Acteur Mathijs F Scheepers over het vaderschap en de vroeggeboorte van zoontje Elvis

  • door Mamabaas

Acteur Mathijs F Scheepers werd vijf jaar geleden voor het eerst papa. Zijn zoontje Elvis werd toen veel te vroeg geboren, op 29 weken. Op Wereldprematurendag deelt Mathijs zijn verhaal om andere ouders een hart onder de riem te steken.

‘Vijf jaar geleden is Elvis geboren, na 29 weken zwangerschap. Hij woog 1,5 kilogram. Mijn vrouw lag toen al twee maanden plat, want er zat een gaatje in de vruchtwaterzak waardoor er steeds minder vruchtwater overbleef. Hoe dat gaatje er gekomen is? Brute pech.  Uiteindelijk zorgde een infectie ervoor dat er niet langer gewacht kon worden, hij moest eruit om geen gevaar te lopen. Eén minuutje mochten we hem vasthouden, daarna werd hij meegenomen. Het duurde uren voor we hem terugzagen.

Heftige maanden

Daar zit je dan, alleen in een kamer zonder je kindje, terwijl de rest van de gang flessen champagne ontkurkt om de geboorte van hun kindje te vieren. Heftig was dat. Eigenlijk hadden we zelfs een tweepersoonskamer met onze ziekteverzekering, maar met een andere mama mét kindje een kamer delen, dat vonden we toch een brug te ver. En een paar dagen later moet de mama naar huis en blijft je kindje alleen achter in het ziekenhuis. Dat is zo onnatuurlijk.

Elvis heeft uiteindelijk 2,5 maanden in het ziekenhuis gelegen. We stelden toen een beurtrol op, zodat er overdag altijd iemand in de het ziekenhuis aanwezig was. Alle medicatie van de wereld kan niet op tegen nabijheid. Nabijheid, én borstvoeding. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van de dokters, en daar is uitvoerig onderzoek naar gedaan.

Als ik lees dat ouders in sommige ziekenhuizen door corona nu maar twee uurtjes op bezoek mogen bij hun premature kindje, dan vind ik dat ongehoord. Het is zo ongelooflijk belangrijk om aanwezig te zijn!

Los van de vroeggeboorte waren er bij Elvis nog meerdere complicaties. Het eerste jaar gingen we wekelijks drie of vier keer naar het ziekenhuis voor onderzoeken. Op anderhalf jaar tijd is Elvis negen of tien keer onder narcose geweest. Vandaag is er niks meer te merken van het feit dat hij prematuur werd geboren. Complicaties zijn er wel nog; zo is hij doof aan één kant en groeit zijn kaak niet symmetrisch, wat in de toekomst wellicht verholpen zal moeten worden. Maar mentaal is hij tiptop, gelukkig.

De eerste maanden waren heel zwaar. Je belandt plots in een situatie die je nog nooit hebt meegemaakt, en dat lijkt het einde van de wereld. Ik herinner me dat er in de gang in het Sint-Augustinus getuigenissen en foto’s hangen van premature baby’s en hoe het ondertussen met hen gaat. Dat bood troost en gaf perspectief: alles kan nog. De Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen (VVOC)  doet dat ook op hun Facebookpagina en dat biedt écht hoop.

Er werd ons trouwens onmiddellijk psychologische hulp aangeboden. Mijn vrouw worstelde met het idee dat ze misschien iets verkeerd had gedaan. Weten dat je niet alleen bent en dat er veel kinderen te vroeg worden geboren helpt om dat te verwerken.

En we hadden een fantastische gynaecoloog én pediater. Ze hebben ons altijd verteld waar het op stond, hielden geen dingen achter en wonden er geen doekjes omheen. Dat hadden we ook nodig. We hebben ook andere dokters meegemaakt, maar gelukkig ben ik mondig genoeg om dan door te vragen: hoe staat het ervoor, wat kunnen we doen aan de situatie, wat is de prognose …

Elvis was acht – negen maanden tegen dat hij sterk genoeg was om voor het eerst naar de crèche te gaan. Toen hadden we het gevoel: we zijn eindelijk vertrokken, dit is het ‘normale’ leven. Ook al beseffen we dat ‘het normale’ niet bestaat, maar je verlangt ernaar om een gewoon en normaal leven te hebben met je kind.

Elvis
Elvis

Tips voor de omgeving

Of ik tips heb voor familieleden en vrienden van ouders na een vroeggeboorte? Ik had het zelf heel moeilijk met mensen die euforisch op bezoek kwamen. Ontken niet dat het serieus is. En kom zeker niet af met de dooddoener ‘dat het wel goedkomt’. Je wéét niet of het goedkomt, zelfs de dokters zeggen niet dat het goedkomt, dus zeg dat alsjeblieft niet. Laat de ouders vertellen, geef hen de erkenning dat het zwaar is.

En probeer lijden ook niet te vergelijken door te zeggen ‘dat x nog veel erger is’. Dat kan best zijn, maar je kan niet invullen voor een ander wat zwaar is of niet. Geef erkenning én kracht. ‘Wat kunnen we doen voor je kindje? Je mag verdrietig zijn, maar we gaan ons focussen op wat we kunnen doen, en daar kunnen we positieve energie uithalen om te blijven vechten.’

Concrete hulp is ook heel waardevol. Vang de oudere kinderen eens op als die er zijn, breng eens eten langs … Vraag wat je heel concreet kan doen. Een planning opstellen, rekeningen betalen, boodschappen doen?

Vaderschap

Ondanks de moeilijke start heb ik er altijd bewust over gewaakt om niet overbezorgd te zijn als ouder. Ik wil me daar niet door laten leiden en mijn kind het leven en de wereld zelf laten ontdekken. Je kan als ouder wel zeggen dat de oven warm is, maar als je kind dat zelf ondervindt zal het daar veel meer uit leren.

De voorbije jaren heb ik aan den lijve ondervonden dat de maatschappij er niet op gemaakt is als je als papa een prominente rol wil opnemen. Eerlijk? Dat vind ik degoutant. Ik heb het geluk dat ik mijn leven grotendeels zelf kan organiseren, maar ik heb echt moeten vechten om die prominente rol te kunnen opnemen. Als vader en als zelfstandige had ik recht op drie dagen vaderschapsverlof. Niet betaald dan nog, ik ‘mocht’ drie dagen thuisblijven en dat was het dan. Tussen de weeën door zat ik nog een subsidiedossier in te vullen …

Als je naar het Zweedse voorbeeld kijkt, waar man én vrouw allebei verplicht maandenlang ouderschapsverlof moeten opnemen, daar kan België nog wat van leren. Dat zou zo'n goed wapen zijn in de strijd voor gelijke verloning van mannen en vrouwen. Dat zou de ongelijkheid tussen man en vrouw op de arbeidsmarkt ook wegwerken. Hoe kan het dat een premier of presentator de geboorte van zijn kind aankondigt, en de dag erna weer aan de slag is? Ik vind dat geen goed voorbeeld. Als corona ons één iets leert, dan is het wel dat iedereen – zonder uitzondering – vervangbaar is.’