Ik schrijf jouw grappige kinderpraat nog even op… voor later

Ik betrap me er soms op dat ik bij mezelf zit te glimlachen. Want wat een grappige kinderpraat komt er soms uit die 4-jarige mond! Soms moet ik me omdraaien, dat je het niet ziet. En als je het ziet, begrijp je heel vaak niet waarom het zo funny is. En dan denk ik ‘wat geniet ik van deze momenten, ...

Ik betrap me er soms op dat ik bij mezelf zit te glimlachen. Want wat een grappige kinderpraat komt er soms uit die 4-jarige mond! Soms moet ik me omdraaien, dat je het niet ziet. En als je het ziet, begrijp je heel vaak niet waarom het zo funny is. En dan denk ik ‘wat geniet ik van deze momenten, van die kleine dingen’. En dan weet ik dat ik ze moet opschrijven… voor later. Als jij met je vrienden op stap gaat of enkel nog naar je vriendinnetje wil sms’en. Dan wil ik mijn boek op schoot nemen en even teruggaan naar de tijd waarin ik nu zit.

‘De knuffels zijn op, mama!’

Vanaf 6 maanden ben je dol op knuffelen. Als ik je in bad stop, knuffel je steevast je badeendje. Stop ik er 3 in je bad, wil je ze het liefst allemaal tegelijk knuffelen. Ook in je park weet je niet welk diertje het eerst geknuffeld mag worden. Je kan niet kiezen. Nog altijd ben je mijn grootste knuffelbeer. Ook je klasgenootjes worden – tot vervelens toe – geknuffeld. Maar toch zijn de knuffels niet altijd vanzelfsprekend. Als ik er zelf om vraag, aarzel je soms, denk je na en zeg je ‘De knuffels zijn op mama!’. Gelukkig worden ze op tijd bijbesteld :).

‘Mama ook mooi, hé!’

Ik schrijf alles op: van toen je geboren werd tot nu. Zo weet ik welke woordjes je op welke leeftijd zei. Toen je 1 jaar was, zei je vaak ‘mama ook mooi he!’. Nu geef je me nog altijd complimenten. Al moet ik hard mijn best doen! Want je verkiest mijn pumps boven wandelschoenen en mijn haarbandje moet dezelfde kleur hebben als mijn bloes. Anders ga je niet akkoord. Je was en bent een echte charmeur. Ook kassiersters in de supermarkt geef je graag complimenten. Als je ze knap vindt, zeg je het gewoon heel luid tegen hen. Soms doe je ze blozen. Maar ik vind het allemaal best.

‘Wa zever is da nu!’

Hoewel je meestal goedgezind bent van ’s morgens tot ’s avonds, heb je af en toe ook eens een mindere dag. En dan ben je snel geïrriteerd. Dan werk je het op ons uit met uitspraken zoals:

  • Wa zever is da nu!
  • Domme gast!
  • Ik wil niet slapen, ik wil gewoon een beetje chillen!
  • Ik kan niet blijven wachten!’ (als ik niet meteen je schoenen aandoe)

Gelukkig krijgen we die felle uitspraken er ook snel weer uit. We moeten streng zijn. Maar soms lachen we er toch ook eens mee. Als jij niet kijkt ;).

‘Grote broer is een beetje jaloers’

Zodra je weet dat je ‘grote broer’ wordt, leef je intens mee met de groeiende baby in de buik. In de douche sta je erop dat jij mama’s buikje mag insmeren. Zo kan jij je broertje wassen. ‘Baby ook wassen!’ zeg je dan. Je geeft ook voortdurend kusjes op de buik. De eerste keer dat je je kleine broertje ziet, is ook een prachtig moment. Wat ben ik blij dat ik dit heb kunnen filmen! 2 maanden later heb je het er moeilijker mee dat de aandacht wordt verdeeld. Je eist ze ook op door extra lawaai te maken en stouter te zijn.

‘Zo simpel is ‘t!’

Als je 3 bent, vraag ik eens wat je aan het doen bent. Je bent duidelijk boos. Je fronst je wenkbrauwen en roept geërgerd ‘Ik ben mijn kleertjes aan het aandoen, zo simpel is ‘t!’. Het is duidelijk dat je mama en papa een beetje probeert na te bootsen met je kindertaaltje. Want als je niet snel genoeg luistert naar wat we je opdragen, vullen we aan met ‘zo simpel is ‘t!’.

‘Het is gedaan met spelen!’

Op 3-jarige leeftijd vraag je of je nog een broertje of een zusje erbij krijgt. Aangezien we gelukkig zijn met ons gezin van 4, antwoord ik: ‘Neen jongen, het blijft bij jou en je broertje’. Ik verwacht dat je ontgoocheld zult zijn. Maar neen. Jouw antwoord zie ik niet aankomen: ‘Dan is het goed. Het is gedaan met spelen nu!’

Pluim verdienen = pluim stelen

In de eerste en tweede kleuterklas hang je behoorlijk de bengel uit. Meestal neem je het voortouw als het op kattenkwaad aankomt, en trek je anderen mee. Op een dag vraagt de juf om extra je best te doen om een pluim te verdienen. Wij beloven, op onze beurt, een dagje naar de Efteling, als je met een pluim naar huis komt. ’s Avonds toon je trots de grote pluim die in je heen-en-weerboekje hangt. De volgende dag praat ik erover met je juf. Maar wat blijkt? Je had de pluim stiekem gewoon uit de kast gestolen? ‘Jullie willen een pluim, jullie krijgen een pluim!’ moet je dapper hebben gedacht! ‘Maar ik ga lekker naar Langnek!’

Ook grote broer verliest wel eens zijn geduld!

Ja, ook jij, als 4-jarige, verliest wel eens je geduld. Je kleine broer zit volop in zijn ontdekkingsfase en tast graag zijn grenzen af. Ook die van jou. Hij gooit heel vaak zijn speelgoed op de grond en rekent er dan op dat jij het opraapt. Dat doe je ook. Maar laatst zei je er iets heel formidabels bij:

‘OK, broer. Ik ga het nog 1 keer oprapen. Daarna nog 1 keer. En daarna nog 1 keer. Maar dan is het gedaan!’

Als ik het niet had opgeschreven…

Als ik bovenstaande zaken niet had opgeschreven, zou ik ze nu wellicht al lang vergeten zijn.

Zonde toch?

Want we leiden zo’n gejaagd leven. We hebben onze drukke job, we maken tijd voor schoonmaken, boodschappen, hobby’s en vrienden. Soms staan we er niet eens meer bij stil welke mooie pareltjes verloren gaan als we ze niet bijhouden.

Mijn kleine man.

Je wil niet langer ‘klein’ genoemd worden.

‘Mama, ik ben al groot!’

Maar weet je.

Als je écht écht écht groot zal zijn en ik die dingen zal herlezen, zal ik mijn boek dichtklappen en een traantje wegpinken.

En ik zal dankbaar zijn dat ik genoot van alles wat je zei.