Ik liep CMV op tijdens mijn zwangerschap

  • door Gastmama

Daar zit ze, mijn dochter. Ik staar haar verliefd aan terwijl ze minachtend kijkt naar haar pas gekregen roze pop. Om deze vervolgens resoluut aan de kant te smijten. Lachend grijpt ze naar de auto’s om samen te spelen met grote broer. Ze is pas 10 maanden, maar toch heeft ze al een hele eigen persoonlijkheid. Ze is meestal rustig, concentreert zich graag op een speeltje, maar kan ook gek uit de hoek komen en schaterlachen. Ik vind het stoer wanneer ze duidelijk laat blijken wat ze wil. Ik voel een grote trots, gevolgd door een rilling: ik had haar bijna niet gehad.

Al starend naar mijn dochter, dwalen mijn gedachten af naar het begin van mijn zwangerschap. Na 7 weken buitenzinnige misselijkheid voerde de gynaecoloog toch wat extra testjes uit. Het was vermoedelijk niets. De telefoon ging over en de stem was direct serieus. “U heeft CMV”.

Stilte. Diezelfde rilling!

“Dat verklaart uw misselijkheid niet, dat is namelijk te wijten aan uw maagontsteking en slecht functionerende schildklier. Daarover maken we ons geen zorgen, maar CMV is een ander verhaal.” Ik hoor het haar nog zo zeggen.

De grond zakte onder mijn voeten weg. Na wat uitleg over een hoop percentages, kansen en statistieken bleek de kans dat ons kindje er iets aan overhield vrij klein. Na een gesprek werd duidelijk dat ik CMV opliep tijdens de bevruchting, waardoor deze kleine percentages plots groter werden. In deze fase van besmetting konden de gevolgen ofwel desastreus zijn ofwel bijna niets.

Niet stressen was de boodschap, want voorlopig kon men niks zien. Bovendien was er slechts 40% kans dat ook onze dochter besmet was met CMV. Een vruchtwaterpunctie op 21 weken kon soelaas bieden. Toch werd er voor de duidelijkheid nog even herhaald dat een abortus in België voor 12 weken diende te gebeuren, maar in Nederland kon het dan nog wel wat langer. Brrr.. .terug die rilling.

De 12 weken naderde en we moesten een besluit nemen. Een besluit of een gok? De woorden echoden de hele dag door mijn hoofd: “blind, doof, mentale handicap, leerachterstand, denk ook aan uw ander kindje, wat kan u als gezin aan, pesterijen later, ... En hoewel deze symptomen niet aanwezig hoeven te zijn bij de geboorte, kunnen ze zich nog ontwikkelen in de eerste levensjaren van uw kind.”

We namen de gok, geen abortus op 12 weken en wedden volledig op een negatieve vruchtwaterpunctie. De arts in kwestie stelde ons gerust. Het resultaat zou vast goed zijn, want de kans was klein. We waren positief, hadden er goede hoop in, maar telkens als iemand proficiat zei voelde het niet goed, niet echt maar eerder schijn. Alvast een band opbouwen met ons ongeboren meisje was moeilijk, soms ondenkbaar. Spulletjes voorzien werd zo lang mogelijk uitgesteld.

De punctie was positief, ze was wel degelijk besmet. Onze wereld stortte opnieuw in, want weer dienden we een beslissing te nemen. We gingen door en moesten tweewekelijks een uitgebreide echo ondergaan. Telkens keek een nieuwe arts in opleiding naar ons ongeboren meisje, daarna een specialist. Deze 30 minuten durende echo’s waarbij artsen naar elkaar keken, termen brabbelde of helemaal niks zeiden waren zenuwslopend. Ze verdwenen keer op keer in een apart kamertje om nadien terug te komen met positief nieuws. We zien (nog!!!) niets verkeerds. Waarbij ze ons telkens herinnerde dat wat nog niet was, nog kon komen.

De week die volgde na de echo was euforie, heel even kwam die roze wolk. Die al snel plaats maakte voor angst, verdriet en onzekerheid voor de volgende echo. Op 33 weken werd een uitgebreide MRI gedaan, gevolgd door de finale beslissing. Het resultaat was negatief, men zag (voorlopig) geen verkalking op de hersenen. Opnieuw werd benadrukt dat doof- en blindheid prenataal niet konden worden gediagnosticeerd. De zwangerschap ging gewoon door en op de laatste dag van het jaar kwam onze prachtige dochter met vuurwerk ter wereld. Direct werden de nodige testen gedaan, waarbij opnieuw bevestigd werd dat ze de infectie wel degelijk had opgelopen.

De tweede nacht schrok ze wakker van een plots geluid en ze begon te wenen. En ik ook, want ze schrok ... dus ze kon horen, wat de testen later ook bevestigden. Die ochtend werden haar hersenen uitgebreid gescand. De prof in kwestie wist ons tegen 11u te vertellen dat ze voorlopig volledig was goedgekeurd. Enkel de ogen nog en dan mochten we gaan. Uren zaten we al klaar om te vertrekken.

Tegen de avond voerde men de test uit en de dokter in opleiding zei botweg: ik zie gebarsten adertjes achter het oogbol. Dat kan erop wijzen dat de CMV daar genesteld is. Het voelde alsof we omver gereden werden en niet meer konden bewegen. Omgevingsgeluid verdrong zich naar de achtergrond. Tranen prikte achter onze ogen, zoveel vragen flitsten door ons hoofd, geen één kregen we over onze lippen. De dokter liep weg, even snel een telefoontje plegen. Een uur lang zaten wij te wachten toen we haar uiteindelijk terugvonden. Ik vroeg haar of mijn dochter blind was? En zocht naar de betekenis achter haar uitspraak. Dat kon ze niet zeggen, het kon net zo goed niks zijn. Na overleg met haar supervisor bleken gebarsten adertjes bij een normale bevalling standaard. Uit elkaar gewrongen door emoties wandelden we naar de parking. Eindelijk naar huis. 

Volgende week moet ze terug naar het ziekenhuis. Sinds haar geboorte wordt dit haar zesde onderzoek. Onze roze wolk maakt opnieuw terug plaats voor angst en onzekerheid. 

Een vreugdekreet! Ik schrik en word uit mijn gedachten gehaald. Daar zit ze nog steeds, mijn dochter. Aan het schaterlachen met de gekke bekken van haar broer. Ze kijkt me aan met haar helderblauwe grote ogen en glimlacht van oor tot oor. Alsof ze wil duidelijk maken dat ik me niet zo’n zorgen moet maken. Die stoere dochter van mij!