Wat als je een negatieve resusfactor hebt en zwanger bent?

  • door Mamabaas

Ben je als zwangere vrouw resusnegatief en is het kindje dat je draagt resuspositief (daarvoor moet je partner resuspositief zijn), dan zou er een probleem kunnen ontstaan. Gelukkig kan dat tegenwoordig voorkomen worden. We zetten alle info op een rijtje!

Vroeger versus nu

Vóór de Tweede Wereldoorlog gebeurde het vaak dat een vrouw wel een eerste kindje kreeg dat na de geboorte weliswaar erg geel werd, maar het uiteindelijk wel redde, maar daarna al haar zwangerschappen zal uitlopen op een doodgeboorte die alsmaar vroeger in de geboorte voorkwam.

De bloedgroepen A, B, AB en O waren al sinds 1900 bekend, maar het was pas in 1941 dat het duidelijk werd dat dit mysterieuze zwangerschapsprobleem  veroorzaakt werd door het resussysteem. Men ontdekt dat het niet overeenkomen tussen moeder en vader van een niet-klassieke bloedgroepfactor (de resusfactor) aan de basis lag van die doodgeboortes. Gelukkig bestaat er nu ook al meer dan een halve eeuw een goeie preventie.

Wat is het?

Draag je op je rode bloedcellen de resusfactor, dan ben je ‘positief’, in het andere geval (je hebt geen resusfactor op je rode bloedcellen), ben je ‘negatief’.

In onze contreien is ongeveer 85% van de bevolking resuspositief en 15% resusnegatief, maar dit verschilt van streek tot streek.

Wanneer doet er zich een probleem voor?

Ben je als zwangere vrouw resusnegatief en is het kindje dat je draagt resuspositief (daarvoor moet je partner resuspositief zijn), dan kan er een probleem ontstaan.

Eerste zwangerschap versus volgende

Bij een eerste zwangerschap is er in de meeste gevallen geen probleem. Je bloed stroomt immers niet rechtstreeks naar de foetus (anders zouden we allemaal dezelfde bloedgroep hebben), want de bloedsomloop van de moeder en van de foetus zijn ter hoogte van de moederkoek gescheiden door een membraan of vlies.

Bij de geboorte kunnen er in dit scheidingsvlies, door het geweld van de samentrekkingen van de baarmoeder en bij de geboorte van de placenta zelf, kleine scheurtjes ontstaan. Daardoor kan er dan toch bloed van je kind in je bloedsomloop terechtkomen. Komt de resusfactor van dit foetale bloed niet overeen met de resusfactor van de moeder, dan zal het overgebrachte bloed als ‘vreemd’ herkend worden. De moeder vormt dan antilichamen tegen de resusfactor om zo de vreemde bloedcellen af te breken en op te ruimen. Tot hier vormt zich dus ook nog geen probleem.

Een volgende zwangerschap

Maar dan word je opnieuw zwanger. In je bloed zwemmen nog altijd de antilichamen die je bij je vorige zwangerschap tegen de resusfactor hebt aangemaakt. En bij het minste alarmsignaal, een minimaal contact met de vreemde resusfactor, maak je die afweerstoffen in nog veel grotere hoeveelheden aan. Die resusantilichamen zijn klein (zogenaamde IgG’s) en kunnen zich, in tegenstelling tot celen, wel gemakkelijk door het dunne scheidingsvlies heen naar de foetale bloedsomloop verplaatsen. Als je foetus nu weer resuspositief is, zullen die resusantistoffen de bloedcellen van je ongeboren kind afbreken. Daardoor kan bij je foetus een ernstige bloedarmoede ontstaan, waardoor er te weinig zuurstof naar levensbelangrijke organen zoals hart en hersenen gaat. Uiteindelijk zal zijn hart het opgeven en zal de foetus sterven.

Wat kan ik nu doen?

Ben je negatief en is je baby positief, dan zal je bij een eerste geboorte, binnen de 48 uur, een dosis resusantistoffen (Rhogam) toegediend krijgen. Omdat dit zo belangrijk is, zijn de kraaminrichtingen hier goed op gefocust.

Door deze ‘passieve’ immunisatie (antistoffen die door andere mensen of dieren zijn geproduceerd, worden toegediend en bieden onmiddellijk bescherming), hoeft je eigen lichaam niet te reageren en bouw je zelf geen antilichamen op, die je bij een volgende zwangerschap parten zouden kunnen spelen.

Behalve de bevalling zijn er in een zwangerschap nog andere risicomomenten waarop mogelijk niet overeenkomstig (compatibel) bloed van de foetus naar de moeder kan overgaan: bijvoorbeeld tijdens een vruchtwaterpunctie, een ongeluk, vaginaal bloedverlies, een miskraam of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. In al deze situaties zal de arts moeten overwegen om resusantistoffen toe te dienen. Spreek erover met je arts.

SOS-moment: antistoffen opgebouwd

Heb je toch pech gehad en resusantistoffen opgebouwd, dan wil dit nog niet zeggen dat alles verloren is. Je zwangerschap moet dan wel intensief worden opgevolgd, en misschien zal de foetus binnen de baarmoeder een bloedtransfusie met resusnegatief bloed moeten krijgen. Maar dit probleem kan dus wel voorkomen worden.

mama worden

Meer lezen?

In ons boek Mama worden lees je alles wat je moet weten over je zwangerschap en bevalling. Meer info vind je hier.