Dag eetstoornis, genoeg is genoeg ©Elisa Guarraci

Dag eetstoornis, genoeg is genoeg – Mijn mama, van afstand naar verbinding

25/11/2022
Mamabaas
Door Mamabaas

Laurence Bauffe strijdt al meer dan 13 jaar tegen een eetstoornis. In het boek Dag Eetstoornis, genoeg is genoeg deelt ze haar verhaal. Van hoe het allemaal begon in haar jeugdjaren, doorheen haar opname en hoe ze nu opnieuw positief in het leven staat. Zo hoopt ze herkenbaarheid te bieden aan mensen die zelf worstelen met een eetstoornis en het taboe rond dit onderwerp te doorbreken. We delen een stukje uit het boek, over de relatie met haar mama. 

Mijn mama, van afstand naar verbinding 

Mijn mama. Als kind had ze niet veel tijd voor mij. Haar succesvolle, drukke horecazaak ging altijd voor. Als klein meisje ging ik in het weekend naar het gezin van mijn doopmeter en in de week was ik voor en na school kind aan huis bij mijn buren, die zelf eigenlijk al twee kinderen hadden. Het is pas daarna dat ik heb beseft hoeveel ik daar was en hoe welkom ik er elke keer opnieuw was. Onze buurvrouw was juf in de school waar ik zat en ik mocht telkens meerijden met haar. Bravo voor hun gastvrijheid. 

Mijn mama. Een intelligente, gedreven zakenvrouw die hard en veel gewerkt heeft in haar leven om te staan waar ze nu staat. Ze was streng, maar door haar werd ik een beleefd en zeer zelfstandig kind. Dat laatste is iets wat ik zeker wil doorgeven aan mijn eigen kinderen. 

Als kind van de derde kleuterklas werd ik afgezet aan het zwembad in Kuurne voor mijn zwemles en een uur later werd ik weer opgehaald. Soms door haar, soms door een goede vriend. Ik moest zorgen dat ik zelf mijn kleren kon uittrekken en mijn badpakje aantrekken; Dat ik mezelf afdroogde toen ik uit het water kwam en mijn kleren weer aantrok. 

En dat ik zeker niets vergat. Ik was het enige meisje dat alleen aankwam in de kleedruimte en ook weer alleen vertrok. Op dat moment had ik daar geen last van. Het is pas later dat je je zulke zaken herinnert. Ze deed hiermee ook niets verkeerd; ze zorgde ervoor dat ik kon leren zwemmen, maar ze had gewoon niet veel tijd om er zich zelf mee bezig te houden. 

Materiaal heb ik dan ook nooit iets te kort gehad in mijn leven. Alles wat ik wilde, kreeg ik. Emotioneel was er wel een gemis. Gevoelens tonen is not done, laat staan erover spreken. Ik heb van thuis uit nooit geleerd hoe mijn gevoelens te uiten en hoe met alle binnenkomende emoties om te gaan. Ze zegt ook alles wat ze denkt heel rechtuit, wat soms bot overkwam bij mij als kind. Maar zeggen dat ze iemand graag ziet, dat heeft ze zelf nooit geleerd en deed ze bijgevolg ook niet. 

Ik zong, danste en turnde graag als klein meisje. Ik weet nog goed dat mijn mama en meme Carine in het café wat aan het opruimen waren terwijl ik liep te pronken met mijn handenstand en rondslag. Het was zomer en ik had een jurkje aan. Zoals elk kind kreeg ik graag aandacht en ik hoor mezelf nog roepen: ‘Kijk, wat ik kan!’ Ik deed een rondslag en eindigde in spreidzit, met mijn benen open. Mijn mama moest lachen en zei tegen haar zus: ‘Goh, Laurence heeft toch dikke billen, hé.’ Dat bedoel ik dus met zeggen wat ze denkt, zonder er veel bij na te denken. Dit was pure voeding voor mijn eetstoornis. Natuurlijk gebeurde dat niet met opzet. Sommige kinderen zouden zich die opmerking ook totaal niet aantrekken en eerder reageren van: ‘Mama, zeg, bedankt hoor!’ Maar ik, ik zei niets en ging weg. Zo gevoelig als ik was, begon ik te huilen in mijn kamer, waar ik zeker was dat niemand het zag of hoorde. Want als je huilt, ben je geen flink meisje …

Of als we naar de winkel gingen om kleding te kopen en ik een broek moest passen. ‘Ja, ze is niet groot, maar ze heeft wel nog een zwaar poepke, het is dus soms wat zoeken naar de juiste maat.’ Ik werd rood en glimlachte geforceerd naar de verkoopster. Ik kon wel door de grond zakken. Met tranen in mijn ogen paste ik de broeken. Please, laat dit voorbij zijn. 

Ik neem trouwens niemand iets kwalijk, voor welke opmerking dan ook. Ik probeer gewoon zelf heel goed op te letten met de uitspraken die ik doe als er kinderen bij zijn. Ik vind het echt lastig als ik andere ouders soortgelijke opmerkingen hoor maken. Ook al besef ik dat ze zich er wellicht niet van bewust zijn, net zoals dat bij mijn mama het geval was. ‘Pas op, wie weet is dat kind ook gevoelig en word er nu ook iets getriggerd in dat hoofdje,’ denk ik dan. 

Mijn mama. Heel prestatiegericht, waardoor ik gestimuleerd werd om goede punten te halen op school. Ik was een braaf kind dat luisterde naar mijn ouders. Telkens als ik met een goed rapport thuiskwam of een werkje voor haar deed, was ze tevreden en kreeg ik een compliment. Welke conclusie trok ik hieruit als kind? Wanneer je iets goed doet en braaf bent, word je graag gezien. Bijgevolg werd ik een echte pleaser die voor iedereen goed wilde doen, omdat iedereen mij dan graag zou zien. Ik heb nooit gepuberd en was een voorbeeldige dochter. 

Mijn mama. Een zeer dominante vrouw. Al jaren zelfstandige, ze is het gewoon om orders uit te delen, maar niet om er te krijgen. Van niemand. Ook ik kreeg als kind veel taakjes. Zo hielp ik al van jongs af aan mee in het café. De klanten vonden dat schattig. Ik wist niet beter. Ik mocht niet in de Chiro op zondag, omdat dat de drukste dag van de week was in de zaak en ik moest helpen, zonder pardon. 

Ook nu komt die dominantie nog boven. Telkens als de haren van mijn dochter bijvoorbeeld los zijn, zal ze zeggen dat ze het mooier vindt in een staartje. Als er een familiefeest zit aan te komen vraagt ze me van tevoren: ‘Je gaat de haren van Anaïs toch niet loslaten, hé? Ze is veel mooier met haar haren vast!’ Vroeger zou ik mij daar enorm aan hebben geërgerd, maar dat niet getoond hebben. Het zijn toch mijn kinderen, ik kan toch zelf wel kiezen wat ik met hun haren doe? Maar nu kan ik die opmerkingen gewoon laten voor wat ze zijn. Ik weet dat ze het goed bedoelt en dat het sterker is dan haarzelf. Ze is gewoon wie ze is en geeft graag haar (ongevraagde) mening. En als ik haar nu een plezier doe met een staartje te maken, dan zal ik voor de rust en vrede ook een staartje maken. 

Wel heb ik met ouder te worden geleerd dat ik NAAST mijn mama sta en niet onder haar. Ik zag haar altijd als machtiger dan mij en haar wil was wet. Het klinkt raar, maar ik was ergens ‘bang’ van haar. Ik liep altijd op de tippen van mijn tenen, bang om iets verkeerd te doen. Nu zou ik al wat meer durven in te gaan tegen haar, op een respectvolle manier. Ik ben nu zelf een volwassen vrouw met een eigen gezin en ik heb ondertussen geleerd om mijn gedachten en gevoelens niet meer in te slikken, maar ze te uiten. We zijn totaal verschillend. Ik ben zo emotioneel, terwijl zij zeer rationeel is, maar we hebben geleerd hoe met elkaar om te gaan. Die balans was lang zoek, maar zit nu goed. 

Uit de grond van mijn hart kan ik nu zeggen dat ik mijn mama echt graag zie en dat ik besef dat zij mij ook graag ziet. Terwijl ik dat laatste heel lang niet geloofde. We hadden vroeger een Jack Russel en ik beweerde altijd dat ze haar hond liever zag dan haar dochter. Mijn eetstoornis was zeker ook een schreeuw om aandacht gericht aan haar. Aandacht die ik als kind veel te weinig gekregen heb. 

‘Kijk, dit is iets van mij, iets wat je me niet kunt afnemen. Ik kies hoe mager ik word, niet jij. Ik ben de baas over mijn lief, niet jij. Zie je het? Zie je me nu wel staan?’ 

In de jaren van mijn eetstoornis zijn we naar elkaar toegegroeid. Ze werkt nu minder dan vroeger en heeft meer tijd. Ze was zich nooit bewust van het feit dat ze me onbedoeld kwetste. Ik zei ook nooit iets, dus ze kon het helemaal niet weten. Tijdens mijn herstelproces heb ik wel alles uitgesproken en gezegd, heb ik brieven geschreven met uitleg. Voor het eerst in jaren heb ik haar zien huilen, heb ik haar horen huilen aan de telefoon. 

Ik geloof heel hard dat alles gebeurt met een reden. Ik geloof dat ik mijn eetstoornis gekregen heb om er zo ook een echte mama door te krijgen. Jammer dat het al die jaren heeft geduurd en dat ik er zo voor heb moeten afzien, maar het is wat het is. Ze ziet hoe ik omga met mijn kinderen en heeft nu ook geleerd knuffels en kusjes te geven. Ze zegt vaker dat ze me graag ziet. In het begin deed dat heel raar, nu voelt het gewoon heel goed. 

Mocht ik mijn leven mogen herbeginnen en ik heb de keuze tussen het behouden van de vroegere, slechte band met mijn mama tot de dood en geen eetstoornis, ofwel die eetstoornis en de betere band van nu, ik zou geen moment twijfelen; Ik vind familie en vrienden zo belangrijk. Ik zou het niet kunnen hebben verdragen met die leegte in mij te moeten blijven leven. 

Door weer te genezen, merk ik hoe mooi het leven eigenlijk is. Wat een zonde het geweest is om al die jaren zo streng te zijn voor mezelf. Ik sta nu veel dankbaarder in het leven dan vroeger. Ik heb enorm veel liefde in mij en kan die liefde eindelijk volledig vrij uiten, zonder terughoudendheid. Wat doet dat deugd! 

Mijn mama. Mijn steun en toeverlaat tijdens mijn opname. Ik kan mijn mama niet genoeg bedanken voor alles wat ze gedaan heeft tijdens mijn opname. Zonder haar had ik nooit in opname kunnen gaan. Ze zorgde dat ik in Gent niets tekortkwam, dat mijn huis schoon bleef, dat iedereen vers gewassen (en gestreken kleren had, dat er altijd genoeg eten voorzien was in de koelkast voor mijn man en kinderen, en dat ze op tijd van school afgehaald werden als het nodig was. We hoorden elkaar dagelijks, ze kwam wekelijks meermaals op bezoek en hielp me enorm tijdens mijn herstelproces, ook mentaal. Ze herinnerde mij er keer op keer aan waarom ik moest herstellen en motiveerde mij enorm. Terwijl ik vroeger nooit had durven zeggen dat het niet gaat, durfde ik dat nu wel. Die betutteling van nu zag ik vroeger als ‘vals’, omdat zij zo niet was. Als een show, omdat er toevallig andere mensen bij waren. Nu aanvaard ik het met open armen. Ik weet dat ze wil dat ik gezond word, maar ze voelt zich machteloos. Ze beseft dat ze niet veel kan doen, maar eigenlijk doet ze net heel veel. Door er te zijn en haar liefde te uiten. Iets waar ik heel mijn jeugd op heb moeten wachten. 

Ze heeft lang niet begrepen wat een eetstoornis precies inhield. Ze vond dit eerder een eigen keuze dan een ziekte. Eet gewoon en stop met overgeven en het is opgelost. Was het maar zo simpel. Door har er zelf meer over te vertellen, informatie van het internet door te sturen en haar mee te nemen naar professionele hulpverleners begon ze het ergens te begrijpen. 

Ik zou dan ook iedereen met een eetstoornis adviseren om erover te praten. Probeer zo goed mogelijk uit te leggen wat er allemaal speelt. Ook voor de omgeving van iemand met een eetstoornis, zoek informatie op en stel vragen! Mocht een echt gesprek je moeilijk lijken, doe dan zoals ik en schrijf alles neer in een brief. 

Mijn mama leest niet graag, maar dit boek zal ze wel lezen. Bovenstaand stukje liet ik haar trouwens lezen meteen nadat ik het geschreven had. Het begint redelijk hard en ik zou nooit iets laten publiceren waarbij iemand die me nauw aan het hart ligt, zich niet goed bij zou voelen. Er waren uiteraard ook mooie momenten vroeger. Dus mama, echt waar, bedankt voor alles. Ik zie je graag en ben zo blij dat ik nu eindelijk volledig geloof in het feit dat jij mij ook graag ziet! Er wachten ons nog zoveel mooie jaren samen. Ik kan niet beloven dat ik nooit een terugval zal hebben, maar sowieso blijf ik mijn leven lang mijn best doen en weet ik dat jij er keer op keer zal staan om me op te vangen mocht het nodig zijn. 

Dag eetstoornis, genoeg is genoeg

Meer lezen 

Het boek ‘Dag eetstoornis, genoeg is genoeg’ ligt sinds kort in de boekhandel. Het is een taboedoorbrekend verhaal dat anderen kan helpen bij hun strijd tegen een eetstoornis. 

Meer info over het boek vind je hier

 

Tekening coverbeeld: ©Elisa Guarraci