Corona pillow talk

  • door Mama

Ik moet het nog een laatste keer kwijt: die lockdown was toch echt … heftig! Ik bedoel niet de tweede golf, waarbij we konden afwisselen met zomerkampjes en speelkameraadjes, terrasjes en speeltuinen, maar die eerste in het voorjaar. Geen school, geen kameraadjes, geen babysit… Wel pakken onzekerheid, telewerk, en ondertussen een kleuter in huis zonder enige andere prikkels dan: ‘Mamaaaaa!!! Kijk mama! Kijk! Je kijkt niet mama!!’

In alle eerlijkheid: ik heb een paar keer op het puntje van een lelijke mama-burnout gestaan. En omdat we ondertussen ook nog eens verhuisden, is de vermoeidheid pas nu, na een volle maand staycation, uit mijn lijf.

Neen. Ik wil Echt. Niet. Terug. Een lockdown. Maar één gewoonte uit de lockdown hebben we hier wel gehouden… Een gewoonte waarop ik in eerste instantie gevloekt heb, want ze knabbelt aan mijn broodnodige nachtrust (Netflix zit er verder voor niets tussen, hoor!).

Het is pas tijdens deze nieuwe gewoonte, dat ik besefte dat ook zijn driejarige hersentjes deze hele situatie moesten verwerken. En dat hij nog meer dan anders nood had aan bevestiging en nabijheid van zijn mama. En heel eerlijk: dat zijn mama daar ook nood aan had. Eigenlijk heeft het mij ook een beetje door de lockdown geholpen. En ook al grommel ik nu soms nog dat ik weer even vergeten was dat “één keertje” toch echt niet bestaat in de kinderwereld, word ik dankzij deze gewoonte getrakteerd op de gekste vragen, de liefste knuffels, de mooiste liefdesverklaringen en de heerlijk grappigste driejarige bedenkingen over de wereld.

Hoe die gewoonte er kwam? Dat ging ongeveer zo:

Je lag naast me in het bed rusteloos heen en weer te woelen. Je bos krulletjes leek wel te stomen, je handjes waren plakkerig toen je een bevelende arm over me heen legde en me smeekte nog even bij jou te blijven.

A: Ik kan nog niet slapen mama, jij moet bij mij blijven.

Ik: Ok voor een keertje, nog heel even, he schatteke.

A: Ok… (begint mijn arm te aaien) Vind je dat fijn, mama?

Ik: Ja, dat is lief hoor!

A: Jij moet mij ook aaien, mama, ik vind dat heel fijn.

(Ik aai over zijn haartjes.)

A: Zijn hondjes lief, mama?

Ik: ja de meeste hondjes zijn lief, schatteke.

(Lange stilte)

A: De ‘mééste’ hondjes, mama?

Ik: Ja, de meeste… Dat wil zeggen heel veel, maar niet allemaal. Soms is er eentje niet zo lief, daarom moet je voorzichtig zijn met hondjes die je niet kent.

A: Sommige kindjes zijn ook stout he, mama. Dries pakt mijn auto’s af he en die zegt dat ik niet met de auto’s mag spelen!

Ik: ja, dat is niet zo lief… Maar alle kindjes moeten nog leren om speelgoed te delen he… Jij wil dat toch ook niet altijd.

(Lange stilte)

A: Tante Lien is ook heel lief he mama!

Ik: Ja, dat is mijn liefste zusje.

A: Maar soms is ze weg he mama.

Ik: Ja… met het virusje kan ze nu niet zomaar even naar ons komen he…

A: Stom virusje he mama!

Ik: Ja, heel stom…

A: Ik mis tante Lien

Ik: ik ook. Als het met het virusje beter is, mag tante Lien in ons nieuwe huisje komen slapen, ok?

A: Ja, dat vind ik heel leuk, mama.

Ik: Ok. Dat doen we. Slaapwel, lieve jongen..

A: Slaapwel mama.

(Ik wil weggaan )

A: Maar nog efkes blijven he mama. Ik ben nog een beetje verdrietig en ook knuffelig.

Je sloeg daarop je mollige armpjes rond me heen en slaakte een diepe zucht. En daar in het donker, met je regelmatige ademhaling naast mij en de geur van Paw Patrol shampoo in mijn neus, ontspande ik, eindelijk die dag. Misschien wel voor het eerst in weken. En bleef ik liggen. Tot je sliep.

Jij kon niet veiliger zijn dan daar, vlak bij mij. Maar ik kon ook niet méér mama zijn dan daar, vlak naast jou. Er hoefde nu even niets anders, dan gewoon dicht bij jou zijn. Wat attent van jou dat jij besefte dat ook de kopzorgen van mama’s soms weggeknuffeld moeten worden …

 

Deze blog verscheen eerder op Katesworld.