Wat de coronacrisis met je doet als het voordien al niet zo goed met je ging

  • door Gastmama

Onlangs las ik ergens: ‘We zitten niet allemaal in dezelfde boot, maar wel in dezelfde storm’. Eerst en vooral: dank aan wie dit heeft geschreven. Deze woorden vormen een soort van basis van wat mijn gevoel weergeeft. 

En dat de storm heftig is, daar zijn we het – denk ik – allemaal roerend over eens. Maar ik geloof, in alle eerlijkheid, dat het daar ook bij blijft. Iedere persoon maakt deze tijd anders door en anders mee. Elke zeeman wordt weleens nat, maar er is een verschil tussen een druppel of een volledige emmer ijskoud zeewater over je krijgen. 

Geen storm in een glas water

In het begin was er bij mij een naïef geloof dat het allemaal maar een storm in een glas water zou zijn. Maar nee, dat viel pas helemaal in het water en de storm werd een zware realiteit. En dat vooral omdat het bootje waarin ik me bevond al erg gehavend was. Er zaten al heel wat gaten in die waren dichtgemaakt met zeewier en alles wat ik kon vinden of tijdelijk kon dienen als oplossing. Bijgevolg was het al een uitdaging om een golf tegen te houden en nadien opnieuw mijn evenwicht te vinden. Een storm, nee sorry, daar was ik nu nét niet tegen opgewassen. 

Zinkend en leeg, hoewel alles rondom zo vol loopt met water is het gevoel dat overheerst. Oh, en laat ik meneer Schuldgevoel en mevrouw Schaamte niet vergeten, die toevallig net op de koffie willen komen terwijl ik koortsachtig probeer om het water terug naar de zee te dragen. Of Fantastisch Falen en Onweerstaanbaar Onbegrip, die zijn ook graag van de partij. 

Mijn schamele roeibootje is zwaar lek

Al mijn hele leven in de boot is er eentje van meevaren in een luxejacht tot overleven op een stuk hout in de hoop dat iemand mij en mijn volleybal met bijhorende handdruk oppikt in de zee. De laatste jaren waren dan ook echt letterlijk een zeereis van luxe tot peddelen als een hond in het water. Momenteel is dat schamele roeibootje waarin ik zit zwaar lek, en ja, we moeten het benoemen zoals het is: corona is de schuldige.

Meermaals stel ik mezelf de vraag – meestal ‘s avonds, als het donker is en het al akelig genoeg is op zo een ruige zee – hoe anderen hiermee om kunnen, hoe anderen dit doen en overleven? In eerste instantie is het dan in functie van een gezin gedacht. Hoe lukt het mensen om ‘fulltime’ te werken, leerkracht van het jaar te spelen en daar bovenop nog eens de dagdagelijkse taken uit te voeren? Snel werd duidelijk dat iedereen hiermee worstelt en dat ik niet de enige ben. En dat ons gezin zeker niet alleen voor de zoveelste keer brokkenpap – dank u, Piet Piraat – eet in plaats van een lekker stukje vers gevangen vis, want daar heeft (bijna) niemand de energie nog voor.

Wat dus een verschil maakt, is dat ik me al van alle luxe had ontdaan voor deze crisis. De afgelopen tien jaar – en zelfs veel langer – heb ik altijd alles gegeven wat ik had. Dat leek na de komst van ons eerste kindje volledig op te zijn, zo’n drie jaar geleden. Maar blijven gaan en de vele signalen van allerlei soorten stormen negerend, bleef ik verder koers zetten. Tot ik schipbreuk leek te lijden. Net op tijd op de hoorn geblazen en ja, mijn bootje kreeg weer roeispanen. Meer dan dat was er niet, geen vislijn om iets van energie te vangen. 

Angst en paniek

En wat gebeurde er toen? Lockdown op mijn prachtig jacht. Het eerste, nieuwe lek kwam de dag nadien, waarbij paniek me overspoelde. Angst voor de komende weken, schrik om opgesloten te zijn en geen rust meer te kunnen voelen van een frisse zeebries. 

Week één volgde en die overleefden we, allemaal. Het lek was met een pleister bedekt en leek het even te houden. Tot week twee aanbrak en het water er met bakken naar binnen stroomde. Ergens was er ook een groot jacht in de buurt dat iets te dicht kwam en een verkeerde beweging maakte, want zonder dat ik doorhad wat er gebeurde was er opnieuw een gat in mijn bootje. Wederom stroomde het water naar binnen en de weinige energie en moed die nog zwommen, verdronken erin.

Schuldgevoel, schaamte, falen en onbegrip

Meneer Schuldgevoel en mevrouw Schaamte maakten de volgende lekken. Schuldgevoel naar mijn gezin in de eerste plaats. Twee perfect gezonde kinderen en een partner die doorheen de jaren een doorwinterde zeekapitein is geworden door met mij al heel wat woelige waters te doorzwemmen. Schuldgevoel om niet bij te kunnen dragen hieraan. Geen moed meer om te vissen, geen energie om samen fijn van de tijden op zee als gezin te genieten en het mooie en spannende van de storm te bewonderen (want ergens blijft er echt wel een klein stemmetje in mij ervan overtuigd dat er wél mooie zaken hieruit voortkomen). 

Naast het gezin is er ook een enorm schuldgevoel tegenover de maatschappij. Al jaren probeer ik me in te zetten voor een samenleving waarin ik het belangrijk vind iets waardevols te kunnen bijdragen. Maar sinds een aantal maanden is die bijdrage niets meer dan het ontvangen van een maandelijkse portie aas om zelf te kunnen vissen. Laat duidelijk zijn dat dit niet goed doet om je zelfvertrouwen een boost te geven. Kleine en hoge golven vermomd in opmerkingen of meningen van anderen maakten dit ook niet beter. Schaamte, Falen en Onbegrip deden aldus hun intrede.  

Hoeveel mensen het ook willen begrijpen – al valt dat aantal wel mee, het is namelijk nog altijd gemakkelijker te doen alsof je alles perfect onder controle hebt – en een extra roeispaan willen gooien, zolang die mensen niet op een lekkend stukje hout hebben gezeten en echt dreigen kopje onder te gaan, dan mag de wil nog zo groot zijn, het begrijpen is niet mogelijk.

Vandaar dit kleine verhaal, om de mensen die ook op een leeglopend bootje hebben gezeten of nog steeds zitten, om net hen een hart onder de riem te steken. Of beter: om hen een extra reddingsvest toe te gooien. Want écht en oprecht begrip kan omgezet worden in iets waarmee je kan peddelen, waarop je kan rusten of wat je helpt om niet te verzuipen.

Dat laatste doen we allemaal ook, elk op onze eigen manier. De vraag is hoelang we onder water blijven en of we aanspoelen op het strand of hierdoor een stoerdere zeebonk(in) kunnen worden.