Welk speelgoed past bij welke leeftijd?

Speelgoed is er in de eerste plaats natuurlijk om kinderen plezier te laten beleven, maar tegelijkertijd kan het ook leerrijk zijn. Wat stimuleer je nu het beste bij je kindje? Het spelen of het leren? Of de twee tegelijk? Janneke helpt je op weg. 

Per leeftijd?

Een overzicht geven van al het bestaande speelgoed per leeftijd is een moeilijke (euh … onmogelijke) taak. Soms staat naast de gebruikelijke leeftijd ook het 'leerrijke' aspect aangeduid op een speeltje, maar die grenzen zijn helemaal niet strikt.

Als ouder probeer je je uk wel eens uit te dagen om net iets verder te gaan in de spelontwikkeling, zonder al te veel te forceren uiteraard, gewoon wanneer je merkt dat je kind er klaar voor is. Bijvoorbeeld als je ziet dat het uitgekeken is op het huidige arsenaal speelgoed of als het er meer mee wil doen dan datgene waarvoor het bestemd is.

Hoe een kind speelgoed gebruikt, hangt nauw samen met ontwikkelingspsychologie, en meer specifiek met de ontwikkeling van 'spel'.

Belangrijk:

  • Begin niet direct te panikeren als kind plots weer met 'oud' speelgoed begint te spelen; dat geeft een gevoel van veiligheid en voorspelbaarheid en bijgevolg ook van rust. (Vandaar dat kinderen ook zo graag dat babyspeelgoed blijven bovenhalen.)
  • Als ouder kun je speelgoed geven dat aansluit bij de ontwikkelingsfase van je kind, maar je kunt je pruts ook uitdagen om er al wat meer mee te doen. En beide kun je vaak met eenzelfde speeltje.
  • Onthoud gewoon dat het belangrijk is dat je je kleintje niet pusht. Probeer mee te gaan in zijn/haar ervaringen. Spelen blijft in de eerste plaats plezier maken. 
  • Tip: als je merkt dat je kind wat uitgekeken is op zijn speelgoed, doe het dan in een doos of in een kast en haal ander speelgoed boven. Een handig systeem is om met doorzichtige dozen te werken. Het (oudere) kind mag dan zelf de doos kiezen waarmee het wil spelen (knutselgerief, barbies, blokken) en wordt op die manier ook niet overstelpt door te veel speelgoed ineens.  Het zorgt ook voor de nodige afwisseling.

Overzicht speelgoed per leeftijd

Nota: dit schema is dus voor alle duidelijkheid niet exhaustief.

0-2
  • explorerend speelgoed
  • tactiel speelgoed (verschillende stoffen op speelgoed, speelgoed met geluid, beweging ...) 
  • Grove motorische speelgoedpuzzels, blokken ...
2-4
  • Samen spelen, bouwen, dingen uitproberen; trein, racebaan, waterbak ...
  • Imiteren van dagelijkse handelingen: poppen, keukentje, stofzuiger ...
  • Speelgoedmateriaal uit alledaagse werkelijkheid
  • (Fijn)motorisch knutselmateriaal zoals wasco's, vingerverf ... 
  • Spel dat de fantasie ondersteunt: duplo, auto's, speelgoeddieren, poppetjes ...
  • Fijne motoriek: duploblokken, gemakkelijke puzzels
4-6
  • Constructiemateriaal: clics, blokken, lego ... (fijn motorisch)
  • Fantasiespel: verkleedkledij, poppenkast, poppenhuis, spelfiguren, speelgoeddieren, playmobil met burcht, boot, winkeltje ...
  • Energiek en fysiek spel
  • Creativiteit: verschillende knutselmaterialen
  • Gezelschapsspelletjes op gemakkelijk niveau
  • Automat met auto's, verkeersborden ...
  • Moeilijkere puzzels (staat leeftijdsaanduiding op), knikkers ...
6-8
  • Lego, constructief inzicht, playmobil... 
  • Veel energiek spel, rollenspelen, fantasie, gezelschapsspelen ...
 

 

 

De evolutie tijdens de eerste twee levensjaren

1 jaar: op ontdekkingstocht

Tijdens het eerste levensjaar zit een baby’tje volop in de ontdekkingsfase van de omgeving en wereld om zich heen. Het is dan niet abnormaal dat speelgoed niet het enige boeiende is, of zelfs soms het minst interessante. Speelgoed waarmee een kind vertrouwd is, heeft het al verkend. De omgeving daarentegen, die blijft telkens iets nieuws bieden om te ontdekken ... Bovendien is de motoriek nog volop in ontwikkeling is. Het gaat van kijken naar grijpen, naar zitten, naar kruipen ... En telkens gaat er een nieuwe wereld open. 

Van 1 naar 2: naar functioneel en symbolisch

Speelgoed is vaak aangepast aan die spannende ontdekkingsreis: het gaat bijvoorbeeld van hele grote blokken naar kleinere stukken; de grove motoriek evolueert immers naar fijne motoriek.

Kinderen zullen speelgoed in hun eerste levensjaar vooral manipuleren en exploreren: wat is dit, wat kan ik hiermee doen? Ze stoppen voorwerpen in hun mondje, grijpen ernaar ... Ze gaan heel actief om met verschillende materialen. Vandaar dat het speelgoed veelal draait rond lichaamsgerichte of zintuiglijke zaken zoals de tastzin (zacht-hard) of geluid.

In de loop van het tweede levensjaar wordt het spel functioneler: kindjes gebruiken het materiaal stilaan waarvoor het in feite gemaakt is. Je zult je bengel behendig figuurtjes van een puzzel in het juiste vakje zien stoppen, de woonkamer zien poetsen met een speelgoedstofzuiger of aantreffen achter het fornuis van een minikeukentje.

Uiteindelijk ontwikkelt zich ook het meer symbolische spel, waarbij de fantasie centraal staat en de echte functie van het speelgoed en materiaal er soms niet meer toe doet. Een bord wordt een heus autostuur, een bed wordt een gigantisch prinsessenkasteel, een speelgoedauto dient als haarkam.

Na de peuterleeftijd: samenspel

Daar waar kinderen voor hun 4 jaar vooral met zichzelf en hun eigen ontwikkeling bezig zijn, kunnen ze vanaf hun vierde steeds beter 'samen' met hetzelfde speelgoed spelen. Maak je dus niet al te veel zorgen als je peuter vaak op zijn eentje speelt; het hoort bij een normale ontwikkeling. Natuurlijk moet je er een beetje op letten dat kinderen zich niet compleet gaan afzonderen van anderen, want sociale ervaringen en interessen zijn natuurlijk ook wel belangrijk.