Baby op komst: checklist voor de geboorte

  • door Mamabaas

Je bent zwanger, je hoofd zit eivol met leuke baby-namen, dingen die je nog aan je geboortelijst moet toevoegen en ideetjes voor het geboortekaartje en de doopsuiker. En dan is er nog die verdomde zwangerschapsdementie, waardoor je geheugen wel een zeef lijkt. Er waren precies nog wel wat praktische dingen die je moest regelen, maar wat was dat nu ook weer allemaal? Stress!

Geen nood! Wij zorgen voor een duidelijk overzichtje van wat er allemaal in orde moet worden gebracht vóór en net na de bevalling. En met dit checklijstje in de hand kom je vlotjes en stressloos door zwangerschapsland ;-).

Licht je werkgever in over je zwangerschap

Zodra je werkgever is ingelicht over je zwangerschap, geniet je namelijk ontslagbescherming. Er zijn geen formele regels over hoe je je werkgever moet inlichten. Het best is om een persoonlijk gesprek aan te vragen, en een medisch attest te bezorgen met daarop de vermoedelijke bevallingsdatum. Dat attest bezorg je ten laatste 7 weken voor je uitgerekende datum, bij een meerling is dat 9 weken ervoor.

Plan je zwangerschapsverlof

Als werknemer in België heb je recht op 15 weken zwangerschapsverlof (of moederschapsverlof / bevallingsverlof). Die 15 weken zijn opgesplitst in 2 onderdelen: minimaal 1 tot maximaal 6 weken prenataal, en minimaal 9 tot maximaal 14 weken postnataal zwangerschapsverlof.

Je mag dus in bevallingsverlof gaan vanaf 6 weken voor je uitgerekende datum, en moet dat ten laatste doen 1 week ervoor. Beval je uiteindelijk vroeger en was je nog geen volledige week in zwangerschapsverlof vóór je bevalling, dan verlies je die week.
Ben je ziek tijdens de laatste 6 weken voor je bevalling, dan worden die dagen afgetrokken van je postnataal zwangerschapsverlof.
Ben je in werkverwijdering, dan gaat je zwangerschapsverlof sowieso 6 weken voor je bevalling in, en dan behoud je nog 9 weken voor na de bevalling.

Als je een tweeling of meerling verwacht, dan heb je recht op 2 extra weken zwangerschapsverlof.

Ben je zelfstandige, dan heb je recht op 12 weken zwangerschapsverlof. Daarvan ben je verplicht 1 week prenataal op te nemen en 2 weken postnataal. De overige 9 weken kan je vrijwillig opnemen, maar altijd in blokken van 7 kalenderdagen.

Het is natuurlijk een beetje koffiedik kijken wanneer je precies zal bevallen (tenzij je een geplande keizersnede hebt), dus hou in je achterhoofd dat het om een voorlopige planning gaat. Misschien adviseert je gynaecoloog je op het einde om het wat rustiger aan te doen, dus wees erop voorbereid dat de planning nog kan veranderen.

Als je baby na de geboorte langer dan een week in het ziekenhuis moet blijven, dan kan je bevallingsverlof worden verlengd met het aantal dagen dat die eerste week overschrijdt.

Vraag je uitkering voor je zwangerschapsverlof aan

Ben je werknemer of werkloze, dan vraag je je uitkering aan door een medisch attest met de vermoedelijke bevallingsdatum naar je ziekenfonds te sturen. Je krijgt dan een inlichtingsblad uitkeringen terug, dat je deels zelf invult en deels door je werkgever (of de werkloosheidskas) laat invullen en vervolgens terugstuurt naar het ziekenfonds. Op basis van deze gegevens berekent het ziekenfonds dan hoeveel je uitkering zal bedragen.
Na de geboorte bezorg je een uittreksel van de geboorteakte aan het ziekenfonds, zodat de einddatum van het zwangerschapsverlof kan worden berekend.

Ben je zelfstandige, dan vraag je een attest aan het ziekenfonds. Dat laat je invullen door de gynaecoloog, en zelf vermeld je wanneer je beroepsactiviteiten worden stopgezet en hoeveel weken je van plan bent op te nemen.

Vraag het kraamgeld aan

Is je partner werknemer of zelfstandige, of ben jij dat, dan hebben jullie recht op een geboortepremie of kraamgeld. Die premie kan aangevraagd worden vanaf de zesde maand zwangerschap, tot ten laatste 3 jaar na de geboorte. Is de papa werknemer, dan vraag je het kraamgeld aan via het kinderbijslagfonds van zijn werkgever. De personeelsdienst zal je hierbij zeker alle nodige informatie kunnen geven.
Is de papa geen werknemer, dan vraag je het kraamgeld aan via het kinderbijslagfonds van jouw werkgever, via de sociale verzekeringskas (voor zelfstandigen) of via de Rijksdienst voor Kinderbijslag (voor leerkrachten of werklozen).

Na de geboorte zal je van dezelfde instantie het kindergeld ontvangen.

Het bedrag voor het kraamgeld is vastgelegd op 1.223,11€ voor een eerste kindje en op 920,25€ voor de volgende kindjes. Dat bedrag wordt ten vroegste uitbetaald in de zevende maand zwangerschap.

Eventueel: laat de papa zijn kindje erkennen

Zijn jullie niet getrouwd, dan kunnen jullie tijdens de zwangerschap al naar het gemeentehuis gaan, zodat de papa zijn kindje kan erkennen. Daarvoor heb je een medisch attest nodig met de bevestiging van de zwangerschap, en beide identiteitskaarten.

Ga naar het gemeentehuis voor de geboorteaangifte

Binnen de 15 dagen na de geboorte dien je aangifte te doen op het gemeentehuis. Daarvoor nemen jullie allebei je identiteitskaart mee, eventueel jullie trouwboekje of de erkenningsakte en het geboorteattest dat je in het ziekenhuis meekreeg.
Vervolgens krijg je enkele attesten mee, voor het ziekenfonds, voor de kinderbijslag, en enkele extra exemplaren. Deze attesten bezorg je aan de bevoegde instanties, zodat het ziekenfonds de duur van je zwangerschapsverlof kan berekenen en zodat het kinderbijslagfonds de kinderbijslag in orde kan brengen.

Wil je meer weten? Dan kan op deze website alle nodige info terugvinden.

 

*Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met OZ. Meer lezen over ons advertentiebeleid kun je hier.