Mijn lieve kleine competitieve mini-me

We wachten in de auto op de papa. Opnieuw een discussie met zoonlief over de juiste uitspraak van een Engels woord. ‘Maar Dora zegt het anders, geloof mij maar, mama!’ Hij is onwrikbaar. Na een lange, vermoeiende dag en meerdere pogingen om hem te overtuigen, kan ik alleen nog maar zuchten en op mijn tanden bijten. Een opgave voor mij, ...

We wachten in de auto op de papa. Opnieuw een discussie met zoonlief over de juiste uitspraak van een Engels woord. ‘Maar Dora zegt het anders, geloof mij maar, mama!’ Hij is onwrikbaar. Na een lange, vermoeiende dag en meerdere pogingen om hem te overtuigen, kan ik alleen nog maar zuchten en op mijn tanden bijten. Een opgave, want ik wéét dat ik gelijk heb.

Competitie

Zijn doorzettingskracht is herkenbaar. Mijn kleine mini-me. De dingen zijn zoals hij ze voelt, ziet en denkt, dat kán gewoon niet anders in zijn wereld. En dat ken ik van ergens. Hoe langer ik er over nadenk, hoe herkenbaarder het wordt.

Onze zoon heeft duidelijk voetbaltalent. Maar de voetbalboot wordt afgehouden omdat mama te competitief is. Omdat mama diegene zal zijn die langs de kant van het veld haar geduld verliest en loopt te brullen ‘dat hij zijn ogen op de bal moet houden!’. Misschien niet meteen – ik kan mezelf meestal nog wel een béétje in toom houden – maar vroeg of laat zal het gebeuren. En als ik zulke scenario's kan vermijden door hem wekelijks naar de niet-competitieve dansles te brengen, dan doe ik dat. Gelukkig heeft hij daar ook talent voor.

Samen winnen en verliezen

Zo was het ook met het trouwboeket van vriendin Marieke. Ik had het mij voorgenomen: ik zou het niet vangen. Ik zou zeker niet de eerstvolgende vriendin zijn die ging trouwen. Maar eens we met de vrouwen bij elkaar stonden, de sfeer gespannen en iedereen de ogen gericht op dat boeket, kón ik niet anders. Ik ging er voor. Het was iets automatisch, instinctief. Het papieren boeket ligt hier in het zicht op een plankje in onze woonkamer. Een herinnering aan mijn competitiedrang... (gelukkig ook een herinnering aan een mooie dag :-))

Spelletjes spelen met de zoon is een uitdaging. Kan ik hem wel laten winnen? Dat wil namelijk zeggen dat ik opzettelijk moet verliezen... om hem een plezier te doen. We spelen regelmatig onze favoriet, ‘Mijn Boomgaard’. We spelen samen, tégen het spel. Dus winnen of verliezen we ook samen. Heerlijk. Perfect.

Ik denk terug aan mijn eigen jeugd. Ik speelde toen al graag spelletjes. Ik genoot des te meer van de weinige keren dat ik mijn papa kon verslaan in een spelletje Stratego of Monopoly. Omdat ik wist dat het échte pure winst was, want ook hij deed niet aan ‘laten winnen’. De voldoening wanneer ik won. Onbeschrijfelijk. Al deed hij het misschien soms met een zucht, of omdat hij het eventjes beu was. Dat kan ook...

Sponsjes

‘Kinderen zijn een spiegel’, zegt vriendin Thaïs. Ik geloof haar, en zelf was ik er ook al achter gekomen. Aanvankelijk is het nog schattig en grappig en leuk. Je ziet jezelf of je lieve wederhelft. Maar op sommige momenten wordt het ook duidelijk wat voor sponsjes kinderen eigenlijk zijn... Dezelfde manier van praten, bewegen en denken. Hoe ze spelen, hoe ze de zaken aanpakken en wat ze precies zeggen. Griezelig, en tegelijk eindeloos interessant. 

Zijn het de genen van ons beiden en de generaties voor ons, of is het opvoeding? Is het omdat het er al in zit of zorgen wij er als ouders voor? Ik vraag het me af. Mijn vader weet het in elk geval: zijn dochter en kleinzoon, twee druppels water. De strijd die bijna 30 jaar geleden gestreden werd, wordt nu bijna elke dag opnieuw gestreden in Casa Verhavert.

Toegeven

Ik zeg tegen de zoon dat ik zucht omdat ik hem toch niet kan overtuigen. Mijn temperament geeft het ineens toch op. ‘Ok, mama, hoe spreek je het dan juist uit?’, klinkt het van op de achterbank. Ik geloof mijn oren niet. Misschien vond de zoon het ook wel een lange en vermoeiende dag en was mijn zucht er net te veel aan...