Wanneer ouders zichzelf de schuld geven van die minder gemakkelijke baby

  • door Mamabaas

We schreven eerder al dat baby’s en kinderen niet gelijk zijn, en dat dat ook betekent dat sommige kinderen gewoon ‘gemakkelijker’ zijn dan andere, zonder dat ze daarom een probleem hebben. Het betekent ook nog iets anders: dat het niet de schuld is van de ouders dat hun baby de moeilijke is. Dat maakt de schrijfster, pediater Perri Klass, duidelijk in een nieuw artikel.

“Als er één ding is dat naar boven kwam in de reacties was het wel hoe vaak ouders dit zelf hadden vastgesteld. Zo vertelde iemand, met enige zin voor humor: ‘Na de eerste baby, een supergemakkelijk kind maar dat wisten we toen niet, waren we overtuigd dat wij superouders waren. Toen kregen we een tweede, die zeer veel van ons vroeg. Bleek dat we niets van ouderen wisten, kan je dat geloven?’. Anderen gaven aan dat hun eerste kind lastig was en dat ze daarom nooit een tweede had, en ook ouders die toegeven als hun ‘moeilijke’ tweede de eerste was geweest, ze niet zeker zijn of er wel een tweede kind was geweest.”

De vergeten factor

Momenteel krijgen de ouders (en laten we eerlijk zijn: vooral de moeder) alle credit krijgen als hun kindje ‘braaf’ is, als het in de rij loopt, met de mond dicht eet, gaat slapen of schoenen aandoet wanneer je dat vraagt. Natuurlijk hebben die ouders hun kinderen ook gedrag aangeleerd en er energie in gestoken - maar de factor die totaal vergeten wordt is de temperament van het kind: zij hadden een kind dat daar relatief gemakkelijk in meeging.

Andere ouders doen die moeite ook, maar zonder of met veel minder effect. De reactie is dan vaak ‘dat je als ouder maar wat meer je best moet doen’ oftwel: als je kind niet netjes de maatschappelijke regels volgt is dat de schuld van de ouders (*kuch* de moeder *kuch*). Alweer wordt het karakter van het kind compleet opzij geschoven.

De grote schuldige

En dat is zwaar voor de ouders van het ‘lastige’ kind. De maatschappij geeft hen de schuld, en ze geven zichzelf ook de schuld. “Het is belangrijk om voor ogen te houden dat je niéts anders had kunnen doen om je kind ‘anders’ of minder moeilijk te maken. Een huilbaby was nog altijd een huilbaby geweest als je die eerste week wel/niet aan een babysit had gegeven voor een namiddag. De slechte slaper was nog altijd een slechte slaper geweest als je wel/niet een schema had gevolgd."

"Als pediater heb ik één boodschap voor ouders: het is je taak om de baby die je gekregen hebt lief te hebben, te verzorgen en dingen aan te leren. Niet de baby die je gepland had, niet de baby je (schoon)ouders wilden en al zeker niet het voorbeeldkind in de opvoedingsboeken.”

Ze geeft een voorbeeld uit haar eigen leven. “Mijn eerste kind wilde gewoonweg niét neergelegd worden. Dus kochten we een babydrager en liepen we met hem rond, bij het afwassen en typen op een computer bovenop een kast. Dat maakte hem gelukkig en als hij gelukkig is, dan is het een zalig kind. In die periode zag ik in een boekje een baby die op zijn rug lag en lachte naar het speelgoed. Ik dacht dat ze de baby hadden gedrogeerd. Tien jaar later had ik zelf zo’n baby die graag op zichzelf lag, en ik heb me mentaal verontschuldigd bij de auteur van het boek…”

Geen enkele regel

“Dit voorbeeld dient om aan te tonen: er is geen causale relatie tussen wat je doet en het gedrag van je baby. In het geval van extreem huilen wordt de schuld op zowat alles geschoven, van besnijdenis tot voedselallergieën, van reflux tot autisme. Maar de waarheid is dat het is iets wat je samen moet vinden, jij en de baby. En soms kan je het gedrag wel succesvol aanpassen en soms zijn er tips die werken, zoals slaaptraining, slechte gewoontes afbreken en goede opbouwen of woede-aanvallen verkleinen.” Net deze mensen, bij wie de tips uiteindelijk wel hielpen, zijn de grootste ‘afstraffers’ van de ouders met ‘het lastige kind’ die ogenschijnlijk niets doen, die menen dat het allemaal op te lossen valt want dat werkte bij hen toch ook?

Klass benadrukt dat ondanks alle tips en het wisselende succes van bepaalde technieken: “Je kan maar doen wat je kan doen!” En ook: “Er zijn altijd kinderen voor wie geen enkel regeltje geldt.”

Soms is hulp nodig

“Ik wil benadrukken dat het de taak is van elke pediater om op zoek te gaan naar de oorzaak van de onrust, en dat elke pediater schrik heeft om een kind ‘kolieken’ toe te schrijven terwijl het iets anders is. Anderzijds zijn er echt veel baby’s met kolieken…”

“Wij pediaters houden altijd in het achterhoofd dat er iets gezondheidsgewijs aan de hand kan zijn met het kind. Vooral als de baby het grootste deel van de dag onrustig of lastig is, of het gedrag extreem blijft bij een kleuter. Als ouders zien dat het gedrag van hun kind extreem verschilt van dat van andere kinderen, dan hebben ze waarschijnlijk hulp nodig.”

Maar meestal is het lastige kind gewoon wat het is: moeilijk, anders, een kind dat de regeltjes niet volgt en een andere aanpak vraagt. En dat is niet de schuld van de ouders!