Zeven verschillen tussen je eerste en een derde zwangerschap

Het verschil tussen een eerste en een derde zwangerschap? Euhm… behalve het feit dat je boezem elke keer uitzet, je je op het einde een walvis voelt en je voor een tijdje je voeten kwijt bent (gelukkig stellen de stekende pijnen erin je wel gerust dat ze er naar alle waarschijnlijkheid nog wel ergens aanhangen)? ALLES! Een klein overzicht.

7 verschillen tussen eerste en derde zwangerschap

  1. Eerst en vooral: je reactie op het heuglijke nieuws van de prille zwangerschap. Bij de oudste is het alsof je de Lotto hebt gewonnen. Je springt en danst op het bed. Omdat die twee kindjes je wel bevallen en je een groot gezin mooi vindt, besluit je na een tijdje om nog eens op de Lotto te spelen. Maar bij het nieuws van je derde zwangerschap moet je een week op de rand van het bed gaan zitten om te bekomen van het gewenste, maar lichtjes onverwachte nieuws (Zo snel! Weer! Zwanger!). Sinds dat moment geloof je weer in onbevlekte ontvangenissen.
     
  2. Het bijhouden van de zwangerschap zelf. Als ze je tijdens een eerste zwangerschap vragen hoever je al bent, zeg je fier: 17 weken en 2 dagen! Je beleeft alles heel intens, houdt alles heel nauwkeurig bij. Bij een derde antwoord je: ‘Goh, ergens in het midden zeker?’ Met een beetje geluk herinner je je nog net de maand waarin je bent uitgerekend.
     
  3. Het begrip ‘vermoeidheid’ krijgt een andere invulling. Bij een eerste plof je ‘s avonds helemaal uitgeput in de zetel. Nadat je lieve, begripvolle man de verplichte literatuur heeft moeten lezen over de do's and don'ts bij je zwangere echtgenote kun je hem nog net overtuigen om je badje te laten vullen en je rug te masseren. Tijdens een derde zwangerschap zit je bad vol kinderspeelgoed en ben je al lang blij dat de twee al rondlopende kinderen je je hoofd vol shampoo laten uitspoelen onder de douche. Je leeft op automatische piloot; 'moe zijn' is niet meer aan de orde.
     
  4. Je reactie bij een harde buik… Bij een eerste leg je je onmiddellijk plat bij de minste verharding van je buik. Bij een derde sus je jezelf na een dagje binnenspeeltuin en met een harde buik die op ontploffen staat door te stellen dat het allemaal geen kwaad kan, zolang je maar kunt verklaren vanwaar die harde buik komt.
     
  5. Je geloof in zwangerschapsmythes- en legendes. Op het einde van je eerste zwangerschap werk je massa's ananas en liters tonic naar binnen. Je poetst als een bezetene zo veel mogelijk ruiten, want het zou maar eens moeten waar zijn dat je daardoor sneller in arbeid gaat. Je volgt moedig zwangerschapsyoga, je gaat wekelijks zwemmen en je volgt nauwgezet je prenatale, omdat het zijn nut bewezen heeft om zo natuurlijk mogelijk te bevallen, scheuren te vermijden en de pijn optimaal te kunnen opvangen… Bij een derde laat je de ruitenwasser komen en ga je zo veel mogelijk in de zetel liggen zodra je de kans hebt (wat al bijna nooit is). Beentjes in de lucht en klaar is Kees!
     
  6. De voorbereiding. Je valies, inclusief druivensuiker en nieuw slaapkleed (kwestie van toch wel een beetje in stijl bevallen… as if!) staat bij je eerste al WEKEN van tevoren klaar. Meer zelfs, je staat gewoon kilometers voor op het schema dat je afprintte van het internet. Je bereidt je voor op een 'gigantische plas' vruchtwater en je zeult overal handdoeken en plastic zakken mee naartoe, want je water zou maar eens moeten breken als je in de auto of op één of andere stoel/sofa zit. Uiteindelijk zul je je tien dagen na de uitgerekende datum moeten laten inleiden… Bij een derde vang je het meeste van je weeën op terwijl je de twee andere kinderen nog in bad en in bed steekt en je komt net op tijd in het ziekenhuis aan. Je hebt nog snel een groot T-shirt van je man meegegrist om aan te doen tijdens de arbeid.
     
  7. Het respect bij je man. Tijdens je eerste bevalling vraagt hij je nog af en toe of hij iets voor je kan doen en dept hij heel voorzichtig het zweet van je voorhoofd met een koel washandje. Bij een derde klaagt hij tijdens je weeën dat hij moe en hongerig is. Of je krijgt regelmatig uitspraken naar je hoofd geslingerd zoals ‘Gaat het nog lang duren?’ en ‘Ik weet wat je meemaakt schatje, ik heb al eens een niercrisis gehad’.

Maar ach, eenmaal je dat gigantisch pakje eigenheid op je borst mag leggen, staat de wereld, bij elke bevalling, weer even stil. Het blijft een wonder, en je weet dat je een ongelofelijke gelukzak bent...