Hoe voorkom je driftbuien bij peuters en kleuters?

  • door Mamabaas

Onderzoek toont aan dat kinderen tussen 18 maanden en 5 jaar gemiddeld één driftbui hebben per dag, met een gemiddelde duur van 3 minuten. Driftbuien zijn dus heel normaal!

Peuters en kleuters willen onafhankelijk zijn, maar hebben tegelijkertijd ook veel behoefte aan de aandacht van hun ouders. Dat maakt het moeilijk om te weten wat ze nu juist willen. Ze zijn volop nieuwe dingen aan het leren en dat gaat gepaard met veel mislukken. Ze hebben ook nog niet de nodige vaardigheden om op een goede manier om te gaan met hun emoties en nog niet voldoende taal om er op een goede manier iets over te kunnen zeggen. Ze ervaren dus regelmatig veel frustratie en weten vaak geen blijf met hun gevoelens: het ideale recept voor een driftbui!

Wanneer kinderen hun emoties beter leren herkennen, benoemen, verwoorden, begrijpen en reguleren, neemt de frequentie, de intensiteit en de duur van driftbuien af.⁠⁠ Dit zijn allemaal vaardigheden die ze moeten leren, maar deze hangen ook samen met hun hersensontwikkeling. Wanneer je weet dat de gebieden in de hersenen die hier een rol in spelen nog ontwikkelen tot de leeftijd van ongeveer 25 jaar, dan weet je ook dat je niet kan verwachten dat je peuter of kleuter dit al volledig onder de knie heeft.

Dat betekent helaas ook dat driftbuien niet helemaal te vermijden zijn, maar dat hoeft ook helemaal niet! Driftbuien hebben soms ook een ontladend effect: spanning die was opgestapeld kan er dan even uit. Maar er is ook goed nieuws! Bij driftbuien is preventie de beste aanpak en met de volgende tips kan je al een heleboel driftbuien voorkomen.

E.H.B.O checklist bij lastig gedrag: Is je kind eenzaam, hongerig, bekaf of overprikkeld?

Veel voorkomende aanleidingen voor driftbuien zijn fysieke triggers zoals vermoeidheid, honger of ziekte. Zorg dus dat je kind voldoende slaap krijgt en hou zo veel als mogelijk rekening met dutjes om oververmoeidheid te voorkomen! Een snack voorzien na school of de opvang is altijd een goed idee.

Bij overprikkeling kan het helpen om even zo veel mogelijk prikkels weg te nemen en iets rustigs te doen zoals lezen, kleuren, in bad gaan, naar buiten gaan... óf net iets heel actiefs te doen zoals springen, dansen, schommelen,... of heel hard te lachen. Kijk wat werkt voor jouw kind!

Voelt je kind zich eenzaam en mist het verbinding, dan zal het om aandacht vragen. Dat is heel normaal, want mensen hebben allemaal behoefte aan aandacht. Vaak doen kinderen dit door te vragen om mee te spelen, maar soms ook door vervelend gedrag te stellen waarmee ze weten dat ze jouw aandacht krijgen. Wanneer je denkt dat dit het geval is, benoem het dan gewoon! "Ik zie dat je aandacht nodig hebt! Zullen we even samen spelen?" Of "Wil je mee helpen met koken?". Eén op één speeltijd is daarom heel effectief wanneer je een toename merkt in driftbuien: voorzie tien minuten per dag waarop je je kind je onverdeelde aandacht geeft en volledig meegaat in het spel van je kind zonder te sturen: je kind bepaalt wat er gebeurt, jij volgt! Zo kom je preventief tegemoet aan de natuurlijke behoefte aan aandacht en gezien worden.

Benoem en erken het gevoel

Het is soms moeilijk om begrip te tonen voor hoe je kleuter zich voelt wanneer hij boos wordt omdat je hem bijvoorbeeld geen zand wil laten eten of omdat zijn banaan gepeld is in plaats van ongepeld. Toch is het belangrijk om de gevoelens van je kind serieus te nemen en er erkenning voor te geven. Dit helpt je kind zich begrepen te voelen waardoor de spanning soms meteen al zakt. Het helpt je kind ook om zijn gevoel zelf makkelijker te leren herkennen, benoemen en begrijpen: de vaardigheden die hij nodig heeft om op een goede manier met zijn gevoelens om te gaan.

Benoem wat je ziet en laat je kind voelen dat het oké is dat hij zich zo voelt: "Je bent boos omdat ik je geen zand laat eten. Dat is oké, je mag boos zijn." of "Ik kan me voorstellen dat je verdrietig bent dat Sofie niet kan komen spelen. Ik ben er voor je." Less is vaak more! Kinderen die overstuur zijn kunnen namelijk niet zo goed luisteren. Soms is er gewoon zijn al voldoende!

Bied duidelijkheid en voorspelbaarheid

Overgangen zijn momenten waarop de kans groot is dat je kind een woedebui krijgt. Dat komt onder andere omdat jonge kinderen heel erg in het hier en nu leven en nog geen tijdbesef hebben. Stoppen met de ene activiteit en overschakelen naar iets anders is ook gewoon niet makkelijk en vraagt wel wat ‘schakeltijd’. Zeker wanneer kinderen moeten schakelen van een leuke naar een minder leuke activiteit kan je op heel wat weerstand stuiten. Wat kan je doen om overgangen zo vlot mogelijk te laten verlopen?⁠⁠

Zorg dat je zelf voorbereid bent. Als je last minute nog snel alles bij elkaar moet zoeken om te kunnen vertrekken of te beginnen met eten, dan zorgt dit voor spanning en daar reageren kinderen op. Zorg dus dat alles klaar is om de overgang zo vlot mogelijk te maken.⁠⁠

Kondig de overgang duidelijk aan. "Over vijf minuten gaan we naar huis." Herhaal indien nodig nog eens op drie minuten en op één minuut. Kinderen hebben niet zo'n goed tijdsbesef, dus het is handig om de minuten te vertalen in een concrete activiteit. "Je kan nog drie keer van de glijbaan en dan vertrekken we." of "Na dit filmpje is het tijd om naar boven te gaan." ⁠⁠Je kan ook een timer zetten of een zandloper gebruiken om de tijd te visualiseren.

Verduidelijk wat er gaat gebeuren tot in detail, ook al doe je elke dag hetzelfde: Wat gaat er wanneer en op welke manier gebeuren en wie gaat dat doen? "Over vijf minuten is het tijd om naar boven te gaan. Ik ga samen met jou eerst naar de badkamer, daar ga jij je tanden poetsen, naar het toilet en trek je je pyjama aan. Daarna gaan we samen naar je slaapkamer waar ik je nog een verhaaltje voorlees terwijl jij al in bed ligt. Dan geef ik je nog een zoen en is het tijd om te gaan slapen."⁠⁠

Focus op wat wel kan en geef keuzes

Als je weet dat een kleuter soms tot 300 vragen op een dag stelt, dan weet je ook dat ze op een dag heel vaak een 'nee' te horen zullen krijgen. Dat moet zo frustrerend zijn! Probeer het daarom eens op een andere manier: laat merken dat je je kind hebt gezien, hebt gehoord en hem begrijpt en focus op wat wel kan! Bijvoorbeeld: Je kind wil chocopops als ontbijt, maar die zijn er niet: "Oh ja chocopops zijn lekker! Vandaag is er havermout of muesli. Ik zet chocopops op het boodschappenlijstje voor morgen!"

Kinderen hebben, net als wij, een hele grote behoefte aan autonomie. Ze willen zo veel mogelijk zelf doen en zelf bepalen. Geef je kind daarom zo veel mogelijk een keuze om de kans op samenwerking te vergoten. Jij beslist uiteraard over de grote dingen: wat er moet gebeuren en wanneer je kind gaat slapen of wanneer jullie vertrekken. Geef je kind binnen die lijnen zo veel mogelijk vrije keuze. Hierdoor krijgt je kind het gevoel dat hij mee mag beslissen hóe de dingen gebeuren, terwijl op die manier gebeurt wát er moet gebeuren. Bijvoorbeeld: "Doe je je jas zelf aan of zal ik helpen?" of "Trek je je schoenen hier op de bank aan of op de trap?" Komt je kind met een derde optie die ook aanvaardbaar is? Dat is uiteraard helemaal prima!

Stel duidelijke grenzen en hou eraan vast

Kinderen hebben grenzen nodig om zich veilig te voelen, maar dat betekent natuurlijk niet dat ze die daarom leuk vinden. Op een grens volgt er dus al wel eens een driftbui. Laat je daar niet door afschrikken! Geef erkenning voor het gevoel, maar geef niet toe. Het gebeurt wel eens dat kinderen leren dat ze door een driftbui hun zin kunnen krijgen of ergens onderuit kunnen komen. Net daarom is het heel belangrijk om je te houden aan de grens of afspraak. Anders bestaat de kans dat ze dit gedrag bewust gaan inzetten om hun zin te krijgen. Blijf dus rustig maar vastberaden vasthouden aan gemaakte afspraken en regels nadat je erkenning hebt gegeven voor het gevoel en focus op wat wel kan. "Ik snap dat je nog een filmpje wil zien. Het is moeilijk om te stoppen met iets wat leuk is he? De afspraak was één filmpje. Morgen is er weer schermtijd! Wil je nu puzzelen of liever een tekening maken?" ⁠⁠⁠⁠ Door vast te houden aan de afspraken ben je ook weer duidelijk en voorspelbaar.

Pas de omgeving aan

Frustratie is, zoals je misschien al hebt gemerkt, een veel voorkomende aanleiding voor driftbuien. Peuters en kleuters leren door hun omgeving te verkennen en te ontdekken en raken snel gefrustreerd wanneer een volwassene hen hierin tegenhoudt (vaak om veiligheidsredenen die zij zelf nog niet kunnen vatten). ⁠⁠⁠⁠De omgeving zo kindvriendelijk mogelijk maken kan helpen om onnodige frustratie te voorkomen. Dat betekent natuurlijk niet dat je alle frustraties moet wegnemen of voorkomen. Kinderen moeten ook leren om hiermee om te gaan, maar dat neemt niet weg dat je het jezelf niet moeilijker moet maken dan het al is!

Geef zelf het goede voorbeeld

Kijk ook eens naar jouw reactie op het gedrag van je kind. Welk effect heeft dat op zijn gedrag? Brengt het je kind tot rust of maakt het hem alleen maar bozer? Wanneer je als ouder met boosheid of frustratie reageert op de driftbui van je kind gooi je alleen maar olie op het vuur en zorg je er vaak voor dat de driftbui langer duurt. Probeer dus zo rustig mogelijk te blijven, hoe moeilijk het soms ook is. Onthoud dat de hersenen van je kind nog volop aan het ontwikkelen zijn en dat ze er zelf ook niet aan kunnen doen: ze doen het niet met opzet en het is ook niet persoonlijk. Je kind dóet niet lastig, je kind héeft het lastig en heeft jouw hulp nodig om met die lastige gevoelens om te gaan.

 

Anky De Frangh is kinderpsychologe, gedragstherapeute en mama en heeft zich gespecialiseerd in emotiecoaching. Zij wil ouders meer vertrouwen geven in het omgaan met het gedrag en de gevoelens van hun kinderen om zo tot meer verbinding te komen binnen hun gezin. Anky deelt wetenschappelijk onderbouwde informatie en tips rond opvoeden en ouderschap op instagram via @verbindend_opvoeden en op facebook en organiseert regelmatig cursussen en trainingen rond emotiecoaching.

Op woensdag 30 juni vertelt ze je alles over ‘positief opvoeden’ in een webinar. Meer info en inschrijven: hier.