Als ik mijn baby ga vergelijken met andere baby’s (en zie wat ze al zou moeten kunnen)

Elk maand krijg ik enkele mailtjes in mijn mailbox met de melding hoeveel maanden Mona is. Daar staat dan ook altijd in te lezen wat Mona al allemaal kan of zou moeten kunnen. En dan stop ik altijd even met ademen. Want oei, dat kan Mona allemaal nog niet!

We mogen niet vergelijken maar doen het toch

We vergelijken onze baby’s met andere baby’s. Of ik betrap mijzelf daar toch op. En ik besef dat dat fout is. Elk kind zijn tempo en ontwikkeling. Maar soms is vergelijken zo makkelijk. Zo zit ik sinds mijn zwangerschap in een Facebookgroepje met mama’s van kindjes die quasi allemaal even oud zijn.

En dan merk je hoe ontzettend veel verschil er is in de ontwikkeling van al die baby’s. Mona kon super snel draaien. Maar was dan weer laat met zitten, vergeleken met de andere baby’s. Mona brabbelt veel en haar fijne motoriek is goed. Maar als ik dan andere baby’s zich zie recht trekken en zelfs al zie stappen... dan schrik ik soms wel. Want Mona heeft daar absoluut geen interesse in.

Is mijn baby traag?

Zo heel soms denk ik wel eens “komaan Mona, sta nu ook eens recht.” Maar dan realiseer ik mijzelf weer dat ze zich niet laat commanderen en alles wel gewoon op haar eigen tempo zal doen.

Wat Mona allemaal zou moeten kunnen

En dan komen de mailtjes met de updates en de “wat je baby al allemaal kan.” Een greep uit de skills:

  • Zich lopend verplaatsen terwijl ze iets vasthoudt: Nope, zijn we nog lang niet.
  • Vreugde tonen, door hardop te lachen of te klappen: Yes. Bravo op de meest onmogelijk moment. Check.
  • Zwaaien naar iemand die weggaat. Yes. Ook naar mensen die niet weggaan. Check!
  • Het woordje ‘nee’ begrijpen. Euhm. Daar kan over gediscussieerd worden. Ik wil geloven dat ze het begrijpt. Ernaar luisteren is wat anders.
  • Zich lopend verplaatsen tussen objecten: Nope, rechttrekken is zelfs nog niet aan de orde.
  • Goed zelfstandig uit een drinkbeker drinken. Goh ja. Ze kan het, maar nog niet zonder alles onder water te zetten.
  • De eerste woordjes zeggen, meestal “mama” of “papa”. Ik durf zeggen van wel. “Mamamama” hoor ik vaker. Maar afgelopen week was het plots heel duidelijk “papa”. Zo ontzettend schattig.
  • Doorhebben dat ze iets fout heeft gedaan. Yes. En dan word ik boos en huilt zij. Grappig hoor.
  • Potjes in elkaar zetten. Nope. Ze gooit nog altijd mijn torens omver.

En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Maar moet ik daar nu over stressen?

Ik denk van niet. We proberen Mona wat uitdaging te geven. Maar haar verder gewoon haar eigen ritme te laten volgen. En daar is uiteindelijk iedereen het gelukkigste mee. Maar zo soms, heel soms, kan ik het toch niet laten om te vergelijken.