Wat als je kind niet alleen in bed wil slapen?

Na een zalige vakantie wil het dochtertje van een ineens niet meer alleen in bed slapen. Prof. Glazemakers geeft raad.

Vraag; wat te doen als je kind ineens niet meer alleen wil slapen?

Mijn dochtertje is bijna twee en we hebben er net een verre reis op zitten. Het was er super en mijn meisje was altijd vrolijk. Ze sliep er altijd met ons op één kamer, in haar eigen bedje. En behalve de eerste nachten – door de jetlag – heeft ze daar heel goed geslapen.

Nu we weer thuis zijn, weent ze heel veel als ze moet gaan slapen. Voor de reis kon ze ’s avonds wel een beetje zeuren, maar viel ze dan na een paar minuten toch in slaap. Nu begint ze echt te krijsen, staat ze rechtop in bed... Ook 's morgens vroeg doet ze dit, iets wat voor de reis slechts heel uitzonderlijk eens gebeurde. Ze sliep ook elf tot twaalf uren zonder problemen door. Nu wordt ze twee tot drie keer per nacht wakker en kan ze niet zelf inslapen. Ze is bijna niet te troosten. Maar gaat een van ons bij haar liggen (op een matrasje naast haar bed), dan valt ze rustig in slaap.

Ik hoor veel tegenstrijdige dingen: kinderen hebben het na een drukke dag nodig om met een veilig gevoel te gaan slapen, niemand slaapt graag alleen, ze moeten zelf in slaap leren vallen... Dus nu weten we niet goed wat we moeten doen. Is dit een overgangsperiode na de reis of heeft het met de leeftijd te maken en met eventuele angsten die nu naar boven komen? Nu gaan we naast haar liggen, maar mogen of kunnen we dit blijven doen?

Zelf kan ik me wel vinden in ‘niemand slaapt graag alleen'. Maar omdat er voor de reis geen enkel probleem was (behalve af en toe een paar minuutjes huilen) en mijn dochter heel vlot ging slapen, vraag ik me af of we hier iets anders moeten doen. Kunnen jullie helpen?

Antwoord van slaapexperte Inge Glazemakers

Dag mama,

Vakanties zorgen er in veel gezinnen voor dat slaapgewoontes (soms noodgedwongen) veranderen. Het is dan ook niet zo gemakkelijk om je dagdagelijkse routine aan te houden als je niet in je vertrouwde omgeving bent. Dat is net zo met slaaproutines. Daardoor sluipen er soms nieuwe gewoontes in die je thuis niet per se wil of kan aanhouden.

 

Vertrouwde omgeving

Het is inderdaad correct dat kinderen gemakkelijker op een rustige manier in slaap kunnen vallen wanneer ze zich veilig voelen. Tijdens een vakantie, en zeker wanneer er verschillende slaapplekken zijn op een kortere tijd, valt de veiligheid van een vertrouwde omgeving weg. Kinderen zoeken en vinden die geborgenheid dan bij andere vertrouwde factoren. Dat kan bijvoorbeeld de nabijheid van een ouder zijn in dezelfde kamer. Wanneer je daarna terug thuis komt, is ook de vertrouwdheid van hun eigen kamertje weg en zullen ze opnieuw een beroep doen op de aanwezigheid van mama of papa. Het is dus niet zo abnormaal dat je na een vakantie even een overgangsperiode hebt waarin je dochtertje weer moet wennen aan de bescherming en de geborgenheid van haar eigen slaapkamertje. Ook na een periode van ziek zijn kan je zo’n overgangstijd hebben.

 

Aanwezigheid afbouwen

Je kan deze aanpassing voor je kindje wat makkelijker maken door je aanwezigheid af te bouwen. Je beslist zelf in hoeveel stappen je de overgang wil maken van inslapen met ouder op de kamer naar inslapen zonder ouder op de kamer. Elke stap staat voor een stapje dichter bij de slaapkamerdeur. Stel dat je vertrekt van een matras naast het bedje van je kind, dan kan je deze matras bijvoorbeeld eerst vervangen door een stoel en kan je die stoel bij elke stap dichter naar de deur brengen tot je bij de laatste stap met je stoel uit de kamer bent. Elke dag (dat tempo kan variëren en is afhankelijk van het tempo van je kind) zet je een stapje verder. Vermijd interactie met je kind, al kan je natuurlijk wel kort aangeven dat ze flink in haar bedje ligt.

 

Smoesjes

Deze aanpak wordt soms gecombineerd met wat we de ‘smoesjes-techniek’ noemen. Het komt erop neer dat je wanneer je bij je kind in de kamer bent, een smoesje verzint om de slaapkamer heel even te verlaten. Bijvoorbeeld: ‘Mama moet nog snel naar het toilet, maar ik ben zo terug. Ga jij al maar lekker slapen; ik ben zo weer bij jou.’ Wanneer je dan na een korte afwezigheid de kamer weer binnenkomt, kan je je kind prijzen voor het feit dat ze stilletjes en rustig in haar bedje is blijven liggen. Je kan je deze periodes van korte afwezigheid elke dag een klein beetje verlengen zodat ze weer kan leren zelf in te slapen zonder jouw hulp.

Veel succes!