Ik ben geen oermoeder. Ik ben een goed-genoeg-moeder.

Ik was net 27 geworden toen ik een nieuwe identiteit kreeg. Om aan die pas verworven status te wennen, sprak het verplegend personeel mij meteen ook voornamelijk aan met mama en niet met mijn naam. Misschien was het voor hen ook gewoon eenvoudiger om de hele gang vrouwen mama te noemen en alle kindjes baby. Dat kan. Alleszins, de naam wende snel. De inhoud van die titel daarentegen hield wat meer in dan een te groot hoofd door een te klein gat duwen. Er volgde nog een hele rollercoaster. Met dagen die te vroeg uit de startblokken schoten, met eindeloze loopings voeden-troosten-slapen, met weinig flatterende foto's op een moment dat je enthousiast hoort te zijn, met vastzitten in een te geknelde positie maar niet durven te bewegen omdat die baby nu eindelijk slaapt.

De baby van toen is nu een peuter van 2,5 en heeft intussen een zusje gekregen. Baby nummer 2 ging me veel beter af, misschien omdat zij geen huilbaby was, misschien omdat ik al moeder was en mijn leven al eerder een drastische metamorfose had ondergaan. Kleine zus werd geboren onder water. Toen ik verging van de pijn en het enige wat ik van haar kon zien haar wervelende haren in het water waren wist ik het al: dit is mijn meisje en ik ga voor haar zorgen. Toen de rest van haar mini-lijfje mijn te groot geworden lijf verliet, voelde ik het dan ook meteen: liefde.

Twee jaar eerder had ik vooral uitputting gevoeld. Versta me niet verkeerd: ik ben nu verzot op mijn zoontje en vind hem reuzeschattig. Maar die liefde is gegroeid. Ik had geen allesoverheersend moederinstinct dat mij liet weten hoe ik die oorverdovende sirene een halt kon toeroepen of dat mij liet overlopen van liefde. Intussen raak ik vaak ontroerd door mijn peuter, bijvoorbeeld als hij mij zoentjes komt geven als ik mij weer ergens lomp pijn doe.

Die liefde voor hem is onvoorwaardelijk. Ik zie hem ontzettend graag. Maar ik zou niet alles voor hem doen. Ik ben mama maar niet een boven-alles-mama.

Oermoeders

Toen ik voor het eerst zwanger was, had ik in mijn nabije omgeving 2 oermoeders als voorbeelden. De eerste is mijn eigen mama. Ik ben grootgebracht door een fantastische moeder die ontzettend hard voor mij gezorgd heeft. Tot mijn elfde was ze een thuisblijfmama die mij elke middagpauze van school haalde en al mijn kleine zorgjes kende. Ze zag van ver wanneer ik gespannen was. Ze wist beter wat ik nodig had dan ikzelf. Ze heeft mijn tranen gedroogd van het eerste verloren speelgoedje tot het grootste liefdesverdriet. Ze gaf me de ruimte om mijn creatieve uitspattingen bot te vieren en de geborgenheid om met een goed, veilig gevoel volwassen te worden. Als ik pijn had, had zij pijn. En toen ik als puber door een medische pijnperiode ging, had ze niet liever gedaan dan die pijn overnemen. Ze kende me door en door. Ze is op-en-top-mama en heeft enorm genoten van zoveel tijd met haar kinderen door te brengen.

Die andere oermoeder is mijn schoonzus. Zij is in de wieg gelegd voor het ouderschap. Haar kinderen komen op de eerste plaats. Als een van haar zoontjes weent omdat hij gevallen is, zet ze een razendsnelle sprint in. Niemand is in staat sneller bij het slachtoffer te zijn dan zij. Als haar kinderen ziek zijn, kruipt ze erbij in bed. Ze vindt het zo zalig haar kinderen te knuffelen en bedverhaaltjes voor te lezen dat ze er soms 3 of 4 na elkaar leest.

Het is zalig om zo iemand als tante te hebben. Want dat oermoeder-gevoel zet zich ook verder in haar tante-zijn. Het ergste aan de coronacrisis vond ze onze baby, haar metekindje, te horen huilen en die toen niet te mogen oppakken. Dat was een pure kwelling voor haar. Ze heeft me niet alleen helpen een geboortelijst vol raadselachtige benamingen samenstellen, ze neemt steeds zonder aarzelen die baby uit mijn handen en begint pap te geven of een nieuwe pamper of - ik verzin het niet - de tummy tub van haar zolder te halen om mijn baby een badje te geven terwijl we gewoon op bezoek waren voor een barbecue. Ze is het soort moeder waarbij elke uitstap wel een halve verhuis lijkt omdat ze gewoon op alles voorbereid wil zijn.

Die twee vrouwen stonden zowat het dichtst bij mij toen de foetus in mij mijn buikwand alsmaar meer als een trommelvel begon te beschouwen en ik krampachtig prenatale lessen volgde en kind-en-gezin boekjes doornam. Ik heb altijd graag kinderen gezien. In een gezelschap was ik vaak ook degene die met de kids op de schommel of in het speelhoekje zat. Toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, kende ik mijn neefje het snelst. Ik zat meer op het puzzeltapijt met hem dan aan tafel met de rest. Ik heb altijd graag kinderen gewild. We gingen er dan ook vrij snel voor en waren, mede dankzij het advies van de schoonzus, voorbereide ouders. In de mate dat je voorbereid kan zijn natuurlijk. Praktisch was alles geregeld. En met die 2 ubermama's als voorbeeld had ik ergens wel verwacht dat er bij het uitfloepen van de moederkoek een soort moederantenne uit mij ging sprieten. Maar dat bleef uit.

Ik had geen idee welk gehuil honger, moe, pijn, pamper, verveling,... betekende. Als die baby huilde had ik niet bepaald een instinctief gevoel dat me vertelde wat ik moest doen en zelden vlamde ik even snel naar de krijser zoals mijn schoonzus dat doet. Eerlijk: ik ben altijd blij geweest als een ander mijn kinderen troostte en ik heb ook nooit gedacht dat ik dat beter kon dan hen. Toen ik terugkwam van de kinesist en de kraamzorg zei: "Hij zit al een uur in mijn armen, ik denk dat het krampjes zijn." dacht ik eerder "liever jij dan ik" in plaats van overvallen te worden door een schuldgevoel. Als mijn kind ziek is denk ik in de eerste plaats niet "ocharme" maar wel aan het praktisch geregel. Als mijn mama weer eens zegt "Goh, je zou ze toch niet meer kunnen missen hé." antwoord ik steevast "niet voor altijd, maar voor eventjes: graag!"

Niet boven alles mama

Kijk, ik vind mijn kinderen erg belangrijk in mijn leven. Ik spendeer ook graag tijd met hen. En uiteraard vind ik het super zielig als ze ziek zijn. Ik ben het soort mama dat kartonnen dozen ombouwt tot een lintjesbox voor de baby of een kasteel voor de peuter. Ik trek er graag op uit met de oudste om hem de wereld te leren kennen. Ik geniet ervan om de baby te zien stampen in haar wipper alsof haar leven er vanaf hangt. En het mooiste is nog de interactie tussen die twee. Als ze elkaar doen lachen om de meest onnozele dingen.

Soms hou ik van ze tot aan de maan, soms tot achter het behang. De babycook wordt gebruikt maar ik ben ook heel vertrouwd met het klik-geluid bij het openen van een Olvarit-potje. Soms is de inhoud van de pamper te verspreid omdat ik eerst nog wat wou afwerken in plaats van een worstelpartij op het verzorgingskussen aan te gaan. Soms wimpel ik een verzoek af met "Vraag het eens aan papa." Onze vloer is niet altijd even kraaknet en dat is niet om immuniteit te kweken. Soms doen we baby-gymnastiek en kiekeboe-spelletjes. Maar vaak ook niet. Dan zit ze maar wat rond te kijken en krijgt ze wel eens een koekje of broodkorstje als aandachtsvervanger. Ik ken ook alle voorschriften niet. Is 2 keer per week in bad genoeg? Voor mij is het alvast goed genoeg. Want ik ben geen Alles-boven-allesmoeder. Ik ben een Goed-genoeg moeder.

Invulling geven aan het woordje mama

Het heeft me tijd gekost om een invulling te geven aan het woordje mama. En soms kijk ik met een schuldgevoel hoe schoonzuslief onverstoorbaar met de baby speelt, naar mijn moeder die de peuter sneller proper kreeg. Maar intussen weet ik wat bedoeld werd op al die geboortekaartjes waar "Geniet" was opgekrabbeld en daar heb ik toch een tijd naar gezocht. Ik geniet van het moederschap. Ik zie mijn kinderen graag. Soms zie ik ze even liever wat minder, omdat ik naast moeder ook leerkracht, een partner en een vriendin wil zijn. Maar ik zie ze graag.

Misschien zijn niet al mijn mama-handelingen didactisch genoeg, maar ze zijn goed genoeg. Goed genoeg voor mij om mij goed te voelen. En dus probeer ik niet langer de oermoeder in mezelf te vinden maar ga ik verder als Goed-genoeg moeder, een rol die me goed (genoeg) afgaat.