Enig kind in coronatijd

  • door Gastmama

Als corona me iets leerde, is het dat ik een ontzettend positief mens ben. Ik dacht altijd dat ik een beetje een doemdenker was, die eerder de problemen zag dan de oplossingen. Dat blijkt dus het omgekeerde te zijn. Ik ben degene die er het beste van maakt en probeert te genieten van kleine dingen. Ik zorg voor een bloemetje in huis, maak lekker vers eten, aperitief met mijn gezin en ben vooral erg dankbaar.   Toch zit ik er deze week wat door. Dat heeft niets met mezelf te maken, des te meer met mijn kleine held. Als hij ongelukkig is, is moeder dat ook. 

Ik wou dat ik twee hondjes was

Mijn zoon is enig kind, net als ik. Iedereen kent de heersende clichés: ze zijn verwend, zielig en eenzaam. Allemaal dikke bullshit, reeds ontkracht door meerdere wetenschappelijke studies. Dat is in alle situaties waar, behalve in coronatijd.  Het begon met enkele voorzichtige opmerkingen. We maakten ons klaar voor een fietstochtje. De aandacht van mijn zoon werd getrokken door het gejoel van spelende kinderen in een van de tuinen aan de overkant. 

“Zie je,” merkt hij op. “Met twee kan je je nog amuseren. Hoor hoeveel plezier ze hebben.” Ik probeer hem te sussen: “Waarschijnlijk maken ze ook wel ruzie.” “Ja, maar dat vind ik niet erg.”

Ik dacht dat we hier voorbij waren. De afgelopen 3 jaar vroeg hij niet meer naar een broertje en zusje, nadat we duidelijk maakten dat er geen meer kwam. Zowel mijn partner als ik vinden ons gezin compleet.

We hebben lang getwijfeld, gewikt, gewogen en staan volledig achter onze beslissing. Een tweede kind maken enkel als speelkameraadje voor je eerste vinden we sowieso onzin. Elk kind moet ontzettend gewenst zijn. Een tweederangsburger maken als levende pop is geen optie. Dat mag niet de enige reden zijn. Ik had er zelf als kind geen last van, maar groeide natuurlijk niet op tijdens een lockdown.

Open huis gaat op slot

Mijn supervent telt al enkele weken af naar het einde van de lockdown. We maken hem er regelmatig voorzichtig attent op dat het misschien nog langer duurt. Wanneer hij hoort dat de maatregelen nogmaals verlengd worden, betrekt zijn gezicht. 

“Oh nee,” zucht hij. “Ik ga hier echt niet nog weken zonder kinderen zitten.’”

De wanhoop op zijn gezichtje weerspiegelt de mijne. Elk woord snijdt door mijn moederhart.  De realiteit komt hard aan. Hoe hard mijn man en ik ook met hem ravotten, knutselen en spelletjes spelen, we zijn geen ander kindje. Voor het eerst sinds lang voel ik me een slechte ouder. Natuurlijk weet ik dat het door deze situatie komt, maar op dit moment helpt me dat niet.

Normaal gezien heerst hier een openhuis politiek: vriendjes lopen hier de deur plat, logeerpartijtjes met de neefjes en nichtjes zijn elke vakantie schering en inslag. Verjaardags- en andere gelegenheden zijn hier een feest voor volwassenen en kids. Nu valt dat natuurlijk allemaal weg door dat smerige virus. Niet moeilijk dat het mannetje in een gat valt. 

Natuurlijk doe ik mijn best, zoals wij allemaal, toch zal het nooit genoeg zijn. Ik veeg mijn tranen weg, stop een nieuw idee in de verveelbox om de volgende thuiswerkdag door te komen en plof in de zetel. Ik kijk al uit naar een nieuwe dag. Binnen twee maanden ofzo.