We moeten niet altijd sterk zijn

Niet zo lang geleden hadden we met vier vrouwelijke collega’s afgesproken om iets te eten bij mij thuis. Eén van hen was nog maar vier maanden daarvoor voor de tweede keer mama geworden en had haar baby meegenomen. Na het eten ging ze in de zetel zitten met haar dochter op de schoot  en ik zag dat ze alle twee in slaap vielen. Uitgeteld. De rest van ons gezelschap babbelde stilletjes verder. De jonge mama zei ook nog iets. Tot ze ineens tranen in de ogen kreeg. En de tranen bleven maar stromen, hoe graag ze ook wilde dat ze stopten. ‘Sorry, sorry, sorry!’, snikte ze, ‘ik ben gewoon zo over-emotioneel de laatste tijd, het is puur de vermoeidheid…’

Over onze grenzen gaan

De tranen bleven zachtjes vloeien, en we (allemaal moeders) kregen zelf een beetje tranen in de ogen. Want we wisten exact op welk punt ze zat. We waren alle drie op dat punt geweest, zij het dat het bij de ene al wat langer was geleden dan bij de ander.

Dat punt is: drie à vier maanden na de bevalling, als het ‘ergste’ (lees: slapeloze nachten) zogezegd achter de rug is. Maar ik kan bevestigen: het is net op dàt moment dat de vermoeidheid het zwaarst op je hoofd valt. Baaam, met een luide knal. Want je hebt er dan al enige weekjes opzitten van slapeloze nachten. En meestal begin je terug met je werk. Probeer je voor iedereen goed te doen, zowel op je werk als voor je baby en rondlopende kinderen. Wat maakt dat je, of je nu wilt of niet, meestal over je grenzen gaat. En ben je in de meeste gevallen al heel blij dat je de avond haalt en kunt gaan neerliggen om hopelijk wat bij te slapen.

Tranen kunnen opluchten

Anyway, toen ik de tranen van de mama in kwestie zag stromen, kon ik maar één ding denken: dat het toch keinormaal is dat je bij tijd en stond eens heel goed moet huilen? We moeten ons al veel te vaak sterk houden. Doen altijd maar voort. Maar waarom zouden we altijd zo sterk moeten zijn, zeker onder mede-mama’s? Zij die normaal gezien wel weten hoe heavy het soms is?

Ik vind: als (pas bevallen) mama van één/twee/drie… kinderen hebben we eigenlijk recht op een goed potje bleiten af en toe. Baby/kindje weent, mama weent (zij het hopelijk iets minder dan de baby :-)). Dat lucht op, dat doet deugd, en daarna kunnen we er hopelijk weer wat beter tegen.

Ook een mama mag eens getroost worden. Heeft recht op schouderklopjes. En ze hoeft daar echt niet zo vaak sorry voor te zeggen.