Zorgen voor mama: drie straffe sociaal werkers vertellen hun verhaal

  • door Mamabaas

In Zorgen voor mama vertellen zes mama’s over wat het betekent om met je gezin in armoede te leven en hoe moeilijk het is om met vooroordelen om te gaan. Op het scherm zie je Claudia Di Vaio, sociaal werker bij Kind en Gezin. Ze toont in de reeks hoe het er werkelijk aan toe gaat in haar job. Kind en Gezin telt bijna 40 sociaal werkers en 80 gezinsondersteuners, verspreid over heel Vlaanderen. In dit artikel vertellen Claudia en haar twee collega’s, Marina en Veerle, over hun kijk op het leven als sociaal werker.

Claudia Di Vaio

Wie is Claudia?

Claudia is 42 en ging in 2004 aan de slag bij Kind en Gezin als sociaal werker. Ze ondersteunt gezinnen in armoede en zoekt mee naar manieren om hen een extra duwtje in de rug te geven om zo sociale ongelijkheid weg te werken.

Veel gezinnen worden immers geconfronteerd met kansarmoede, verslavingen, gebrek aan een sociaal netwerk of intrafamiliaal geweld. Samen met hen bekijkt ze wat de werkpuntjes zijn en wat ze precies nodig hebben in hun specifieke situatie – zo bouwt ze een brug tussen hen en de nodige ondersteunende diensten. Daarnaast probeert ze ook om kansarmoede te sensibiliseren: ze probeert om een ruimer verhaal te schetsen, want kansarmoede draait niet enkel om geld.

Mensen in armoede verdienen meer begrip en mildheid.

“Ik heb meegewerkt aan het programma Zorgen voor mama omdat ik de kijkers wil laten zien welke impact armoede heeft en tegen welke problemen kansarme gezinnen aanlopen. Nu, het is niet vanzelfsprekend dat die mensen het hele land laten meekijken in hun leven. Vaak nemen gevoelens als schaamte en schuld de overhand en zijn ze bang om veroordeeld te worden. Ik hoop dat mensen meer begrip en mildheid kunnen opbrengen voor mensen in armoede leven en dat we het taboe errond kunnen doorprikken. Ik vind het echt erg wanneer mensen over elkaar oordelen zonder te weten welke bagage de ander draagt.”

“Ik ben bang dat alsmaar meer gezinnen in een moeilijke situatie leven. Zeker nu, tijdens de coronacrisis. Sommige mensen verloren hun job en een groot stuk van hun netwerk en dat bracht veel spanning en stress met zich mee. In het begin van de crisis vielen de huisbezoeken nagenoeg stil en was er veel minder sociale controle. We verloren het zicht op de gezinssituaties waardoor sommige nu nog schrijnender zijn geworden. Corona heeft wel degelijk bij kwetsbare gezinnen voor meer ellende gezorgd. Maar er moeten ook structurele veranderingen komen. Bepaalde zaken in onze maatschappij zijn gewoon zo georganiseerd zodat mensen geen kans krijgen om zich uit de armoede te werken”

“Het moeilijkste vind ik de steeds terugkerende frustraties over administratie. Die bureaucratie in België – het is echt ongelooflijk. Armoede is een fulltime job, waarbij gezinnen proberen te overleven. Vaak hebben ze dan ook de energie niet meer om alles van naald tot draad uit te pluizen. Zo lopen ze vaak een hogere tegemoetkoming mis of gaan ze niet meer naar de dokter omdat ze geen tussenkomst krijgen. En dan heb ik het nog niet gehad over de gigantisch lange wachtlijsten.”

“Er zit een diepgewortelde strijdvaardigheid tegen onrecht in mij – al die frustraties zijn mijn drijfveer om mijn werk goed te doen. Ik vind dat iedereen het recht heeft om gelukkig te zijn, het leven zelf vorm te geven en erbij te horen in de maatschappij. Ik vind het dan ook hartverwarmend wanneer gekwetste ouders zich opnieuw durven openstellen en een vertrouwensband met mij aangaan. Ze moeten opnieuw in zichzelf leren geloven en groeien – niet alleen voor henzelf, maar ook voor hun kinderen.”

Marina Jaime Jacome

Wie is Marina?

Marina woonde vroeger met haar zoon en haar voormalige man in Ecuador. Na de scheiding besloten ze te verhuizen naar België, het thuisland van haar man, omdat haar zoon hier meer kansen zou krijgen.

Marina woont ondertussen al meer dan 10 jaar in Antwerpen. Eigenlijk is ze biologe van opleiding, maar ze verloor haar hart aan de sociale sector. Sinds 2012 werkt ze voor Kind en Gezin in Antwerpen centrum, eerst als gezinsondersteuner en vanaf 2018 als sociaal werker. Dankzij haar ervaring in de sociale sector en haar achtergrond als migrant, kan ze haar voor de volle 100 procent inzetten.

Iedereen is gelijk en verdient onze ondersteuning.

“In Antwerpen wonen heel veel kwetsbare en kansarme gezinnen die vaak geen papieren hebben. Nochtans is een geldige verblijfsvergunning erg belangrijk, aangezien de meesten dan recht hebben op bijvoorbeeld het Groeipakket, de mutualiteit, ondersteuning van het OCMW en ga zo maar door. Door die financiële hulp en met de juiste begeleiding kunnen gezinnen echt iets moois opbouwen. Als een gezin dan toch geen verblijfsvergunning krijgt, heb ik het vaak moeilijk. Mensen zijn mensen, ouders zijn ouders. Of je nu een verblijfsvergunning hebt of niet. Iedereen is gelijk en verdient hulp.”

“Het geeft me voldoening wanneer ik gezinnen stap voor stap zie vooruitgaan. Een voorbeeld dat nog levendig in mijn geheugen zit, is dat van een gezin met vier kinderen. De mama en de kinderen verbleven hier zonder papieren en hadden dus geen mutualiteit. Door in gesprek te gaan met het gezin, ontdekte ik dat de papa een Belg was, wat betekent dat de kinderen die nationaliteit ook konden krijgen. Ik vond het heel sterk hoe ze zich zelf door de administratie worstelden om dit in orde te brengen – dat vraagt immers veel moed en volharding. Je ziet maar, soms volstaat het om hen op hun rechten te wijzen en een duwtje in de rug te geven. Weten dat we er voor hen zijn, doet al veel.”

“Helaas heeft corona voor veel moeilijkheden gezorgd, zo raakten gezinnen vaak sociaal geïsoleerd. Veel gezinnen komen immers graag naar ouderbijeenkomsten of samenspeelmomenten, maar door de pandemie viel dat allemaal weg. Meestal zijn die ook bang om buiten te komen, waardoor sommige gezinnen helemaal niets meer hebben en elke dag tussen dezelfde vier muren zitten.”

“Tegenwoordig moet je nu ook overal online of telefonisch een afspraak maken en dat is een erg grote drempel voor heel wat gezinnen. Gelukkig kunnen wij het voor die mensen dan iets makkelijker maken. Positief is wel dat de online dienstverlening, zoals die van het OCMW, succesvol verloopt. Soms met handen en voeten en met online vertaaltools, maar het lukt.”

Veerle Gheeraert

Wie is Veerle?

Veerle is sociaal werker bij Kind en Gezin in Gent. Zo gaat ze op kennismakingsgesprekken met aanstaande ouders en doet ze ook huisbezoeken bij kersverse ouders waarbij allerlei thema’s aan bod komen. Dat prille contact is erg belangrijk. Drempels opsporen, signaleren en wegwerken is immers de kern van haar werk. Sinds 2020 werkt ze voor Kind en Gezin dat samen met de hulpverlening van Jeugdhulp deel uitmaakt van het agentschap Opgroeien.

We willen elk gezin maximale kansen geven om te groeien.

“Voor sommige vrouwen is de drempel te groot om naar een huisarts of een gynaecoloog te gaan: vaak hebben ze geen geldige verblijfvergunning of spreken ze de taal niet. Daarom organiseren we om de twee weken een zitting op het prenataal consultatiebureau waar vrouwen gratis kunnen langskomen met vragen over zwangerschap en gezinsplanning. Op die manier willen we de meest kwetsbaren opvangen en hen zo snel mogelijk de weg wijzen naar een gynaecoloog. Ik ben altijd door het dolle heen als we ervoor kunnen zorgen dat een vrouw toegang krijgt tot bepaalde rechten zoals de mutualiteit en na een paar weken of maanden terechtkan bij een gezondheidscentrum of bij een gynaecoloog.”

“Ons team zet ook heel sterk in op rondtrekkende woonwagenbewoners op het doortrekkersterrein. We werken daarvoor nauw samen met de terreinbeheerders in Gent. We bieden die kwetsbare doelgroep een intensievere begeleiding en zetten alles op alles om te zorgen dat we die gezinnen kunnen ondersteunen vanaf het begin van de zwangerschap tot hun kindje drie jaar oud is. Daarom ga ik regelmatig langs op het doortrekkersterrein om mezelf en Kind en Gezin een gezicht te geven. Dat contact schept vertrouwen, zo maak ik duidelijk dat we echt een aanspreekpunt zijn.”

“Met het team zoeken we steeds naar nieuwe manieren om de sociale drempels bij andere doortrekkersterreinen in Vlaanderen weg te werken. Dat begint geleidelijk aan zijn vruchten af te werpen. Door een goed en regelmatig contact te onderhouden en vertrouwen op te bouwen, proberen we de weg te tonen naar onze consultatiebureaus.”

“Voor kwetsbare gezinnen was het afgelopen jaar extra zwaar. De dienstverlening is een pak verminderd, zelfs met ons laagdrempelig aanbod. Daarom zoeken we samen met de gezinnen naar creatieve manieren om hen tóch bij te staan. Zo Whatsappen en bellen we bijvoorbeeld in verschillende talen en gebruiken we een online vertaalfunctie om de communicatie te vergemakkelijken. Ondanks de moeilijke omstandigheden zie ik dat de gezinnen die ik ondersteun, een ongeziene kracht hebben om voor hun kinderen te zorgen. En in de toekomst moeten we blijven geloven in die kracht.”

Meer info?

Klik hier voor meer info over Kind en Gezin.
Lees het uitgebreide interview met Claudia op opgroeien.