And the Oscar goes to... Miel uit The Man without het Tuutje

Vandaag heeft Miel een vrije dag en mocht hij met mama naar de speelgoedwinkel. De reden? Hij mocht zelf een stuk speelgoed kiezen en betalen (weliswaar met centjes van mama en papa), want deze stoere jongen had niet langer een tut nodig!

Vandaag heeft Miel een vrije dag en mocht hij met mama naar de speelgoedwinkel. De reden? Hij mocht zelf een stuk speelgoed kiezen en betalen (weliswaar met centjes van mama en papa), want deze stoere jongen had niet langer een tut nodig!

De tutenkwestie

Miel heeft ‘de tut’ ontdekt toen hij een paar weken oud was. Wij maakten er meteen een gewoonte van om er alleen op slaapmomenten gebruik van te maken. Dus niet om te troosten (ik vreesde het moment dat hij zijn knieën kapot zou vallen en ik geen tut in de buurt zou hebben, troosten doen we dus met woorden, knuffels en kussen of een slokje water) of om verveling tegen te gaan of om hem het zwijgen op te leggen (al heb ik dat laatste wel eens overwogen de laatste maanden: jongens, toch, hoe dikwijls kan je ‘waarom?’ vragen op een dag?). Er lagen dus drie tutten in zijn bed, eentje in elke auto, twee in het bed bij moeke en opa en twee bij meme en pepe.

Afgelopen zomer hadden we het er al eens met hem over gehad: of hij zijn middagslaapjes niet zonder zou doen. Maar al gauw vergaten wij het om ze ’s morgens weg te halen en dan dook hij ’s middags enthousiast mét tutjes in bed.

Mijn zoon is verslaafd

Dan begon het schooljaar opnieuw en even later werd Thieu verwacht, dus vonden we dat er al genoeg ‘stressfactoren’ waren in zijn leven. Achteraf maak ik me de bedenking of het niet gewoon excuses waren, omdat wij er zelf niet klaar voor waren…

Intussen verschenen er op Facebook voortdurend foto’s van leeftijdsgenootjes die blijkbaar zonder problemen hun tutjes bij hun schoen hadden achtergelaten. Vorige zaterdag hakte ik de knoop door. Als Miel zijn tutjes mee wilde geven aan de sint, dan moesten we er werk van beginnen te maken. Dus ging hij zijn middagdutje doen zonder tutjes.

Oh. My. God.
Mijn zoon is verslaafd.

Hij hangt eraan, kan er fysiek niet zonder en wordt hysterisch bij het idee dat hij de rest van zijn leven zal moeten doorkomen zonder tutjes. Hij weent, roept, brult, komt dertig keer terug uit zijn bed en klampt mij op de gang aan.

Zag je ooit de film 'The Basketball Diaries', waarin Leonardo DiCaprio moet afkicken van drugs? Wel, geen wonder dat die kerel nooit een Oscar gewonnen heeft! Mijn zoon daarentegen…

Ik probeer kalm te blijven en stuur hem elke keer terug naar bed. Zijn papa komt erbij en we doen het ‘good cop, bad cop’-ding, waarbij hij Miel gaat troosten en kalmeren en ik ervoor zorg dat we niet hervallen: de tutten blijven weg. Intussen stuur ik een wanhopig berichtje naar mijn vriendinnen in ons Whatsapp-groepje. Ze bevestigen mij dat ik moet volhouden, dat het misschien nog enkele keren brullen gaat zijn en dat die Facebook-foto’s wellicht allemaal in scène gezet zijn.

Enkele minuten later is Miel stil. Na zijn dutje gaan we naar een sinterklaasshow en ik zeg enthousiast dat hij zeker een cadeautje zal krijgen van Sinterklaas, want die weet natuurlijk al lang dat hij flink zonder tutjes geslapen heeft. Miel begint opnieuw te pruilen. ‘Maar ik kan dat eigenlijk toch niet, ik moet straks mijn tutjes toch terug hebben, anders ga ook nóóit meer kunnen slapen.’ Echt, Leonardo, kom hier lessen volgen!

tuutjesboom

De tutjes gaan de boom in

Die avond is hij natuurlijk heel erg moe van de drukke namiddag, maar toch probeert hij opnieuw te onderhandelen. Ik sluit een deal met hem: hij mag kiezen hoe de tutten het huis verlaten. Hij kan ze in de vuilbak gooien, of aan de sint meegeven of we gaan ze in de tuttenboom in Hasselt hangen. De sint is ineens geen optie meer en de vuilbak al helemaal niet. Stel je voor, dan komt de vuilkar die halen. Hij kiest voor de tuttenboom. Ik vertel hem dat we er vrijdag naartoe zullen gaan, omdat hij dan geen school heeft. En dat we daarna naar een speelgoedwinkel zullen gaan, om voor hem, onze grote jongen, een speelgoedje te kopen. Eentje voor hem alleen, omdat hij zelf zijn tutten heeft afgegeven, eentje dat hij dus niet met zijn broers moet delen (hier geldt de regel ‘al het speelgoed is van iedereen’. Vroeger was de regel ‘alles is van iedereen’, maar toen mijn potje dagcrème een keertje sneuvelde hebben we een wetswijziging doorgevoerd). Miel kijkt eerst hoopvol en dan beteuterd: ‘maar als Mon dat wil, mag hij ook wel met mijn nieuw speelgoed spelen van mij hoor…’

De volgende dagen gaat het altijd wat beter. Hij vraagt nog wel eens naar zijn tutjes als het slaaptijd is, door de dag ziet hij het doosje op de kast staan en zegt hij dat hij ze toch wilt houden, maar tegen vrijdag is het beslist: ze kunnen letterlijk ‘de boom in’.

En nu naar de speelgoedwinkel!

Mijn grote jongen poseert zelfs voor een foto bij de tuttenboom en vindt het allemaal prima. ‘En nu naar de speelgoedwinkel!’ Daar aangekomen moet ik een beetje manipuleren om te zorgen dat hij geen drumstel (er is genoeg geluid in mijn leven tegenwoordig) kiest en even later staat hij fier als een gieter aan de kassa met zijn vuilniswagen. Wat ik wel een beetje grappig vind, aangezien de vuilkar de laatste plaats was waar zijn tutjes naartoe mochten.

Hij is in de wolken, glimlacht bij de complimentjes die hij van iedereen krijgt als we erover vertellen en hij vindt zichzelf ook een grote jongen. Die avond heeft hij wel een lumineus idee: ‘mama, breng jij mij even naar Hasselt? Dan haal ik mijn tutjes terug uit de tuttenboom en dan brengen we de vuilkar even terug naar de winkel. Morgen ga ik die wel terug halen als ik de tutjes terug gebracht heb naar de boom.’

Jullie zien op de foto’s, net zoals op de Facebook-foto’s, natuurlijk ook niet het drama dat eraan voorafging en eigenlijk ben ik het zelf ook al bijna vergeten. Alleen als hij ooit die Oscar wint, dan ga ik erover vertellen als Vogue mij komt interviewen (of Libelle, whatever). Over anderhalf jaar of zo moeten we waarschijnlijk door een erger drama, want Mon heeft geen tutjes, hij is een duimer. Bestaat er een duimenboom?

Zorgen voor later, ik ga nu nog wat fier zijn op mijn ‘grote jongen’. Die weliswaar op dit eigenste moment met zijn broertje een lollig gesprek voert à la ‘jij bent kaka, jij bent pipi’, maar ja, ook grote jongens blijven vanbinnen klein, zeker?