De zwaarste week van ons leven: ons zoontje kende een moeilijke start

  • door Gastmama

Hij was uitgerekend voor 23 november, ons eerste kindje. Spannend, want zijn papa verjaart precies 2 dagen later. Heel de zwangerschap lang was dat één van de steeds terugkerende vragen: gaat het een echt mini-Sandertje zijn en zelfs op dezelfde dag als zijn papa geboren worden?

Enkele weken voor die datum zette ik mijn laatste werkdagen in. Reikhalzend keek ik uit naar een beetje welverdiende rust. In realiteit zou het rusten beperkt blijven: nog 101 kleine praktische dingetjes in orde brengen, weinig slaap door die dikke buik en de bijhorende kwaaltjes, maar vooral veel onrust en de daarmee gepaard gaande onzekerheid. Gaan wij dat wel kunnen, zo’n klein fragiel mensje in leven houden?

Minder ruimte om te bewegen

Tijdens die laatste werkdagen voelde ik al wat veranderingen in mijn buik. Wardje is nooit een heel levendig mannetje geweest (hoewel de gynaecologen tijdens de echo’s iets anders beweerden) maar opeens voelde ik hem bitter weinig. “Dat is normaal,” wist men mij gerust te stellen. “Je bent bijna op het einde, en hij heeft nu gewoon minder ruimte om te bewegen”. “Oké,” zei ik, maar dat was niet wat ik dacht. Dus stond ik regelmatig aan materniteit om te vragen of ik toch aan de monitor mocht gaan liggen.

Dit gebeurde, elke keer opnieuw, en steeds probeerden ze mij gerust te stellen. Meestal lukte dat, al was dat altijd maar van tijdelijke aard. Bij elke monitor die er werd genomen, werd Wardje steeds minder en minder levendig. Eerst kwamen ze mij van mijn rug op mijn zij leggen “om hem wakker te maken”, daarna moest ik druivensuiker innemen om enige reactie uit te lokken. Vanaf toen wist ik: this is not good...

Geen woord van uitleg

Op de dag dat Wardje geboren zou worden (maar dat wist ik toen nog niet), had ik de pech dat mijn vaste gynaecoloog net in het buitenland verbleef, dus werd ik gezien door de gynaecoloog van wacht. Deze verwees mij onmiddellijk door naar een kliniek met meer gespecialiseerde apparatuur. Daar aangekomen moest ik eerst terug aan de monitor, vervolgens werd een echo genomen door een assistent, daarna door een dokter. Ondertussen waren er dus al 3 personeelsleden mij komen onderzoeken en geen van hen gaf ook maar één woord uitleg.

Tot slot kwam er een professor, die eveneens een echo nam. Eindelijk kwam er een einde aan de stilte: “Mevrouw, het gaat niet goed met uw zoontje. Eén van uw afvoeraders functioneert niet meer en de navelstreng ligt twee keer om zijn nekje. We gaan hem vandaag nog moeten halen”.

De grond zakte weg onder onze voeten

Ik hoef je niet te vertellen dat op zo’n moment de grond onder je voeten wegzakt. Honderden scenario’s had ik, over hoe mijn bevalling zou verlopen: heel vlot, extreem moeizaam, beginnend met een inleiding, eindigend met een keizersnede, met verdoving, zonder verdoving, ... Maar geen enkel moment was DIT scenario in mij opgekomen.

Een bevalling op natuurlijke wijze was voor Wardje te riskant, dus werd het al snel duidelijk dat het een keizersnede zou worden. Als ik het op voorhand had geweten, had ik dat waarschijnlijk ontzettend jammer gevonden, maar op dat moment dacht ik enkel: “just get him out of there alive”. Iets later lag ik op de operatietafel en dan gaat het verdomd snel. Om 18u19 werd Wardje geboren...

Moeilijke start

Hij deed het goed, aldus de pediater. “We gaan hem wel de eerste nacht nog op neonatologie houden, omdat hij toch een moeilijke start heeft gehad”. Wat? Mag ik mijn eigen pasgeboren kindje niet gewoon bij mij houden? Maar al snel maakte dat gevoel plaats voor: Hij heeft de allerbeste zorgen nodig en die zal hij daar krijgen.

Gelukkig hadden we een hele lieve verpleegster die ’s nachts met Wardje langskwam op onze kamer, zodat hij borstvoeding kon krijgen en wij hem nog eens te zien kregen. Op die manier werd het al snel ochtend en we waren dan ook dolblij toen zijn bedje onze kamer werd binnen gerold. Razend enthousiast belde we onze familie op, uiteraard met de vraag om hem zo snel mogelijk te komen bekijken want hij was zo mooi en zo lief ...

Ze probeerden mij gerust te stellen

Helaas merkte ik opnieuw al redelijk snel atypische dingen op: hij zag nog heel rood, had gelige oogjes, hij viel heel de tijd in slaap tijdens het drinken en hij ‘fladderde’ constant met zijn armpjes. Toen ik de verpleegsters hierover aansprak, probeerden zij mij gerust te stellen door te zeggen dat ze dat wel vaker zagen.

De ochtend nadien kwam de pediater voor een check-up. Ik vertelde haar onmiddellijk over die fladderende armpjes en na hem onderzocht te hebben, gaf ze toch aan een bloedstaal te willen nemen. Helaas waren de resultaten niet postief: zijn insuline was te laag, hij had te weinig bloedplaatjes en zijn bilirubine was te hoog. Doordat hij ook steeds weer in slaap viel tijdens het drinken, vreesde de pediater dat we in een neerwaartse spiraal terecht zouden komen als we niet onmiddellijk zouden ingrijpen.

Wardje werd opnieuw van ons weggehaald

Opnieuw werd Wardje van ons weggehaald. Dit was het moment dat zowel ik als mijn man braken, in de spreekwoordelijke duizend stukken. Het waren ongelooflijk hectische, emotionele en vermoeiende dagen en nachten geweest, maar we dachten wel dat we intussen het ergste gehad hadden. Volgens ons had Wardje gewoon geluk gehad en zou hij niet te veel overhouden van hetgeen hem was overkomen die laatste dagen in mijn buik. En dan opeens waren zijn bloedwaarden zo verontrustend dat hij niet eens meer bij ons op de kamer mocht blijven...

In plaats van vrolijk de cava koud te zetten, sms’ten we al huilend ons bezoek voor die dag af. Bellen lukte op dat moment niet en ik wou even helemaal niemand zien of horen. Niet de verpleegster, maar ook niet mijn moeder, mijn zus, mijn beste vriendin, ... Op dat moment was de enige die mij troost kon bieden mijn man. Hij was de enige persoon die op dat moment exact voelde wat ik voelde. We hebben samen uitgehuild en toen zijn we naar neonatologie vertrokken om hem eten te geven. En dat deden we de komende dagen zo, om de drie uur…

De vooruitgang met Wardje was erg traag, maar hij was er wel. Na enkele dagen moest er geen insuline meer worden toegediend en had hij alleen nog enkele uurtjes ‘onder de zonnebank’ tegoed. Hierdoor mocht ik na een langer verblijf op materniteit en een afsluitend nachtje rooming-in op neontalogie, na een week het ziekenhuis verlaten, samen met mijn grote èn mijn kleine man.

Zwaarste week van mijn leven

Dit was zonder twijfel de zwaarste week uit mijn leven. Want niet enkel het emotionele aspect, maar ook het fysieke (de pijn van de keizersnede, de pijn van het kolven en de borstvoeding, de vermoeidheid, …) woog toch zwaarder door dan ik wou toegeven. Als we nu de kliniek voorbij rijden zeg ik nog steeds al licht spottend (maar dus ook een beetje gemeend) tegen mijn man: “dit is de plaats waar ik gestorven ben”.

Maar uiteindelijk is dit ook de plaats waar ik het leven heb gegeven aan een prachtig manneke. Aan mijn manneke.

 

Karen