De inschrijvingen voor heel wat zomerkampen komen eraan, en dat betekent voor veel ouders hetzelfde jaarlijkse ritueel: klaarzitten in de wachtrij, hopen dat je kind samen met zijn of haar vriendjes in hetzelfde kamp geraakt, en dan liefst nog in de favoriete keuze. De stress stijgt, de verwachtingen ook.
Toen mijn dochter – 15 jaar – thuiskwam met de vraag of ze samen met vier vriendinnen op Kazou-kamp mocht, deed ik wat elke ouder doet: ik vroeg de wachtrijlink aan en bekeek het aanbod. En eerlijk? Ik viel bijna van mijn stoel. Voor de periode die past voor haar en haar vriendinnen was er één kamp rond de 350 euro. Alle andere opties? 700 euro of meer.
En dan rijst de vraag: is dit nog normaal?
Van Spanje tot Zweden – maar moet dat echt?
Natuurlijk, die kampen zijn vaak prachtige ervaringen. Ze trekken naar Spanje, Italië, Kroatië, Zweden… Stuk voor stuk bestemmingen waar jongeren ongetwijfeld de tijd van hun leven hebben. Maar moeten 15-jarigen echt zo ver reizen om plezier te maken? Kunnen ze niet evenveel beleven in eigen land, of net over de grens?
Wij hebben alvast beslist dat 700 euro voor een kamp ons te ver gaat. En ik vermoed dat we niet de enigen zijn.
De normalisering van dure keuzes
Het gaat niet alleen over kampen. Het lijkt wel alsof alles duurder én vanzelfsprekender wordt:
Hobby’s die handenvol geld kosten
Vrienden die in elke schoolvakantie naar een andere uithoek van de wereld reizen
Jaarlijks skiën, vliegreizen, weekendjes weg – het lijkt allemaal de norm geworden
En tegelijk zien we programma’s als Geld Gezocht, waar gezinnen met twee inkomens toch niet meer rondkomen. Dan vraag je je af: werken we dit niet zelf in de hand?
De sociale druk die niemand durft benoemen
Er hangt een soort onuitgesproken verwachting in de lucht: dat we als ouders alles moeten kunnen betalen, dat onze kinderen niets mogen missen, dat we moeten meegaan in het tempo van anderen. Maar wat als dat tempo simpelweg niet realistisch is?
Misschien zouden we vaker luidop moeten durven zeggen dat sommige zaken te duur zijn. Dat het niet normaal is dat een kamp evenveel kost als een gezinsweekend. Dat het oké is om te kiezen voor eenvoud, voor nabijheid, voor betaalbaarheid.
Want hoe meer ouders dit uitspreken, hoe minder groot de sociale druk wordt. En misschien – heel misschien – keren we dan terug naar de essentie: kinderen die plezier maken, vriendschappen die groeien, herinneringen die ontstaan. Niet omdat het ver weg is of duur, maar omdat het waardevol is.
Terug naar de intentie
Uiteindelijk draait een kamp niet om de bestemming, maar om de ervaring. Niet om de prijs, maar om de beleving. En misschien is het tijd dat we als ouders opnieuw de vraag durven stellen: wat willen we onze kinderen écht meegeven?