht tegen. Bij deze alvast mijn excuses aan mijn gesprekspartner voor de mogelijk ongeïnteresseerde indruk, maar terwijl hij/zij aan het praten slaat (‘Alles oké?’, ‘Lang geleden!’, ‘Zit je haar anders?’, ‘Amai, al een dochtertje en nog eentje onderweg’ …) is mijn prinsesje het hele groenten- en fruitaanbod aan het opsmikkelen. Al die lekkere aardbeien, druiven en kerstomaatjes staan mooi op dezelfde hoogte van het zitje en de grijpgrage armpjes van een kleuter. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de bolle wangetjes en het sap van een plakkerige kin druipen. Op de jas (uiteraard!). Vlekken gegarandeerd (kan ik ook ontvlekker toevoegen aan het boodschappenlijstje – slim gezien van die marketeers). 

Boterhammen met charcuterie en choco en confituur

Ok, groenten- en fruithorde genomen. Wanneer ik brood sta te snijden, wacht ik de vraag niet eens af – eis is misschien een beter woord – ‘ik wil boooooke eeeeettteeeeeeeen!’). Geroutineerd neem ik een sneetje en overhandig het aan mijn ongeduldige medeshopper. Oh ja, vergeten … ‘ik wil vleesje op mijn booookeeee’.

Moeilijk hard te maken dat dit niet kan als we in de winkel zijn. Vooral als je amper vijf minuten later langs de rekken vol charcuterie rolt. En de rekken met choco en confituur. En de afdeling met sapjes en allerhande drankjes (want dorst heeft ze natuurlijk ook). En die oh zo verleidelijke rekken vol met koekjes. Van Studio 100. Moet ik er nog iets aan toevoegen?

Knikken en lachen

Oef, het eindpunt is in zicht: de kassa. Bestemming bereikt, met een volle kar. Terwijl ik alles uitlaad op de band, merk ik dat mijn dochter met de ogen open in de talloze verkoopsvallen is getrapt (marketeers heb ik intussen denkbeeldig al op de brandstapel gezet). In mijn kar liggen niet alleen de items die op het lijstje stonden. Ik vind ook een stuk chocolade terug, drie half opgegeten aardbeien, kleurige wasknijpers en babybelletjes. Waar heeft ze dat in godsnaam allemaal te pakken gekregen en hoe is die voorraad onopgemerkt in mijn kar beland? Ik besluit om er geen drama van te maken, want het ergste moet nog komen.

Mijn innemende meid verleidt de kassierster met haar liefste glimlach en schattige getater. En dan komt het. ‘Oh, wat een lief kindje, mag ze een snoepje?’. Nog voor ik kan antwoorden, duwt ze het schaaltje met heerlijk kleverige snoepjes onder mijn dochters neus. ‘En mevrouw, neemt u gerust nog een ballon, net voor de uitgang’ (lees: geen ont.snap.pen aan). 

Well done

Eens we in de auto zitten kan ik er wel om lachen. Ik zie haar zitten (of toch niet helemaal, met die ballon voor haar gezicht), blij en voldaan. En ik probeer de positieve kant ervan in te zien: mijn portie lichaamsbeweging voor vandaag heb ik achter de rug, mijn dochter heeft al een halve maaltijd naar binnen gespeeld en ik kan straks de vuile kleertjes die ik met die nieuwe ontvlekker heb gewassen met hippe wasknijpers omhoog hangen. Met andere woorden: het was een eigenlijk wel een goed shopdagje, met dank aan mijn dochter!