DOSSIER: "Straffen werkt niet, dus kan je het maar beter afschaffen"

  • door Mamabaas

Een kind opvoeden zonder dat het ooit straf krijgt, zonder dat het ooit eens in de hoek moet staan, een time-out krijgt of niet naar een favoriet programma mag kijken… kan dat wel? Het lijkt hier wel alsof het er gewoon bijhoort, zeker als het gedrag echt heel fout was en je de boodschap wil meegeven dat het echt niet kan. Maar volgens kinderpsycholoog Alan Kazdin werken straffen niet om het ongewenste gedrag te verminderen. In plaats daarvan heeft hij een ander idee.

De (kleuter)wetten der logica

Als je kind zich nu misdraagt, dan kan je op verschillende manieren reageren, maar je maakt niet elke keer een bewuste keuze. Je gedrag is meestal gevormd door verschillende factoren: jouw eigen temperament, wat je gezien hebt van je ouders en vrienden, het temperament van je kind en een factor tijdsdruk, stress of zelfs sociale wenselijkheid. Zo hebben we van onze ouders geleerd (of zien we van vrienden) dat bepaald gedrag op een bepaalde manier moet aangepakt worden.

In eerste instantie probeer je met logische argumenten je kind te overtuigen om iets niet te doen. Op zich geen slecht idee volgens Kazdin: “Redeneren is goed: het verandert hoe ze denken en ze leren problemen oplossen. Het kan zelfs helpen het IQ te ontwikkelen. Maar het verandert niks aan gedrag. Waarom niet? Kijk naar verstokte rokers: zij weten wel dat sigaretten slecht zijn, maar vervolgens helpt dat bijna niet het gedrag te veranderen.”

Gelijkaardig effect

Straffen heeft een gelijkaardig effect: “Straffen werkt gewoon niet om gedrag echt te veranderen.” Hij staat niet alleen met dat idee, de hele kinderpsychologie raakt daarvan overtuigd. Zo ook psychologe Michelle Borba: “Na vijftig jaar onderzoek kan je stellen dat het echt niet werkt.”

Natuurlijk betekent ‘niet straffen’ niet dat je kind zomaar met alles wegkomt. Integendeel: disciplineren is en blijft belangrijk. Hoe kan je ongewenst gedrag dan oplossen? Door het gedrag dat je wil zien te belonen. En dat betekent niet zomaar ongewenst gedrag negeren en alles wat goed gaat prijzen. “Het komt neer op toegepaste gedragsanalyse: wat komt voor het gedrag, wat heeft het aangewakkerd en hoe kan je het wegnemen of veranderen?” Met andere woorden: je kijkt niet enkel naar het gedrag maar ook naar de factoren die tot het gedrag leiden.

Voorbeeld

“Stel: je kind weigert de schoenen aan te doen. Als ouder ga je vaak geneigd zijn je macht te gebruiken en je wil op te leggen aan het kind: ‘Doe het nu, we moeten weg’, ‘Snel omdat ik het zeg’, ‘Als je het niet doet, dan …’ . Maar dikwijls, voor het gedrag ontstaat, kan je al iets doen om het gedrag minder waarschijnlijk te maken. Je kan kiezen om het kind een keuze te geven of op een vriendelijke manier te vragen. De toon kan al veel doen, en de manier waarop je het vraagt ook. Niet: ‘Wil je je schoenen aandoen?’, maar wel: ‘Kan je voor mij je schoenen aandoen, want we gaan zo meteen weg.’ Het voordeel is dat je kind het gevoel heeft een keuze te hebben, en dat maakt soms al een groot verschil.”

Als je dan het gedrag krijgt dat je wil zien (medewerking!), dan beloon je dit gedrag door het te prijzen. Klein addertje onder het gras: wees specifiek. Zeg dus niet gewoon: “Goed gedaan”, zeg wel “Superfijn dat je zo snel je schoenen aantrok en we daardoor op tijd konden vertrekken.” Dat lijkt overdreven maar een gewoon ‘goed gedaan’ is eigenlijk heel vaag en kan (vanuit het standpunt van het kind) ook slaan op het feit dat het ondertussen zonder vallen de trap is afgegaan.

Ook bij driftbuien

Het gaat zelfs op voor driftbuien. “Meestal willen ouders de driftbui (inclusief schoppen, slaan, bijten, vanalles kapot maken, … ) aanpakken en dus bestraffen ze die. Dat maakt het natuurlijk erger.” Wat je wil doen om de driftbui aan te pakken, is de gewoonte en de escalatie aanpakken, en dat kan door het ‘driftbuispel’ te spelen. Dat betekent dat je samen met je kind op een ontspannen moment de driftbui na te bootst, waarbij één ongewenst element van het gedrag weggelaten wordt (bijvoorbeeld slaan). Als dat lukt, wordt het kind ervoor geprezen en wordt de oefening op een ongedwongen manier herhaald. Het idee is dat naarmate je het spel oefent, het gewenste gedrag 'vanzelf' de nieuwe norm wordt. (Lees een uitgebreide versie in The Atlantic)

Bij negatieve taal, populair bij tieners, kan je bijvoorbeeld het positief tegengestelde gebruiken. Niet gemakkelijk als je lieftallige tiener je net heeft uitgescholden, maar het zal wel een escalatie vermijden.

Ouders veranderen

Heb je ook het gevoel dat het veel werk is en veel energie vraagt om door te zetten? Dan ben je niet de enige. Kazdan erkent dit ook: “Deel van de reden is dat het ingaat tegen alles wat we geleerd hebben. Ouders raken gefrustreerd en ze komen in de verleiding om hun macht te gebruiken om het kind te dwingen. En dat maakt alles erger. Wij veranderen geen kinderen, wij veranderen de ouders, zodat zij hun kinderen kunnen veranderen.

Nuance

Toch is niet iedereen het honderd procent eens met de aanpak. Borba bijvoorbeeld vindt dat een time-out voor kleine kinderen wel kan werken bij onaanvaardbaar gedrag. “Als je het laat passeren, lijkt het voor het kind dat je er niets om geeft. Dat kan je niet laten gebeuren. De truc is alleen om de time-out zo weinig mogelijk te presenteren als straf maar eerder als pauze. Na de time-out neem je de tijd om met je kind te bespreken wat het fout deed en help je hem of haar om samen tot een oplossing te komen.” Ze is het wél met Kazdin eens dat het niet werkt voor chronische gedragsproblemen.

Ross Greene is het dan weer niet eens met het overdreven prijzen. Hij ijvert net voor samenwerking tussen ouders en kinderen. “De zorgenden moeten niet het gedrag willen veranderen maar problemen oplossen.” Dat heeft (net zoals bij Kazdin) het voordeel dat de kinderen keuze hebben (of denken te hebben), maar ze kunnen ook meedenken om het probleem op te lossen. Het vraagt natuurlijk flexibiliteit van de ouders, en tijd en energie om tot een oplossing te komen. Maar die tijd win je wel weer doordat de oplossing door iedereen gedragen wordt.

Dat idee werkt ook Eva Bronsveld uit in haar boek 'Temperamentvolle kinderen'. Ze ziet enkel voordelen: je blijft in verbinding met je kind, je kind heeft meer controle over zijn situatie, je hoeft geen macht te gebruiken en je kind leert samenwerken. Ook tegenover straffen staat ze eerder sceptisch en ziet vooral nadelen: de verbinding wordt verbroken, er is altijd een verliezer en het kan enkel als de ouder degene is met het meeste macht. "Zeker voor temperamentvolle kinderen moet je zodanig veel macht gebruiken om je wil op te leggen, dat jullie relatie beschadigd raakt. Onthou dat je kind niet doet wat het doet uit onwil (dus niet 'om je te pesten') maar omdat het hem echt nog niet lukt." 

Ook voor kleuters?

Voor oudere kinderen kan je het zien werken, zo vanaf lagereschoolleeftijd, maar voor kleuters lijkt het soms al moeilijker. 

Al kan ik met twee anekdotes toch aangeven dat het wel schijnt te werken. Gisterenavond was  de kleuter (3j) onhandelbaar omdat de sleutel van de auto volgens hem IN de auto (in het contact) moest blijven zitten. Daar was ik het niet mee eens, dus kreeg ik tranen, geschreeuw en slaan op de auto te verwerken. Logisch redeneren werkte niet, afleiding ook niet en uiteindelijk heb ik hem gevraagd waarom dat volgens hem moest. De uitleg heb ik niet echt begrepen, maar het gehuil was al de helft minder. Met een handige kleine afleiding, is hij zonder nog op de auto te slaan naar binnen gegaan.

Deze ochtend: dezelfde kleuter wil ab-so-luut niet aangekleed worden. Hij loopt weg, verstopt zich, heeft (uiteraard) geen oren naar het argument dat het tijd is, dat school gaat beginnen en dat hij niet in zijn pyjama naar school kan. (Bon, in principe natuurlijk wel maar dat hou ik voor noodgevallen!) Uiteindelijk heb ik mezelf gedwongen om rustig te worden, niet meer te dreigen en heb ik gevraagd of hij zich wilde aankleden voor mij. Dat werkte en met een muziekje op de achtergrond, was hij op vijf minuten schoolklaar.

Simpel is het zeker niet altijd, maar van dat dreigen krijg ik zelf ook maar een vies gevoel. Dus hier gaan we het nog even proberen. 

Wat denken jullie ervan? Pas jij dit soms al toe en hoe, of absoluut niet, en waarom?