Het trieste lot van ‘Kleedje’

Mijn dochter geraakte doorheen de jaren gehecht aan een klein knuffelpopje. Tijdens de eerste maanden dat ze notie kreeg van het belang van een knuffel, was het volledige popje van onschatbare waarde. Vooral ’s nachts was het haar trouwe bondgenoot. Op een nacht besloot ze dat het popje zijn diensten had bewezen en bovenal moeilijk te combineren viel met een mogelijk nog belangrijkere nachtelijke activiteit: duimen. Dus ontdeed ze het popje van zijn boxpakje en ging voortaan alleen het kledingstukje mee naar bed.

Ze drapeerde het dan vakkundig om haar duim zodat ze de vertrouwde geur die in het kleinood hing goed kon opsnuiven tijdens het duimen. De dochter geraakte erg gehecht aan het ‘Kleedje’, want die naam had het pakje intussen gekregen.

Trouw aan haar eerste liefde

Moeder besloot wijselijk om nog enkele van die popjes in te slaan, zodat ze toch een voorraad had mocht er eentje kwijt geraken. Je moet weten, de dochter koos niet zomaar een popje dat in iedere fysieke of online speelgoedwinkel verkrijgbaar is. Nee, ze koos een minipop van hoop en al 15 cm van een specifiek merk waarvan het lijfje geurt naar chemisch vanille, einde reeks en al. Het had moeder bloed, zweet en tranen gekost om nog 2 popjes mét boxpakje te bemachtigen. Dezelfde kleur als het pakje van het vertrouwde popje was er niet meer, maar moeder was ervan overtuigd dat dochter de immense zoekactie van moeder ging appreciëren en zeker niet zou zeuren over het kleurverschil dat er was.

Het donkerroze bleef echter de favoriet. De lichtroze vervangstukken konden blijkbaar niet tippen aan hetgeen het donkerroze kon bieden. Ze bleef trouw aan haar eerste liefde. Wanneer die eerste liefde eens in de wasmachine zat of verdwaald was tussen het speelgoed of onder een mat, moesten we haar urenlang overtuigen en diepgaande gesprekken voeren om het lichtroze vervangstuk te promoten. Tranen met tuiten weende ze dan, met mijmerende liefdesverklaringen voor haar geliefde Kleedje. Als we dan na dagen zoeken een bestoft Kleedje terugvonden onder een mat, klaarde ze helemaal op en trok ze zich terug op een stil plekje, knuffelend met haar dierbaarste bezit. Ontelbaar veel nachten werden onderbroken omdat Kleedje het nodig vond om op verkenning te gaan in of onder haar bed, en moeder het moest komen zoeken.

Een vogel voor de kat

Tot ze op een dag zo in haar spel was opgegaan en Kleedje nonchalant naast zich gelegd had toen ze buiten speelde. Het verdwaalde Kleedje lag er als een vogel voor de kat. De hond kwam langs en je moet weten, hij is er eentje van het allesverorberende en genadeloos kapotbijtende soort, een veelvraat als je wil. Dat Kleedje leek hem wel wat en hij nam het verkennend in zijn bek. Vader en zoon merkten het op, hadden genoeg aan elkaars paniekerige blik en zetten de achtervolging in.

De hond begreep direct dat het niet anders kon zijn dan dat hij nu hét lekkerste en interessantste hapje van de hele wereld in zijn bek had. Hij speelde het spelletje mee,  liep zo snel hij kon en wist de graaiende handen van vader en zoon slim te ontwijken. Plezier dat hij had. Plots liep hij het hoekje om achter een stuk haag, want zolang hij liep kon hij zijn trofee niet rustig besnuffelen en bestuderen. Omdat hij een opgejaagd stuk wild was, kon hij daarvoor echter niet uitgebreid de tijd nemen, dus van zodra vader en zoon hijgend bij hem aankwamen, was Kleedje al nergens meer te bespeuren.

Vader en zoon keken elkaar opnieuw aan, schudden hun hoofd met neergeslagen blik en wisten hoe laat het was. Onderling bespraken ze de beste strategie om dit voorzichtig aan te pakken bij de dochter, die ondertussen rood aangelopen was van hysterie toen ze doorhad wat er gaande was. Hoe vader en zoon ook probeerden om hun woorden te wikken en te wegen, de uiteindelijke boodschap bleef hetzelfde: de hond at Kleedje op, Kleedje is weg, en nu voorgoed.

Dagen vol liefdesverdriet

Wat volgde waren vier dagen, avonden en nachten vol liefdesverdriet, foeterend op de hond en op de lichtroze vervangstukken en luidop speculerend waarom die laatste toch niet hetzelfde konden zijn. Iedereen binnen het gezin had verschrikkelijk veel medelijden, ook al beseften ze evengoed dat het om een banaal voorwerp ging en er ergere dingen in het leven zijn. Maar dat verzachtte de pijn niet voor de dramatische kleuter die mijn dochter is en waarvoor Kleedje wel van levensbelang leek.

Vader probeerde bovendien dezelfde dag van het voorval nog een vervangknuffel te naaien volgens het patroon van een schattige teddybeer. Dat draaide echter meer uit op een horrorknuffel van de Adams family waarvan de ledematen allemaal een andere afmeting hadden, het hoofd volledig uit verhouding leek en waarvan het goedbedoelde strikje rond de nek meer weg had van een strop. De dochter had het aarzelend één nachtje mee naar bed genomen, vermoedelijk om vader te plezieren, maar daarna werd het verbannen uit haar kamer wegens niet zacht genoeg.

Vader en moeder lachten al eens stiekem, zeker niet in het bijzijn van de dochter, om het hele voorval en de toeren die vader en zoon uithaalden om de prooi van de hond terug te bemachtigen. Want een schouwspel was het zeker.

Vader, moeder en zelfs de zoon deden intussen alles om de lichtroze vervangexemplaren de hemel in te prijzen bij de dochter en verzekerden haar dat zij evengoed hun nachtelijke job zouden doen. Ze leek uiteindelijk stilaan de nieuwe liefdes te aanvaarden.

Belangrijke les in loslaten

Moeder moet toegeven dat ze die dagen elke drol van de hond nagekeken heeft en toen ze Kleedje eindelijk meende op te merken, riep ze vader erbij en stonden ze allebei peinzend over het smerige hoopje gebogen. Ze twijfelden werkelijk enkele minuten om Kleedje eruit te peuteren en overlegden en speculeerden over hoe ze het grondig zouden kunnen reinigen met de strafste ontsmettende middelen. Moeder zag dit hoogst onappetijtelijke taakje echter niet zitten. Vader bleek het er evenmin voor over te hebben en dus beslisten ze om de situatie te laten zoals ze was. Ze susten zich met de gedachte dat het voor de dochter een belangrijke les in loslaten geweest was.

De dochter en de hond zijn gelukkig wel nog dikke vrienden, hoewel ze, als ze rustig samenzitten en zij hem liefdevol aait, ze hem plots toch nog met strenge, doch stille, gebroken stem kan toespreken: “Gij hebt wel mijn Kleedje opgegeten, dat was echt niet flink”. Waarna de hond haar vragend aankijkt met een scheefgekantelde kop om zijn onschuld kracht bij te zetten. De dochter kan dan niet anders dan hem vergeven en hij krijgt er zelfs nog een knuffel bovenop ook.