Faalangst bij kinderen: hoe herken je het en wat kun je eraan doen?

Kinderen kunnen al snel tekenen vertonen van faalangst en onzekerheid. Het is voor veel ouders een vraagteken vanwaar die onzekerheid komt. Zelf kun je bij de opvoeding op een aantal dingen letten zegt onze opvoedingsexpert Janneke Verbeke.

Vanwaar komt faalangst?

  • Faalangst is een combinatie van persoonlijkheid en omgevingsfactoren. Meisjes zijn bijvoorbeeld vaker perfectionistisch en leggen de lat meteen hoog.
     
  • Faalangst kan enerzijds draaien rond het gevoel van te moeten presteren (‘Ik moet een toets maken’), maar het kan anderzijds om andere dingen gaan.
     
  • Negatieve ervaringen zoals bepaalde opmerkingen, uitgelachen worden of het onvoldoende ervaren van succeservaringen kunnen dat nog versterken.

Hoe ontstaat faalangst?

  1. Het resultaat is vaak belangrijker. Onbewust beoordelen we meer op het resultaat van een proces dan op de inspanning en het proces zelf. Op school wordt bijvoorbeeld elke fout met een rode balpen in de verf gezet. Zelf doen we dat vaak ook onbewust: ‘Wat een mooie tekening!’ in plaats van: ‘Je was zo flink aan het tekenen!’
     
  2. Plezier hebben in iets lijkt soms minder belangrijk dan het resultaat, maar dat is eigen aan onze maatschappij. Het is goed om ons daarvan bewust te zijn, aangezien prestatiegerichtheid vaak een oorzakelijke factor is van stress.

Hoe kun je als ouder met faalangst omgaan?

Het is in de opvoeding belangrijk om die faalangst niet zomaar af te wimpelen, maar ze te aanvaarden, te erkennen en te benoemen. Het zijn eerder de gedachten bij een situatie dan de situatie zelf die angst aanjaagt. Die gedachten zijn meestal irrationeel.

Niet de gebeurtenis zelf dus, maar wat je denkt, bepaalt wat je voelt.

Wat wel en niet te doen als ouder

What not to do

Motivaties zoals ‘Je kunt het wel’ zijn wel goed bedoeld, maar helpen een kind niet echt vooruit.

Wat helpt wel?

Als een bepaald gevoel wordt erkend kun je er verder mee aan de slag.
‘Jij hebt het gevoel dat je het niet kunt en dat het je niet zal lukken. Maar zoals ik je ken, zie ik dat eigenlijk anders. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het je lukt?’
Zo kun je aansporen om verder te zetten en niet op te geven bij de eerste moeilijkheid.

Piekergedachten opsporen en aanpakken kan helpen. Zo kun je ze vervangen. Maar dat is een langdurig of zelfs permanent proces.

Hoe herken je een kind met weinig zelfvertrouwen?

‘Het was een gemakkelijke toets’

Als ouder kun je niet alles onder controle hebben en je kind volledig afschermen voor de ‘boze buitenwereld’. Maar er zijn wel een paar handige trucjes om hen zelfzekerder te doen voelen (zie 7 manieren om het zelfvertrouwen van je kind te boosten).

Belangrijk bij de ontwikkeling van het zelfbeeld en zelfvertrouwen zijn de succes- en faalervaringen. Als iets goed gelukt is, geeft dat een prettig gevoel. Dat gevoel is eigenlijk een 'intrinsieke' beloning voor een kind.

Kinderen met veel zelfvertrouwen geloven erin dat zij door hun eigen inspanning en aandeel bepaalde zaken tot een goed einde kunnen brengen.
Kinderen met weinig zelfvertrouwen daarentegen zullen de reden van het slagen van ervaringen vaker extrinsiek (buiten zichzelf) leggen.

Voorbeeld: ‘Het was een gemakkelijke toets.’
In plaats van: ‘Wat heb ik het goed gedaan.’