Ik ben niet rijk. Of toch niet als je rijkdom uitdrukt in spaargeld of een grote villa. In euro’s kom ik niet heel ver. Maar als het over de liefde voor mijn kinderen gaat, dan voel ik me wel de rijkste persoon op aarde. De liefde die ik voor hen voel is overweldigend. Allesomvattend. Het ouderschap is met grote voorsprong het mooiste en het beste wat ik ooit gedaan heb in mijn leven. En misschien klinkt het hebberig, maar ik zou zo graag nog meer kinderen willen. Maar financieel is dat gewoon geen optie.
Het is niet dat wat ik nu heb niet genoeg is. Integendeel. Maar mijn hart heeft gewoon ruimte voor meer. Ik heb al zó vaak zitten dagdromen. Ik heb al bedacht welke namen ze zouden krijgen. Ik zie ze voor me: hoe ze eruit zouden zien, we ze zouden zijn, hoe hun persoonlijkheid zich zou vormen. Ik stel me een lange tafel voor, extra stoelen – en extra chaos. Meer handjes om vast te houden. Meer stemmen door elkaar. Meer liefde.
Maar dan komt de realiteit binnen. Altijd weer. De prijzen. De opvang. De schoolkosten. De kleren waar ze om de haverklap uitgroeien. De sportclubs, de hobby’s, de onverwachte rekeningen. En dan sta ik weer met beide voetjes op de grond en besef ik: dat is gewoon niet voor ons weggelegd. Niet als ik rationeel ben. Niet als we hen een stabiele, zorgeloze toekomst willen bieden.
Want liefde betaalt geen facturen. Liefde vult geen brooddozen. Liefde dekt geen studiekosten later. En dat besef doet pijn. Meer dan ik soms wil toegeven.
Ik weet dat ik dankbaar zou moeten zijn voor de kinderen die ik heb. En geloof me, dat ben ik ook. Elke dag opnieuw. Ik besef hoe bevoorrecht ik ben, hoe veel ouders hier alleen maar van kunnen dromen. En toch mag dit gevoel er ook zijn. Dat stille gevoel om wat er zou kunnen zijn – maar wat er niet is. Dat knagende gevoel omdat een grote droom strandt op iets banaals zoals geld.
Het voelt oneerlijk. Alsof liefde, zorg en toewijding minder zwaar wegen dan je banksaldo. Alsof de grootte van je gezin niet bepaald wordt door je hart, maar door je portemonnee.
Maar de realiteit is wat ze is. En die realiteit vertelt ons dat het niet verstandig zou zijn om ons gezin uit te breiden. Dat onze kinderen er de dupe van zouden zijn als we ons hart zouden volgen in de plaats van ons verstand.
En dus moet ik verder met een dubbel gevoel. Intens gelukkig om wat ik heb, maar tegelijk rouwend om wat ik nooit zal hebben. Want dromen botsen soms met de realiteit. En dat betekent dat ik iets moet loslaten wat ik heel graag had vastgehouden ...