5 vragen aan jezelf als ‘oudere’ wensmama

Ik kreeg mijn eerste kind toen ik halverwege de dertig was, het tweede toen ik begin de veertig was. Daarmee ben ik een ‘latere’ of ‘oudere’ mama. Bij de geboorte van onze jongste stak onze buurvrouw een kaartje in de bus: “Hoera een zoon!”. Op de achterkant had ze er en nog eigenhandig de boodschap aan toegevoegd: “En hopelijk kunnen jullie toch nog lang van hem genieten.” “Toch nog lang”  … ?? Onze buurvrouw vond ons duidelijk best al wel ‘o-u-d’. Leuk detail: zelf was ze  89 jaar… Ik zag er de humor wel van in.

We weten het allemaal: de gemiddelde leeftijd waarop we kinderen krijgen is de laatste decennia aanzienlijk gestegen. Dat heeft onder meer te maken met emancipatie, het bestaan van voorbehoedsmiddelen, waardoor we  meer vrije keuze hebben, en de geavanceerde voortplantingsgeneeskunde.

Vaak koppelen mensen er clichébeelden aan, zoals dat van  de harde carrièrevrouw (lees: carrièrebitch) die haar kinderwens altijd op de lange baan heeft geschoven en dan plots op ‘latere leeftijd’ toch nog zo nodig snel een kind wil, waardoor ze vaak aangewezen is op  vruchtbaarheidsbehandelingen. De pers smult van verhalen over vrouwen van in de vijftig of zelfs de zestig die nog een kind op de wereld zetten.

De realiteit is genuanceerder

Ik merk in de praktijk dat de realiteit vaak een heel stuk genuanceerder is. Als kinderwenscoach begeleid ik wensmama’s die in een traject van vruchtbaarheidsbehandelingen zitten. Een niet onbelangrijk deel van de vrouwen die ik zie, zijn inderdaad al eind de dertig, of in de veertig.

Opvallend is dat er heel vaak helemaal geen sprake is van bewust uitstelgedrag op vlak van hun kinderwens. Het is gewoon hoe hun leven gelopen is.  Zo ontmoette ik de wensmama die lang vrijgezel was en haar droompartner laat was  tegengekomen. De wensmama die een relatiebreuk gekend had op het moment dat ze aan kinderen wilden beginnen en pas nu opnieuw een stabiele relatie met kinderwens had. De wensmama die altijd hoopte dat haar partner toch nog van gedachte zou veranderen over het feit dat hij geen kinderen wilde, maar nu besefte dat ze zich vergist had en haar sterke kinderwens toch nog  alleen wilde gaan vervullen. De wensmama aan wie altijd verteld was dat het  omwille van een hartafwijking medisch niet verantwoord was om zwanger te worden, maar die nu plots toch het licht op groen kreeg. De wensmama die begin de dertig aan haar kinderwens begon en intussen al bijna 8 jaar bezig was met vruchtbaarheidsbehandelingen. De wensmama die doorheen de jaren herhaalde keren zwanger werd maar telkens haar kindje verloor tijdens haar zwangerschap …

Ik pleit zeker niet actief voor moederschap op ‘latere’ leeftijd. In het ideale geval krijg je inderdaad je kinderen op tijd.  Maar dit zijn de échte verhalen. De verhalen waarin het nu eenmaal anders verliep dan gepland. En die echte verhalen, en de kinderwens van deze wensmama’s, verdienen respéct.

Welke vragen stel je jezelf best als wat ‘latere’ wensmama?

1. Hoe is dit voor mij om een ‘latere’ mama te worden?

Maak eens even eerlijk verbinding met je eigen gevoelens, positieve gevoelens maar misschien ook wel twijfels, hierover.

Op welke leeftijd dacht je vroeger dat je mama zou worden?  Wat maakt (eventueel) dat het anders liep?  Hoe is dat? Hoe ‘oud’ voel je jezelf als wensmama?

Hoeveel vertrouwen heb je in je eigen lichaam?

Wat gaat het je opleveren dat je een ‘latere’ mama zal worden, wat zijn voordelen? Ik hoor in dit verband vaak dingen zoals: “Ik ben nu meer zelfzeker en zelfbewust.”, “Ik sta financieel al sterker.”, “Ik kan nu beter relativeren.”, “Hoe ouder, hoe wijzer.”, “Ik ben er nu echt klaar voor.” … Hoe is dit voor jou?

Welke twijfels roept het tegelijkertijd eventueel bij je op, nu en naar de toekomst toe? Wees eerlijk met jezelf over eventuele twijfels.  Sta erbij stil en spreek het uit. Ze zijn normaal. Ik hoor in mijn praktijk bijvoorbeeld twijfels vernoemen zoals: “Wat als er iets ‘mis’ blijkt te zijn met het kindje?”, “Ik zal al x jaar zijn als mijn kind begint te puberen.”, “Er zal een behoorlijk leeftijdsverschil zijn tussen mijn kind en de kinderen van mijn vrienden.”, “Ik zal tussen allemaal jongere mama’s aan de schoolpoort staan; misschien ga ik mij dan het ‘buitenbeentje’ voelen.”, “Mijn ouders worden ook al een dagje ouder, ze gaan misschien minder lang actief met hun kleinkind kunnen bezig zijn.”, “Misschien gaat mijn kind dat helemaal niet cool vinden, zo’n ietwat ‘oudere’ ouder. Misschien ben ik wel egoïstisch.”...

2. Waar liggen mijn grenzen bij het vervullen van mijn kinderwens?

Misschien lukt het je vooralsnog vlotjes om zwanger te worden. Of misschien verloopt het toch al wat moeizamer. Het kan zinvol zijn om op voorhand na te denken over je grenzen.

Hoe ver ga je gaan om een kind te krijgen? Tot welke leeftijd vind jij het voor jezelf aanvaardbaar om mama te worden?  Hoe zal het zijn voor jouw kind? Welke vormen van vruchtbaarheidsbehandelingen ben je eventueel bereid te ondergaan, voelen goed voor jou? Welke medische risico’s zijn er voor jou en voor je kind? In hoeverre is het voor jou belangrijk om een genetisch eigen kind te krijgen? …

3. Hoe is het gesteld met mijn vruchtbaarheid? Hoe moeilijk zal het zijn om zwanger te worden?

Als vrouw worden we geboren met onze volledige eicelvoorraad, waar we het de rest van ons leven moeten mee stellen.  We maken niet constant nieuwe eicellen aan, zoals mannen wel constant nieuwe zaadcellen aanmaken. Onze eicellen zijn dus zo oud als wij zelf. En het risico op beschadigingen neemt logischerwijze toe met de jaren.  Die beschadigingen zijn onomkeerbaar. Met de jaren neemt dus niet alleen onze eicelreserve, maar ook onze eicelkwaliteit af. Die kunnen- zeker boven de 35 jaar- heel sterk verschillen van vrouw tot vrouw.

Er zijn verschillende eenvoudige onderzoeken die een heel goede indicatie geven van je eicelreserve. Vraag hier zeker meer info over aan je arts.

  • het meten van FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) op dag 2 of 3 van je cyclus, via een bloedtest: een lage waarde van het FSH is een indicatie dat je nog voldoende eicelvoorraad hebt
  • het meten van AMH (AntiMullerian Hormoon), via een bloedtest: een hoge waarde van het AMH is een indicatie dat je nog voldoende eicelvoorraad hebt
  • het meten van het aantal ‘antrale follikels’ op dag 2 of 3 van je cyclus, via een vaginale echo:  een groot aantal kleine follikels (eicelblaasjes) die in aanleg zijn aan het begin van je cyclus is een indicatie dat je nog voldoende eicelvooraad hebt

Een grote eicelvoorraad hangt veelal samen met nog meer kwalitatieve eicellen. Maar tot voor kort was er geen test die de eicelkwaliteit op zich kon meten. Recent ontwikkelde een team wetenschappers van de VUB de zogenaamde ‘Corona-test’, die kan toegepast worden bij IVF-behandelingen’. Die naam verwijst naar de coronacellen, de cellen die rond de eicel ‘zweven’. Normaal worden die cellen na een  eicelpunctie in het kader van IVF verwijderd. Bij de Corona-test gaat men die cellen juist analyseren omdat ze een goede indicatie zouden geven van de kwaliteit van de eicel. De eerste resultaten zijn hoopvol.

4. Stel dat je uiteindelijk aangewezen bent op vruchtbaarheidsbehandelingen: welke leeftijdsgrenzen gelden er?

De Belgische Wet op de medisch begeleide voortplanting uit 2007 heeft leeftijdsgrenzen ingevoerd om IVF- behandelingen (In Vitro Fertilisatie) te mogen ondergaan. De eicelpunctie moet volgens die wet gebeuren voor de dag van je 46ste verjaardag. De terugplaatsing van een embryo moet gebeuren voor de dag van je 48ste verjaardag, het ‘verzoek tot terugplaatsing’ moet volgens de wet aangevraagd zijn voor de 46ste verjaardag  (bv.  terugplaatsing van een ingevroren embryo dat ontstaan is uit een eicelpunctie voor de 46ste verjaardag).

Voor  IUI-behandelingen (Intra Uteriene Inseminatie) gelden dezelfde leeftijdsgrenzen (‘verzoek tot inseminatie’ voor de 46ste verjaardag, inseminatie voor de 48ste verjaardag).

Let wel:

  • fertiliteitscentra kunnen hun eigen beleid voeren, vaak verstrengen ze deze wettelijke leeftijdsgrenzen , informeer je dus vooral altijd goed bij de fertiliteitskliniek(en)!!
  •  vanaf de dag van je 43ste verjaardag krijg je  geen terugbetaling meer van de labokosten en de medicatie van vruchtbaarheidsbehandelingen
  • in het buitenland gelden andere leeftijdsgrenzen, die variëren van land tot land

5. Wat zijn de slaagkansen bij vruchtbaarheidsbehandelingen in jouw leeftijdscategorie?

Volgens de meest recente Belgische statistieken over de verschillende fertiliteitscentra heen, bedroeg de gemiddelde slaagkans van IVF-cyclussen (met eigen eicellen) 28% in de leeftijdscategorie tussen 36 en 40 jaar, 19,2% in de leeftijdscategorie tussen 40 en 43 jaar en 7,8% in de leeftijdscategorie ouder dan 43 jaar. Pas op, bij deze percentages gaat het om een positieve zwangerschapstest.  Als we in de statistieken gaan kijken naar het aandeel van de behandelingscyclussen die effectief tot een geboorte hebben geleid, dan zakken deze percentages aanzienlijk verder naar respectievelijk 15% , 7,8% en 1,3%.  Hoe ouder we worden, hoe groter helaas ook de kans op een zwangerschapsverlies.

Inseminaties (IUI- behandelingen) leiden in 7% van de behandelingscyclussen tot een geboorte in de leeftijdscategorie van 36-40 jaar, 5.7% bij de 40- 43 jarigen en 2,2% voor de +43-jarigen.

Jouw persoonlijke slaagkansen hangen natuurlijk af van de antwoord op vraag 3.

 Bespreek een aantal van de bovenstaande punten (jouw eicelreserve en eicelkwaliteit, jouw kansen op de geboorte van een kind, de kansen op een zwangerschapsverlies, de leeftijdsgrenzen voor eventuele vruchtbaarheidsbehandelingen, de medische risico’s voor jou en je kind, …) zo nodig zeker met een arts! Een goede tool om een doktersgesprek in die zin voor te bereiden vind je hier.