Dat ik veel van jou kan leren, mijn kleine baby

We blijven spelen in bad tot het water koud wordt.  Je duwt je neusje in het schuim, zet met grote precisie je bootjes op de rand, slaat met vlakke handjes op het water en geniet van het spetterfeest. Je kijkt altijd even naar mij, al is het maar een fractie van een seconde. Gewoon, om te zien of ik het net zo fantastisch vind als jij.  Mijn lieve kleine man.  Niemand leeft méér in het ‘nu’ dan jij. Ik, de badspeeltjes, het bekertje waarmee ik warm water over je frêle schoudertjes giet, … Dat is voor een halfuurtje jouw wereld.

Straks stappen we in een andere wereld. Bijvoorbeeld de wereld waarin ik uit een kamer kom gekropen en ‘boe’ roep van zodra jij voorbijkomt. Daarna neem jij gewoon opnieuw je startpositie in en doen we dat nog een keer. En nog een keer.  En nog een keer.  Je enthousiasme taant nooit, tot je wordt afgeleid door een kruimel op de grond of een deurbel. Hoe je zo het meeste plezier haalt uit elke situatie, dat kan ik van jou leren. Je ziet zelfs het verschil niet tussen een duur stuk speelgoed met lichtjes en liedjes en een stuk plakband aan je vingers. Niets is te klein om groots te zijn voor jou.

Al ben je nog zo klein

Je zelfzekerheid, al ben je nog zo klein.  Hoe je mijn hand wegduwt op straat en de andere kant op gaat omdat jij daar wil kijken naar een plastiek zak die uit een vuilbak steekt en heftig tekeer gaat in de wind. Hoe je stampvoetend duidelijk maakt dat jij de deur echt wel zelf had kunnen dichtdoen. Of hoe je je pruillip tevoorschijn tovert wanneer je benieuwd bent naar de smaak van papieren zakdoekjes, maar ik dat net op tijd heb kunnen voorkomen. Tonen wat je echt voelt, dat heb ik van jou te leren.

 Jij kan ook al kiezen. Met je vinger geef je aan wat je het liefste hebt. Dat je dan ook effectief de mandarijn krijgt waar je zo op hoopte maakt een prachtige glimlach bij je los. Toon ik de avocado, duw je mijn hand netjes weg. Jij weet wat je wil, en maakt dat met alle geluidjes die je al kan vormen duidelijk. Soms kijk je al eens naar beneden als je het oneens met me bent en volgen er traantjes.   Een seconde later begraaf je al die kleine zorgen en om de hoek lach je alweer hartelijk als één van ons een scheetje laat. Dat opkomen voor jezelf en net zo snel weer kunnen vergeven, dat heb ik  van jou te leren.

Sommige dingen zal ik niet kunnen verhinderen

Maar dat je zal groeien en soms op plaatsen zal zitten terwijl je liever ergens anders had willen zijn. Dat je wat je hebt zal vergelijken met wat er niet is, en dat gedachten zullen verhinderen dat je het moment echt beleeft.  Dat je soms een gevoel zal verstoppen, omdat je denkt dat het niet welkom is, of omdat je iets of iemand wil beschermen. Dat je af en toe zult kiezen voor iets wat een ander gelukkig maakt.  Dat zal ik nooit kunnen verhinderen, want het hoort erbij. Jezelf af en toe niet op de eerste plaats zetten is ook belangrijk. Maar toch hoop ik dat je dan eens op een stoel naast me komt zitten, nog een knuffel van me verdraagt en hierover iets van mij kunt leren.

Kwijt

Maar één iets maakt me triest bij je opgroeien. Dat je zult leren wat kwijt is. Wat dood is. Dat sommige dingen niet terugkeren of niet voorbij zijn als je een blokje verder wandelt. Ik wil zo graag dat je dat nooit hoeft te weten en dat je verder kan gaan met je mooie onaangetaste gedachten en idealen.  Dat je nooit verdrietig hoeft te zijn of angstig (of dan tenminste alleen wanneer ik in de buurt ben).  Maar dat zal niet lukken. Ik kan alleen maar hopen dat die gevoelens je aansporen om nog sterker te gaan leven en alleen maar te doen wat je graag doet. Als je al iets moet verliezen, dan hoop ik dat het de tijd is wanneer je op een mooie plek zit. Dan hoop ik dat het je woorden zijn, als je wilt uitleggen hoe compleet je je ergens voelt.

Ergens onderweg verlies je je sowieso ook in de liefde. En dat, dat maakt alles goed.