vrouw in rouw

Post Partum Perikelen - Het onverwachte verlies van onze jongste broer

12/10/2023

Voor Robin
De onnozele, soms zo vreselijk irritante kleine broer
die we toch zo ontzettend graag zagen.
En nog steeds.
Voor altijd in ons hart.

2019. De zomer ging net van start. De zon lokte het volk naar buiten, het warme weer deed je kleren tegen je lijf plakken en er hingen massa’s plannen en beloften in de lucht. Niets had ons op dergelijk nieuws kunnen voorbereiden.

Het zou een geweldig weekend worden. De allereerste keer alleen op reis met mijn grote zus. Grote zus, met een gezin met twee kindjes, ging samen met mij zot doen: aangezien we onze favoriete band Muse niet in België konden zien, dachten we om lekker naar hun concert te gaan in Parijs. Ik weet nog goed dat ik het een beetje grappend voorstelde aan mijn zus. En tot mijn verbazing kwam er meteen een ‘ja’. Geweldig toch? Samen citytrippen en dan genieten van een concert in Stade de France. Het begin van wat normaal een zalige, onvergetelijke zomer had moeten worden. Ja, onvergetelijk is die rotzomer wel geworden.

Geraken we wel in Parijs?

Mijn zus had precies al een voorgevoel, alsof we beter niet konden vertrekken. Voor haar was het de eerste keer dat ze haar lieve dochtertjes alleen bij de papa achterliet, wat sowieso al erg spannend was. Helaas besliste het spoor om het vertrek nog een stuk spannender te maken door onze Thalys meer dan twee uur vertraging te schenken. We stonden maar te wachten op het perron, daar in Antwerpen-Centraal. Via de app bleek de trein dan uiteindelijk maar tot in Brussel te rijden. 

Aangezien we weer “heel veel” informatie kregen, trokken we een beetje wanhopig van de min twee helemaal terug naar boven, naar de inkomhal, naar de loketten. Daar was het volop aanschuiven, was er nog een ongeduldige vent die het nodig vond om voor te steken en maakte een andere amok omdat het aanschuiven te lang duurde. Toen we dan eindelijk aan de beurt waren, werden we even wijs als we waren als op het moment dat we in die ellendige wachtrij waren gaan staan. Noppes dus.

‘Rijdt de Thalys nog door tot in Parijs?’ vroegen we.
Ja ja, de Thalys rijdt naar Parijs,’ antwoordde de loketbediende, die er duidelijk niet veel zin in had.
Och, meen je dat? Dat wisten we nog niet.
‘Ja, maar rijdt déze Thalys nog naar Parijs? De website zegt iets anders?’ probeerden wenogmaals.
Met een diepe zucht en een gezicht alsof we oerdom waren, tokkelde de bediende op de computer.
‘Hij rijdt naar Parijs.’
Fucking hell, wat een debiel. Daar hadden we dus geen reet aan.

We gaven op, wachtten terug op het perron. De Thalys die na de onze moest komen, arriveerde. We twijfelden, sprongen toch op de deze. We waren niet alleen. Een grote meerderheid wurmde zich erop. Trekken, duwen, schelden. Gezellig. Gelukkig konden we allebei nog een plekje bemachtigen zonder bloedvergieten.

Opgelucht waren we, dat we misschien toch nog ergens vandaag in Parijs raakten. Moe waren we. We waren allebei nog gaan werken vandaag en de vermoeidheid van de afgelopen werkweek overviel ons die vrijdagavond.

Op de trein werd omgeroepen dat we in Brussel zouden wachten op de brave mensen die toch gewacht hadden op de Thalys met de reusachtige vertraging. Blijkbaar was die eindelijk aangekomen, en reed die maar tot in Brussel. We wisten het, fucking NMBS.

Uiteindelijk was het bijna middernacht toen we in onze B&B arriveerden. Zelf was ik in mijn nopjes. we waren er geraakt! Na de trein, twee metro’s én een wandeling in een donkere, niet al te gezellige wijk waar we de weg niet kenden, waren we toch maar mooi heelhuids op onze bestemming geraakt. Ik was trots op mezelf. Mijn zus was eerder moe. En voelde zich slecht.

‘Precies alsof ze me duidelijk willen maken dat ik mijn kindjes niet alleen mag laten,’ gaf ze aan. Zelf was ik toen nog geen moeder. Vandaag begrijp ik haar volledig. En helaas had ze gelijk. We waren beter thuis gebleven.

De gemiste oproep

Nog steeds lijkt het alsof er grote brokken van het weekend gewoon gewist zijn. Alsof na het telefoontje een knop werd ingeduwd: ‘Oké, dit verwijderen we. Je hoeft hiervan helemaal niets te onthouden.’ Er was ook werkelijk niemand die het ook maar in zijn hoofd haalde om te vragen hoe ons weekendje geweest was. Het was totaal niet belangrijk meer.

Uiteraard zijn er wel fragmenten. Zo besloten we na een verkennende wandeling in de buurt van Stade de France toch maar de metro te nemen. ’s Nachts wandelen leek ons in die grauwe buurt een beetje gevaarlijk. Er moest ons maar iets overkomen! Hoe stom voelden we ons achteraf. Wij maakten ons zorgen over onze veiligheid, terwijl de dood ons achter onze rug koudweg bij ons nekvel greep.

Verder was het ook in de late namiddag dat we onze Robin, onze jongste broer, nog via WhatsApp hoorden. Mijn grote zus, mijn grote broer, Robin en ik hadden samen een WhatsApp-groepje. Hij vroeg wat we zoal van cadeautjes hadden gekocht voor papa. Het weekend hierop zouden we namelijk met het hele gezin barbecueën bij mij in de tuin. Juli was een feestmaand voor ons. Vier van de zes gezinsleden verjaren deze maand. Ter ere van die verjaardagen gingen we het volgend weekend gezellig maken en al die verjaardagen vieren. Daarnaast keek ik er enorm naar uit om iedereen bij ons thuis te ontvangen. Robin en zijn verloofde waren nog geen enkele keer bij ons thuis geraakt, dus ik verheugde me erop om hen warm te ontvangen. Via WhatsApp grapten we wat met elkaar. Lachen en zeveren, dat konden we goed. Het was de laatste keer dat we ons broertje zouden horen.

Die avond, na een heerlijk zonnig dagje rondstruinen in Parijs, zaten mijn zus en ik nietsvermoedend te smelten op de harde, plastic stoeltjes van Stade de France. Het was die dag een vreselijk hete zomerdag. Het zweet parelde langs ons voorhoofd naar beneden, onze benen plakten in ons klam van het zweet geworden broek aan het zitvlak van ons oncomfortabele stoeltje. Mijn zus at wat Pringles als avondmaal, ik een smakeloze, vettige cheeseburger. Maar ons humeur kon niet beter. We gingen Muse zien!

Nadat het nogal lawaaierige voorprogramma - waarvan ik totaal niet meer weet wie we gezien hebben - afgelopen was, ontdekten we dat we allebei een gemiste oproep van Robins verloofde hadden. Niets hadden we in de mot. Mijn zus sms’te nog met de vraag of alles oké was, dat we onze telefoon niet gehoord hadden vanwege de luide muziek. Er kwam geen reactie meer. Ongerust waren we totaal niet. Toen dachten we nog hoopvol dat ze misschien gebeld had om af te spreken voor haar trouwkleed. We zouden haar morgen - in een stillere omgeving - wel terugbellen.

Terwijl ik voordien de meeste concerten perfect kon herinneren en ik grotendeels kon onthouden welke nummers er gespeeld waren, kan ik over het concert in Parijs niet veel zinnigs meer vertellen. Alleen dat wij ons geweldig amuseerden terwijl we intussen onze broer al kwijt waren. Ook na de helse tocht terug naar onze B&B - die een paar uur duurde, telkens vergeet ik weer hoe hard ik mensenmassa’s haat -, waren we ons van geen kwaad bewust.

Eenmaal veilig op de kamer stuurde ik mijn man een berichtje dat we terug op de kamer waren, om twee uur ’s nachts was hij blijkbaar ook nog steeds wakker. Hij antwoordde meteen en heel liefdevol. Ik dacht gewoon dat hij me miste en ervan profiteerde om het huis volledig voor zichzelf te hebben. Hij wist intussen al wat er gebeurd was. 

Voor het slapengaan checkte ik zelfs Facebook nog even en keek ik naar de likes op mijn foto die ik in het stadion getrokken en enthousiast gedeeld had. Het eerdere bericht van Robins verloofde vond ik niet meteen terug. Eerder die avond had ze klinkende glazen gepost, want haar mama had toegestemd om getuige te zijn. Nog steeds rook ik geen onraad.

Eenmaal thuis haalde ik mijn bericht met de foto weg. En luisterde ik twee jaar niet meer naar Muse.

‘Er is iets heel ergs gebeurd’

De ochtend deed pijn. Het was een korte nacht geweest. Tam en stram trokken we naar het ontbijtbuffet en glimlachten we om de vele hotelgasten die met T-shirts van het afgelopen concert rondliepen. Blijkbaar deelden we de B&B met veel fans.

Terug op de kamer werd mijn zus gebeld. Haar man. Hij kon haar al niet missen, grapten we. Of hij had advies nodig voor het één of ander. 
‘Waarom is T. bij jou?’, hoorde ik haar verbaasd vragen.
De stemming sloeg meteen om. Dit was verdacht. Wat deed mijn echtgenoot op een zondagochtend al om negen uur ‘s ochtends bij mijn schoonbroer, terwijl hij anders zo graag uitslaapt?
‘... op luidspreker zetten?’ vroeg mijn zus.
Een onaangenaam gevoel bekroop me. Er was iets mis. Fronsend liet mijn zus haar man door de kamer klinken. Hij stamelde, er was iets gebeurd. Maar meer kwam er niet uit. T., mijn man, moest het overnemen. Ook hij klonk van streek.

‘Er is iets heel ergs gebeurd,’ zei hij met een bevende stem.
Oma, flitste er door mijn gedachten. Ze heeft enkele dagen geleden een hartaanval gekregen. Papa, volgde meteen na de gedachte aan oma. Hij ligt terug in het ziekenhuis. Afgelopen februari heeft hij tien dagen op intensieve gelegen met een zware longontsteking. Tien dagen intensieve van een verblijf van bijna drie weken. Is hij hervallen?

‘Euhm…’ klonk T.. Hij stond bijna op het punt om te breken, zo fragiel klonk zijn stem. Er volgden nog een paar ‘euhms’. Mijn zus en ik keken gespannen naar haar telefoon. Paniek bekroop ons, ik begon oppervlakkig te ademen.

En dan kwamen die vreselijke woorden eruit. ‘Robin is overleden.’

Het was zo absurd. Een zware steen plofte neer in mijn maag. ‘Wat?!’ riepen we ongelovig. De mijne was zelfs vrij agressief, kwaad. Wat voor een onzin kraamde hij nu uit? Wat een misselijke grap. Het kon niet. Mijn jonge broer, jongste van vier kinderen, ongelooflijke “deugniet” en levensgenieter zonder weerga, nu … ineens … dood? Ik had hem enkele dagen geleden nog gezien, waren nog over zijn trouwplannen bezig geweest.

Mijn zus was net zo geschokt als ik. ‘Dat kan toch niet! Hoe… hoe?’ Tranen rolden over haar wangen. Bij mij kwam er niets. Complete verdoving.

Hakkelend en haperend klonken de woorden barbecue, stukje vlees, verslikt.
‘Een stukje vlees? Een stom stuk vlees?’ vroeg mijn zus ongelovig.

Mijn zus huilde, ik kon alleen maar verstomd naar de telefoon blijven kijken. Het kan niet, het kan niet, het kan niet. Er was kortsluiting in mijn brein. Ik kon het niet vatten. Het gesprek werd praktisch. Hoe geraken we thuis? Willen we nog in Parijs blijven? Vergeet het! We vertelden onze echtgenoten dat we meteen alles zouden inpakken en naar het station zouden vertrekken, dat we gingen proberen om een eerdere Thalys naar huis te nemen. Normaal vertrokken we pas rond vijf uur in de namiddag, maar we wilden hier geen seconde langer zijn dan nodig. We zouden ze op de hoogte houden.

Mijn zus hing op. Het bleef muisstil tussen ons. Mijn maag keerde zich om. Ik voelde me plots misselijk, kreeg buikkrampen. Zwijgend vluchtte ik naar het toilet. Krampen kwamen in golven op, tegelijkertijd wilde ik overgeven. Maar er gebeurde niets. Door en door slecht voelde ik me.

Daarnaast spookten de meest dwaze gedachten door mijn hoofd. Na even met elkaar overhoop te hebben gelegen, zou Robin volgend weekend voor het eerst in mijn nieuwe woonst op bezoek komen. We zouden onze verjaardagen vieren. Ik verliet de badkamer. ‘Nu gaat hij nooit bij me op bezoek zijn geweest!’ stootte ik uit. En toen kwamen de tranen.

De helletocht naar huis … en de Spoed

Terwijl de tranen over onze wangen rolden, begonnen we alles gehaast in te pakken. We moesten hier zo snel mogelijk weg. En wat voor een helletocht werd het. Uitchecken, de metro nemen, in het station toekomen. Het meeste was zwijgend gebeurd. Maar in het station moesten we onze woorden gebruiken om het meest ondenkbare uit te spreken.

In de zeer lange wachtrij voor de loketten moesten we de eerste keer ons verhaal doen. Bij mijn zus kwam het instinct van ‘grote zus zijn’ naar boven en nam ze het initiatief. ‘Notre petit frère est décédé,' legde mijn zus uit. Bij ons beiden stroomden meteen de tranen weer van onze wangen. We geloofden zelf niet wat we zeiden.

Een begeleidster die de wachtrij in goede banen leidde, was zichtbaar geraakt. Haar ogen werden waterig, ze huilde al met ons mee. Ze liet ons weten dat we aan de loketten geen tickets meer zouden vinden voor eerdere treinen. Maar ze raadde ons aan om het personeel van de eerstvolgende Thalys aan te spreken.

We raakten op de eerstvolgende trein. Nadat mijn zus het nog een paar keer had moeten zeggen. Maar hoe vaak ze het ook zei, de woorden drongen niet door. Op de Thalys zocht het personeel zelfs nog vrije zitplaatsen voor ons. We werden met de warmste zorg omringd, maar op het moment zelf ging alles in een waas aan ons voorbij. We waren er wel, maar in ons hoofd speelden de gruwelijkste taferelen zich af. Had hij afgezien? Wat zou hij gedacht hebben? Was hij bang? Of had hij het hopelijk niet te hard beseft?

In Antwerpen-Centraal werden we opgewacht door T. en mijn schoonvader. Huilend stortte ik me in T.'s armen. Mijn schoonvader stond er aangedaan bij. Vraag was: waar naartoe? Naar onze ouders, was het antwoord.

Onderweg in de auto belde mijn zus onze ouders. Geen gehoor. De gsm dan maar. Mama nam op.
‘De Spoed?’ hoorde ik mijn zus vragen.
Ze zijn Robin toch nog aan het helpen, schoot er door mijn hoofd. Gek hoe je brein je voor de gek houdt. Aan elk strohalmpje klamp je je vast. Gewoon omdat je die brute, rauwe en pijnlijke werkelijkheid niet aankunt. Het bleek papa te zijn die er lag. Oh nee, ook dat nog. Slecht geworden met Robin in het ziekenhuis te zien. De misselijkheid kwam weer op.

Op de Spoed in het UZA mocht ik het eerst binnen. Toen ik mijn ouders zag, papa in bed en mama op een stoel naast hem, brak er iets in me. Mama nam me direct vast. Als antwoord klemde ik mijn armen stevig om haar heen. Huilen deden we. En elkaar ongelovig aanstaren. Toen was het tijd om te gaan, zodat mijn zus kon komen.

Mijn oudere broer was intussen ook naar het UZA gekomen, net als de echtgenoot van mijn zus, die babysit had kunnen regelen. Verloren stonden we in de wachtzaal te wachten. Enkele uren geleden had mijn grote broer hier nog gestaan met Robins verloofde, wachtend op het vreselijke vonnis.

Toen de verpleging papa liet gaan, voelden we heel pijnlijk duidelijk voor het eerst het gapende gat in ons gezin. We zijn niet compleet meer. Buiten, aan de ingang van de Spoed, in de stralende zon, bleven we wat verloren bij elkaar staan. Er werden, ondanks onze totale verweesdheid, al enkele praktische afspraken gemaakt. En dan gingen we allemaal uit elkaar.

Het verjaardagskaartje

Thuiskomen voelde heel vreemd aan. Op enkele uren tijd was de wereld compleet veranderd. Het besef hoe broos geluk is, hoe breekbaar alles is, kwam beenhard binnen. Een gevoel van onveiligheid overspoelde me. Hoe kon onze jonge, maffe broer nu ineens doodgegaan zijn? Dat kan toch niet? In een fractie van een seconde was mijn veilige wereld om zeep. Het geluksgevoel en het gevoel van veiligheid waarin ik me waande, was compleet onterecht. Het leven is wreed. Alles komt altijd goed? Ik denk het niet.

Desondanks leek de woonkamer nog steeds hetzelfde. Terwijl ik mijn trolley neerzette, viel mijn oog op het verjaardagskaartje op tafel. Een teddybeertje sierde de voorkant, met het opschrift ‘Gelukkige verjaardag, kleine bengel!’. Het was duidelijk een kaartje voor een klein kindje, maar hier lag het klaar voor Robin. Terwijl ik het had gekocht, zag ik ons al samen grinniken over het kaartje. Als we samen maar onnozel konden doen. Hij zou het zeker gewaardeerd hebben. Zijn verjaardagsberichtje naar mij, vijf dagen eerder, luidde namelijk als volgt:
“Gelukkige verjaardag! Je wordt nu echt al een flinke meid he seg haha. Xxx”
(verstuurd op 02 juli 2019, 04:58 - hij was de eerste die dag)

Het was dom en onnozel, maar het kaartje bracht me volledig van mijn melk. Hij zou het kaartje nooit zien. Het samen grinniken zou er nooit meer van komen.
 

Bestsellers

cover ouders komen van mars

Ouders komen van Mars

€ 21.99
mok legendaddy

Koffiemok | legendaddy

€ 16.95
to do hero gezinsplanner

To Do Hero: Gezinsplanner

€ 18.99

Meilleures ventes