Gedaan met het thuiswerken … Shit.

Iets meer dan een jaar geleden veranderde ik van werkplek. De kennismaking met de nieuwe collega’s verliep in het begin moeizaam. De ene kakte los in zijn broek tijdens een videocall en de andere verkleedde zich de godganse dag als prinses. Mijn bazin viel gelukkig best mee.

Wat. Een. Jaar.

Maar vooral: Wat. Een. Collega’s.

En toch nam ik ontslag. Officieel zoals dat hier hoort met een tekening van een eenhoorn in regenboogkleuren die aangetekend verzonden werd naar prinses Elza van HR. Met onderaan netjes mijn naam in drukletters, in spiegelschrift uiteraard, en dat was het dan.

Er vielen traantjes en harde woorden zoals ‘jij bent mijn vriend niet meer’ of gewoon een pijnlijk kurkdroge ‘dada’. Mijn bazin vind ik dat zwaar overdrijf en mij beter zou bezighouden met het opruimen van de speelhoek omdat de poetsvrouw morgen langskomt. Als mijn opzegtermijn wordt berekend op basis van het afwerken van die taak dan vrees ik dat ik hier tot in de oneindigheid moet blijven want de collega’s negeren nog steeds straal de clean desk policy.

Het is een cliché maar ik ben overtuigd dat ik mijn collega’s nog zal zien na mijn vertrek. Eens afspreken na de kantooruren om een melkje te drinken, te schommelen of om hysterisch te smeken als de ijskar luid weerklinkt in de straat. Heerlijk ontspannende momenten die ik ga missen tijdens de kantooruren.

Of ik een leegte achterlaat, dat is een ander verhaal. Een opportunistische collega opperde dat zij nu de tweede oudste van het kantoor werd en mee de baas mocht spelen, de andere collega zit nog in de ontkenningsfase en houdt zich ostentatief bezig met het stapelen van blokjes om die dan opnieuw omver te smijten. Mijn bazin opperde dan weer dat vervanging niet echt nodig was aangezien die godverdomse speelhoek nog steeds niet opgeruimd was en mijn takenpakket dus al bij al heel beperkt was.

HR had de laatste weken wel de handen vol met de regeling omtrent ziekteverlof. Collega’s werden aan de lopende band ziek. De hoeveelheid groen snot, het decibel aan gehoest en de restjes zure melk gingen crescendo naar het voorbeeld van de kostenpost op onze boekhoudkundige jaarrekening voor farmaceutische uitgaven. En toch bleven zieke collega’s naar kantoor komen, meer nog: sommigen hernamen zelf hun nachtwerk en eisten wederom van ons hetzelfde engagement.

Het afgelopen jaar zijn we gegroeid als team. Nachtwerk is niet langer de norm (als er niemand ziek is tenminste) en eten doen we meestal met een vork. De junior van kantoor durft nu ook meer en meer het woord te nemen ook al versta je er geen bal van. En ‘bal’ is dan ook een van de enigste woorden die hij uitkraamt waardoor functioneringsgesprekken moeizaam verlopen.

Een van de mooiste herinneringen was toen mijn collega’s mij op een ochtend verrasten. Het was ‘Dag van collega’ en ze hadden werkjes gemaakt, brachten versjes en een ontbijt. En dat allemaal tijdens de kantooruren. Ik was de hele dag vrijgesteld van alle taakjes. Wat bij mijn bazin de opmerking uitlokte dat het blijkbaar elke dag ‘Dag van de collega’ was.

Maar ook die keer dat er paaseitjes verstopt waren op kantoor heerste er een uitgelaten sfeer. Een overenthousiaste collega stikte bijna toen hij vergat het papiertje van zijn chocolade eitje te doen en een andere at op één dag haar gewicht in chocolade paashazen op. Van toewijding en professionaliteit gesproken.

De collega’s stuwen elkaar ook naar een hoger niveau. Een collega leerde tot tien tellen en benoemde zichzelf prompt tot boekhouder van het bedrijf. De andere collega overweegt een carrière switch naar fietskoerier want hij maakt met zijn driewieler de kantoorgangen onveilig. Technische werkloosheid is een fenomeen dat zich voordoet bij enkele collega’s wanneer de tafel moet gedekt worden, er eten gemaakt wordt of afgeruimd moet worden. Net dan moeten er altijd facturen de deur uit of pakjes bezorgd worden.

Vanaf nu ga ik opnieuw naar een ‘echt’ kantoor. Waar stempels handtekeningen zijn, Paw Patrol een dolle leverancier van kantoormateriaal is en Bumba een typo is in de mail van HR wanneer ze eigenlijk Zumba bedoelden als mega-originele teambuildingsactiviteit.

Van teambuilding gesproken: eindelijk mochten we nog eens uit gaan eten over de middag met collega’s. Dat was al heel lang geleden en meteen de eerste keer voor sommigen in hun leven. Dit ging wel gepaard met enkele discussies. Aangezien het toch op kosten van de zaak was, kapte een collega het ene fruitsapje na het andere binnen om dan wel heel ostentatief te roepen dat de chips opnieuw op waren omdat zij nota bene alles zelf opat. De jongste collega weigerde dan weer om te blijven zitten aan tafel en was als een magneet aangetrokken tot een nabij gelegen speelpleintje. Met als resultaat dat ik als enige overbleef aan het tafeltje terwijl mijn bazin twee collega’s moest duwen op de schommel. Leading by example noemen ze dat in management boeken.

Beste. Bazin. Ooit.

Ik ga iedereen missen. Alsook de fantastische momenten die we samen beleefden. Die keer dat er fruitpap werd gekatapulteerd op mijn toetsenbord toen ik een rapport typte, die keer dat ik op een legoblokje trapte op weg naar de printer die geblokkeerd zat met kleurplaten van Peppa Pig of die keer dat een collega ‘per ongeluk' onze kraakwitte kantoormuur verwisselde met het whiteboard in de meeting room. Overkomt iedereen wel eens, niet?

Tijdens de afsluitende afscheidsdrink blikten we terug op al deze mooie herinneringen. De ene collega gaf mij als cadeau een roze stempel op mijn hand en een welgemeende knuffel, mijn bazin zuchtte terwijl ze de speelhoek opruimde, en mijn jongste collega? Wel, die kakte los in zijn broek.

 

Deze blog verscheen eerder hier.