Help! Mijn kind heeft gedragsproblemen op school

Ik herinner me het einde van vorig schooljaar nog goed. De oudercontacten, de gesprekken met de andere ouders en vrienden. Iedereen had weleens een kapoen in huis, of een driftige peuter. Maar die verhalen van mij … Ja, die waren toch net even wat anders. Op den duur dacht ik dat niemand ze nog zou geloven. Dat ze zouden denken dat ik maar wat verzon om zelf aandacht te krijgen of belangrijk over te komen. Niet dus.

Opzien tegen de oudercontacten

Iedere keer als het oudercontact was, zag ik er gi-gan-tisch tegenop. Zo’n oudercontact heet in Nederland ‘10-minutengesprekje’. Maar ik blijf bewust ‘oudercontact’ zeggen. Want bij 10 minuten bleef het nooit. Bij andere ouders natuurlijk wel. Maar voor mij lag er telkens een hele lijst klaar … over wat er NIET zo goed ging op school. Pfff, je zou je voor minder naar school slepen.

Altijd maar opboksen tegen die vooroordelen

Ouders die in hetzelfde schuitje zitten als ik zullen het wel herkennen. Familie, vrienden, collega’s, … Ze weten het allemaal beter. Of je bent te zachtaardig. Of ze moeten eens een goede uitbrander of straf krijgen. Of je beloont niet genoeg. Of je verwent ze teveel. Enzovoort. Enzovoort.

Ik zeg het één keer klaar en duidelijk: geloof me, we hebben het ALLEMAAL al geprobeerd.

Willen ze geen speelgoed opruimen? Dreig er dan mee dat alles in 1 grote vuilzak vliegt. Ja hoor, de vuilzak was gevuld. Denk je dat ze het speelgoed misten? Na 2 maanden stond de zak nog in de garage. Niemand die erom treurde.

Doen ze het goed? Geef ze een sticker. Yeah right … “Stickers zijn stom”.

Oh ja hoor, ik heb ook al die uitzendingen van de Supernanny gezien. En ik ken de tips zowat uit mijn hoofd. Ben zelf ondertussen een halve kinderpsychiater of pedagogisch expert geworden.

Alleen … bij mijn kinderen werken ze NIET.

En op school duidelijk ook niet.

Radeloze juffen

Ik weet nog dat de juffen vroegen wat bij ons het beste werkte. Ze zouden het beloningssysteem zeker uittesten. Ik lachte eens goed. “Ja, maar! Je moet zoiets niet na 4 weken opgeven hé”. Ik zei heel droog: “succes”. En dan die onderzoekende blikken. Want wie weet, misschien was er wel iets fout met ons. Misschien was de thuissituatie wel niet ideaal. Ik ben zelf highly sensitive. Dus ik merkte de blikken maar al te goed op …

En wat denk je dat ze na 8 maanden zeiden?

Precies.

Dat beloningssysteem. Uhhh. Dat werkt niet”.

Het begon al in Groep 1. Robbes juf zei dat Robbe onmogelijk op zijn stoel kon blijven zitten. “Hij zit zelfs niet, hij hangt”. Eerst lijken die verhalen nog wel grappig. Maar na een tijd begin je je toch zorgen te maken. Zeker als de juf vraagt om het gedrag verder te laten onderzoeken.

Met veel moeite mocht hij over. Maar ook in Groep 3, waar hij 2 juffen had, begonnen ze zich vragen te stellen bij zijn gedrag. Robbe raakte vaak in conflicten. Hij gedroeg zich vervelend. Hij was totaal niet mee met het niveau van de klas. Hij moest een jaartje overdoen. Enzovoort. Enzovoort.

Dus ja, dan laat je dat gedrag inderdaad onderzoeken.

Heb een beetje medeleven aub

Wat me vooral stoorde, was dat iedereen wist dat we bezig waren met onderzoeken. Het was niet zo dat we zeiden “Sorry, hier hebben we geen tijd voor, zoek het zelf maar uit”. En ouders die hetzelfde meemaken, weten het maar al te goed: het hele gezin is er een beetje de dupe van. Want je hebt meer huiswerk. Meer conflicten die je moet oplossen. Je staat op een ellenlange wachtlijst en erna moet je honderden vragen beantwoorden, situaties schetsen, naar de kinderpsychiater, verschillende consultaties voor testen, … Als je zelf een veeleisende job hebt (zoals ik) en een man die in een volcontinusysteem werkt (ja, ook elk weekend!), dan vergt dat al TONNEN energie. En tijd.

In plaats van dan een beetje – een heel klein beetje – begrip te krijgen, heb ik soms het gevoel dat er alleen maar meer druk op die ketel wordt gezet. Elke dag een preek van 20 minuten van de juf. Dreigen dat Robbe niet meer op school zal mogen blijven eten. Want de vrijwilligers hebben het wel gehad met zijn gedrag. Ik zou 3 telefoons van de directrice krijgen en dan moest ik maar een andere oplossing zoeken. Ofwel moest hij mee naar de opvang en moesten we daarvoor betalen.

Vorig weekend had IK het helemaal gehad. Zeker nadat de juf van Berre, Robbes broer, ook iedere dag kwam zeuren. En dat hij brutaal was “AB-NOR-MAAL brutaal. Want DAT voor een kind van 4 jaar en 1 dag. Neen. Dat had ze nog nooit meegemaakt”. De school was amper 2 weken bezig.

Wees een beetje menselijk. Alsjeblieft. Denk je dat wij geen opvoeding geven? Denk je dat wij spuwen tolereren? Laatst had Robbe al het glas in de tuin kapot geklopt. Denk je dat dàt een pretje was? We vinden nog altijd glasscherven tussen de grassprieten …

Heb een beetje begrip. We zijn ermee bezig. Volgende maand krijgen we de resultaten.

We zoeken samen oplossingen. Extra druk hoeft echt niet.
Vooroordelen of ‘goede’ raad nog minder.

Te veel focus op het negatieve

Heel leuk, die verhalen allemaal over die voorbeeldige kinderen. Ik geef het toe, mijn zoontje is echt wel een bengel. Een boefje. Misschien zelfs wat stout op school.
Maar zie ik hem daarom minder graag?

Neen.

Want ik zie ook de Robbe die droevige kinderen meteen gaat troosten. Die tranen in zijn ogen krijgt als er een olifantje is gestorven in de zoo. Die meteen ziet wanneer ik nieuwe oorbellen in heb. Die de kassajuffrouw een complimentje geeft omdat ze zo knap is. Die aan de juf vertelt dat hij haar zal missen als ze volgend jaar niet meer voor de klas staat.

Met tranen in mijn ogen vraag ik daarom …

Lieve juf, let ook een beetje op die momenten, voordat je hem laat nablijven en mij 15 minuten lang vertelt wat er allemaal misging.

Dank!