10 dingen waaraan ik merk dat mijn kind groter wordt

  • door Mama

Zes jaar is hij inmiddels al, mijn ‘grote’ kleine jongen. Het is ongelofelijk hoe snel het gaat. Zo zet hij zijn eerste stapje en het volgende moment – zo voelt het toch – worstelt hij met zijn eerste huiswerk. Maar als hij lekker in zijn bedje ligt te slapen, omringd door al zijn zorgvuldig neergelegde knuffels, lijkt hij nog altijd dat kleine ventje van een paar jaar geleden.

Toch kan ik er niet omheen dat mijn kleine schatje een grote jongen begint te worden:

  1. Stootte ik vroeger mijn teen genadeloos hard tegen de metalen poot van de zetel, dan keek zoonlief – ondanks mijn luid en duidelijke gekerm – niet op of om. Sterker nog: hij durfde zelfs geïrriteerd vragen of het wat stiller mocht.
    Tegenwoordig vraagt hij al eens “Gaat het, mama?” als ik me pijn doe (en ik ben nogal een stuntelige, zeker als ik moe ben. Heel vaak dus. Als in: altijd.).
  2. In de kleedkamer van het zwembad stak hij onlangs zijn wijsvinger omhoog en vroeg op samenzweerderige toon: “Betekent dit f*ck?”
    Gelukkig is hij nog wel klein genoeg om zich enkel nog maar met het gebáár bezig te houden. Wat het betekent, heeft hij geen flauw benul van (en, oef, vraagt hij ook nog niet). Tussen haakjes: ik heb hem niet verteld dat hij de verkeerde vinger opstak.
  3. Als er een vriendje of vriendinnetje mee-eet, smeert zoonlief zijn boterhammen zelf.
    In alle andere gevallen is hij te moe of trekt hij een zielig Puss in Boots-gezicht met de vraag of ik het ‘alsjeblieeeeft’ voor deze éne keer wil doen.’ Hoezo geslepen?
  4. Zijn megaschattige babykrulletjes zijn er allang uitgeknipt. Nu wil hij een lange lok van voren en de rest opgeschoren, net als zijn peter van het zesde leerjaar. Hij wil ook dezelfde kleren als zijn peter en – ach ja, waarom niet – samen met hem in een huis wonen. Hij heeft dus een idool, kun je wel zeggen. En ik ben het niet meer. Snif.
  5. Als peutertje was roze zijn lievelingskleur. Vorige week was zijn drinkbus op school blijven liggen en had ik dan maar de mijne, een roze, in zijn boekentas gestopt. Had hij uit protest niet van gedronken. Een jongen met een roze drinkbus, hoe haalde ik het in mijn hoofd…
  6. Waar hij als klein mannetje het liefst in zijn blootje rondliep en te pas en te onpas (eigenlijk vooral te onpas) zijn broek naar beneden trok om zijn bevallige billetjes te laten zien, mag tegenwoordig niemand meer iets zien. Hij kleedt zich angstvallig in een hoekje om met de duidelijke waarschuwing: “Niet kijken, hè!”
  7. Kostte het me toen hij nog een baby was de nodige moeite om hem een bescheiden boertje te ontlokken na zijn voeding, tegenwoordig boert meneer een heel liedje mee. En in de maat nog wel. Ik ben er nog niet uit of ik dat nu wel of niet knap moet vinden.
  8. De tijd van de schattige babyspeelgoedjes is voorbij. Na lang aandringen heeft zoonlief een Elite Delta Trooper-Blaster gekregen. Ziet eruit zoals het klinkt: een indrukwekkend (pijltjes)geweer om heel hard PANG PANG PANG mee te doen. 
  9. Als kersverse ouders hoopten we in elk onsamenhangend gebrabbel zoonliefs eerste woordje te ontdekken. Ik keek er zó naar uit om hem voor het eerst ‘mama’ te horen zeggen.
    Je wilt niet weten wat voor vieze woorden er tegenwoordig uitkomen… Zie punt 2. En dan natuurlijk alle mogelijke variaties met pipi, kaka, etc. Ik weet nog goed hoe hij moest lachen toen hij het woord ‘bofkont’ voor het eerst hoorde. Tot hij doorkreeg dat het helemaal geen vies woord was.
  10. Nee, zijn kleertjes zijn niet gekrompen.