7 reacties die jij niet wil krijgen na een miskraam

Voor de wereld was jouw kind misschien nog niet zichtbaar. Voor de wereld bestond jouw kind misschien nog niet echt. Maar jij had al een hele wereld opgebouwd rond jouw kind. En nu is je wereld ingestort. Terwijl de wereld dat niet lijkt te merken….

Dit zijn de reacties die je niet wil krijgen als je je kindje(s)/ vruchtje(s)/embryootje(s)/ foetusje(s)/ vlindertje(s)/ sterretje(s)… verloor tijdens je zwangerschap.

1. “Hoe ver was je al?”/ “Gelukkig was je nog maar X weken.”

Het is vaak de eerste vraag die men je stelt als je vertelt over je verlies: “En, hoe ver was je al?”

Eventueel gekoppeld aan: “Gelukkig was je nog maar X weken.”

Met die veel gestelde vraag ontstaat de indruk dat de duur van je zwangerschap een graadmeter is voor je verdriet, dat je minder recht hebt op verdriet als je nog niet zo lang zwanger was. En dat is natuurlijk niet zo. Als je met heel je hart- en misschien al heel lang- naar dit kindje verlangde, dan doet het er niet toe wannéér je het precies verloor. Je hebt verdriet. Punt.  De duur van je zwangerschap doet hier helemaal niet ter zake.

2. “Tijd heelt alle wonden, je komt er wel overheen.”

Als je een kindje verliest tijdens je zwangerschap, dan heb je nood aan erkénning, aan mensen die je emoties serieus nemen en- ja- misschien ook gewoon wel rechtuit zeggen: “Wat is dit erg voor je.”

Goedbedoelde uitspraken als deze daarentegen, minimaliseren dat verdriet nu net.  Ze lijken je emoties in één oogwenk opzij te zetten. Je voelt je wellicht niet echt uitgenodigd om verder over je emoties te praten.

3. “Er komt wel een ander kindje in de plaats.”

Met deze uitspraak rationaliseert men je emoties. Puur rationeel, verstandelijk beredeneerd, klopt deze uitspraak in vele gevallen. Maar ook al is het een objectieve waarheid, je hebt er niks aan als je vooral behoefte hebt aan  ruimte voor je verdriet.

Het gaat hier niet om een ander kindje; het gaat om dit kindje. Je wilde dit kindje zo graag. En ja, misschien was het nog maar een embryootje of een pril foetusje, maar jij had mogelijk al een heel beeld opgebouwd rond dit kindje en hoe het zou zijn. Het is ook dit droombeeld dat je verliest. 

Bovendien, voor wie de weg naar het moederschap moeizaam verloopt/ een hard tikkende biologische klok heeft/ al enige tijd bezig is met vruchtbaarheidsbehandelingen/ al herhaalde zwangerschapsverliezen gekend heeft/… is het niet zo evident dat er zomaar effe een ander kindje in de plaats komt. Dat kan jouw verdriet nog een extra dimensie geven.

4. “Je had het kindje gelukkig nog nooit gezien.”

Een ander voorbeeld van formaat van het rationaliseren van jouw emoties is deze. Bij een heel vroeg zwangerschap mag deze uitspraak dan wel opnieuw een  objectieve waarheid zijn, het helpt je geen stap vooruit als je vooral op zoek bent naar begrip voor jouw verlies.

Bovendien, als je het kindje nooit gezien hebben (niet op echo, niet bij het verlies,…) houd je meestal ook niks of weinig tastbaar over aan dit verlies. Dat kan het rouwproces soms juist moeilijker maken. Het kan dan helpen om je verlies toch op één of andere manier tastbaar te maken voor jezelf, eventueel via een ritueel.

5. “Ik ken iemand en die…”

…verloor haar kindje X weken/dagen voor de uitgerekende datum. 

Verdriet hoeft niet vergeleken of gekwantificeerd te worden.  Die iemand anders heeft verdriet. En jij ook. Punt.

6. “Als ik jou was, dan zou ik…”

…ervoor zorgen dat ik minder stress heb voortaan./… gezond eten en veel groene thee drinken om zo snel mogelijk weer zwanger te worden en te blijven./…niet meer sporten als ik opnieuw zwanger ben./ …eens lekker op vakantie gaan om dit zo snel mogelijk achter me te laten…

Opnieuw goedbedoeld, maar meestal niet waar jij zat op te wachten: goedbedoelde adviezen. Die lijken te suggereren dat jij niet weet hoe het allemaal moet. Of, nog erger: dat jij iets verkeerds hebt gedaan. Sowieso zijn we snel geneigd om de schuld van een zwangerschapsverlies op ons te nemen, dit soort adviezen kunnen daar nog een schepje bovenop doen.

7. “Je moet het loslaten.”

Deze uitspraak zet ik hier bewust als laatste. Bij wijze van: ‘Last but nog least.’  Op het moment dat jij snakt naar een luisterend oor, begrip, erkenning, ruimte voor je verhaal … is dit wel het laatste wat je eigenlijk wil horen.

Het klopt ook niet: je hoeft dit niet helemaal los te laten. Dit verlies heeft iets fundamenteel veranderd bij jou:  je kindje is er fysiek niet, maar het heeft jou wel een  ouder gemaakt. Een ‘onzichtbare ouder’ als het ware. Dit kindje is voor eeuwig en altijd deel van jouw verhaal en verdient daar een plek. Natuurlijk mag jij weer stappen nemen naar de toekomst toe, maar dat doet niks af aan de verbinding die je mag blijven voelen met dit kindje, dit belangrijke deel van jouw verhaal.

Belangrijke aandachtpunten voor jezelf bij dergelijke reacties zijn:

  • Trap niet in de valkuil: ga je eigen verdriet niet wegcijferen omdat de rest van de wereld dat lijkt te doen. Het is er wel degelijk en het mag er zijn.
  • Ga er niet vanuit dat anderen wel weten hoe jij wil dat ze reageren. Ze weten dan waarschijnlijk niét. Ga eerst bij jezelf na welke reacties jij graag wil, én niét wil. Hoe kan men jou écht ondersteunen? En hoe zéker niet? Probeer dat zo concreet en helder te krijgen voor jezelf en communiceer het daarna eerlijk aan diegenen van wie je echt steun verwacht.
  • Voluit erkenning van je verlies toélaten bij jezelf, is de eerste stap naar erkenning afdwingen bij anderen. Durf je kindje zijn/haar plek geven in je verhaal. Durf verbinding te voelen met je kindje dat je verloor. Durf daar echt voor te gaan staan: ja, dit is belangrijk en nee, je kan dit kindje(s) niet zomaar aan de kant schuiven. De energie die jij hiermee uitstraalt, is mee bepalend voor hoe anderen met jouw verlies omgaan. Ga voor die energie! Het zal naast erkenning ook rust brengen. Meer info vind je hier.