Dossier Verwachten en verliezen – deel 5: Verlies van een prille zwangerschap

Wanneer je ‘vol verwachting’ naar de boekhandel stapt om een boek over zwangerschap te kopen heb je de keuze uit een hele reeks titels. Enkele voorbeelden: ‘Mama worden’, ‘Zo krijg je een blije baby’, ‘Een praktische lifestylegids voor je eerste jaar als mama’, ‘Het nieuwe borstvoedingsboek’, ‘Het grote wonder’, ‘Geboorte vol vertrouwen’, Help ik word (super)papa’, ‘Op weg naar een bekrachtigende bevalling’, ‘Sterker zwanger’, ‘Bevallen op eigen kracht’, ‘Veilig zwanger’, … Titels die je laten dromen over een toekomst vol vervulling. Niets in al die titels doet vermoeden dat papa en mama worden niet voor iedereen zo’n rimpelloos traject kan worden.

Verwachten kan ook omslaan in verliezen. En wanneer je dan ook nog in stilte moet rouwen wordt het eenzaam verdriet dat niemand ziet. Iedere samenleving heeft regels om met verlies en verdriet om te gaan. In arbeidssituaties krijgt een personeelslid bijvoorbeeld vijf dagen werkverlet bij het overlijden van de partner of van een kind, drie dagen bij het sterven van vader of moeder, schoonouder, broer of zus. Dit soort regels bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Omtrent geboorte en ouderschap zijn er vele vormen van verlies waarvoor de samenleving geen normen, geen gebruiken en zelfs geen woorden heeft. Het gaat om ‘niet-erkende rouw’, om verliezen die door de samenleving en soms ook door de rouwenden niet als dusdanig worden herkend en erkend.

 In deze bijdrage willen we even dieper inzoomen op tien verlieservaringen die met zwangerschap kunnen worden geassocieerd: kinderloos blijven, fertiliteitsbehandelingen, donorinseminatie, draagmoederschap, verlies van een prille zwangerschap, zwangerschapsafbreking om medische redenen, abortus, premature geboorte, adoptie, perinatale sterfte. Bij elk van deze ervaringen kan je rouwen. Vaak wordt dit niet eens opgemerkt door de directe omgeving.

Verlies van een prille zwangerschap

Een ander verlies is het afbreken van een prille zwangerschap. Minstens 70 % van de zwangerschappen lopen tijdens de eerste drie maanden verkeerd af. Vele verliezen vinden al plaats vóór het uitblijven van de menstruatie, waardoor de vrouw het zelfs niet eens weet. Naar schatting een op de vier vrouwen maken in hun leven het verlies van een prille zwangerschap mee (Spitz, 2010). Het is niet omdat het zoveel voorkomt dat het daarom minder pijnlijk is, ook al wordt het heel verschillend beleefd. Voor artsen is het vaak een medisch probleem. In de genetica hebben ze geleerd dat ‘miskramen lichamen zijn met een genetische fout’. Dat staat ver van de beleving van de ouders. Steeds meer beginnen artsen te beseffen dat het voor ouders een diepmenselijk en emotioneel probleem kan zijn. Het hangt niet op de eerste plaats af van de duur van de zwangerschap, maar van de intensiteit van je verlangen naar een kind. Je kunt nooit voor iemand anders invullen wat zoiets betekent. Luisteren wat dit voor deze mensen op dat moment in hun leven betekent is de enige juiste houding, uiteraard samen met correct medisch handelen en informeren.

We gebruiken bewust de uitdrukking ‘verlies van een prille zwangerschap’ en niet de term ‘miskraam’. Dat woord roept een andere connotatie op: je hebt ‘mis’ gekraamd, het lijkt wel op een misdaad. Misschien zit je met vragen over wat je fout hebt gedaan of niet gedaan, terwijl het niets anders is dan een probleem van de menselijke natuur. 

De vraag ‘hoe ver was je?’ kan worden geïnterpreteerd als het minimaliseren van verlies, alhoewel het natuurlijk zo is dat het fout lopen in het begin van de zwangerschap meer tot de natuur der dingen behoort. Naarmate de zwangerschap vordert worden je dromen en je verwachtingen concreterer. Voor ouders is dit het kind waar ze zoveel maanden, misschien jaren naar hebben uitgekeken. Ze zien het beeld van een opgroeiend, lachend, spelend kind. Alle verwachtingen en dromen sterven mee met het kind. Je hebt het gevoel dat je lichaam je bedrogen heeft, het wordt verondersteld een veilige thuis te zijn voor een kind. Je moest veiligheid bieden en daar ben je niet in geslaagd. Moet je een volgend kind in hetzelfde ‘onveilige’ lichaam huisvesten?

Helpen is

Helpen is vooral erkenning geven aan verlies dat persoonlijk of maatschappelijk niet wordt erkend en het als rouw benoemen. Jezelf de kans geven het verlies te voelen en erover te rouwen brengt meer bevrijding dan het permanent opkroppen en wegduwen. De kring van stilte moet worden doorbroken. Door de niet-erkenning dreigt het verdriet onder de oppervlakte te blijven voortwoekeren. Dat resulteert in wat soms pathologische rouw wordt genoemd, ook al is dit geen pathologie van het individu maar het resultaat van ontkenning door een brede samenleving. Door je verdriet op te kroppen van je verdriet en door het gemis aan opvang en steun, kan het verdriet alle domeinen van je leven aantasten. Rouw is altijd een subjectieve ervaring. Te gemakkelijk wordt het verdriet van een ander geminimaliseerd, door ofwel het verlies niet als betekenisvol te erkennen of door de omstandigheden waarin het is ontstaan af te keuren. Persoonlijke opvattingen, oordelen of vooroordelen je kunnen remmen om mensen in verdriet persoonlijke zorg te geven. Laat oordelen over aan rechters en magistraten. Effectief helpen in verdriet vraagt dat je verschillen in visie accepteert, dat je onbevooroordeeld luistert en een klimaat van oprechte aanvaarding creëert.

Literatuur

Bateman-Cass C. The loss within loss: Understanding the psychological implications of assisted reproductive technologies for the treatment of infertility. Dissertation Abstracts International 2000: 61; 1624B. (UMI no. 9965385)

Glazer ES. Miscarriage and its aftermath. In Lieblum SR (Ed.). Infertility: Psychological issues and counseling strategies. New York: Wiley; 1997, 230-245.

Greenfeld DA, Haseltine F. Candidate selection and psychosocial considerations of in-vitro fertilization procedures. Clinical Obstetrics and Gynecology 1986: 29; 119-126.

Hurwitz N. The psychological effects of in vitro fertilization. Pre- & Peri-Natal Psychology Journal 1989: 4; 43-50.

Keirse M. Eerste opvang bij perinatale sterfte. Gedragingen en attitudes van ouders en hulpverleners. Leuven: Acco; 1990 (2de druk).

Keirse M. Therapeutische verbetenheid en patiëntenrechten. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 877-887.

Keirse M. Omgaan met een ongeneeslijke ziekte. Lessen uit de praktijk. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 1370-1379.

Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt: Lannoo; 2017.

Keirse M. Patiëntenzorg en -begeleiding. Leuven:Voorburg: Acco; 2005.

Kluger-Bell K. Unspeakable losses. Understanding the experience of pregnancy loss, miscarriage and abortion. New York: WW Norton; 1998.

 Spitz B, Keirse M, Vandermeulen A. Als je een prille zwangerschap verliest. Tielt: Lannoo; 2010.