Konden kinderen ons maar besmetten met hun onschuld

Kinderen worden de hele coronaperiode al geviseerd. Ze worden gelukkig niet ernstig ziek van COVID en blijven gespaard van ziekenhuisopnames. Desondanks staan ze wel centraal in bijna elke discussie en worden ze het hardst getroffen door de maatregelen. Ik geef toe, de meest hygiënische personen zijn het niet, die jonge kinderen. Zo passeerden hier in ons huis de afgelopen maanden een darmvirus, RSV, luizen en de mond-hand-voeten ziekte. Allemaal opgelopen in de crèche of op school. COVID zat er gelukkig niet bij. Toch beschouwen we kinderen als wandelende broeihaarden van virussen.

Gelukkig zijn ze ook een broeihaard van een hele hoop andere dingen: vrolijke geschater, rommel in huis, onschuldige vragen, lieve knuffels en ook wel oorverdovend lawaai. Ik weet in elk geval dat er niets aanstekelijker is dan de guitige lach van een kind.

De weinige keren dat ik mijn grootmoeder die moe was op het einde van haar leven nog zag lachen was als één van haar achterkleinkinderen vrolijk in de kamer rondliep. Mijn vader die al twee jaar vecht tegen kanker, trekt zich op aan zijn kleinkinderen. En na een zware werkdag is er geen beter gevoel dan mijn peuter die zijn armen rond mijn nek slaat en zachtjes wil wiegen. Dan word ik maar al te graag besmet met een portie kinderliefde.

Misschien moeten we ons dus niet focussen op met welke virussen onze onhygiënische en ongevaccineerde kinderen ons kunnen besmetten. Maar moeten we hopen dat ze ons besmetten met hun gelach, hun relativering, hun onschuldige vragen en hun oprechte liefde.

 

Deze blog verscheen eerder op GezelligeChaos.