Lieve Fons, jij bent altijd bij ons, in elke regenboog, in elke glimlach

Allerheiligen en allerzielen... Eerst zijn er nog enkele dagen van pompoenen, heksen en spookjes, maar daarna denken we hier allemaal even terug aan de doden. De mensen die er niet meer zijn en die we missen. Maar is dat wel zo? Ben jij er niet meer? Missen wij je?

Broertjes bij graf Fons

Wat is een zoon?

Nu je broers ouder worden, lijk je nog meer dan vroeger gewoon een deel uit te maken van ons gezin. Op een heel andere manier dan zij, weliswaar, maar toch... Er wordt nog zo vaak aan je gedacht dat ik soms weleens denk dat jij zo’n spookje bent dat hier woont. Dan is het hier altijd Halloween!

Enkele dagen geleden vroeg Mon aan Tim wat een ‘zoon’ is. Tim antwoordde: ‘Een zoon is een jongen die iemand zijn kind is. Jij bent dus mijn zoon. Wie is dan nog mijn zoon?’ Mon had het meteen door: ‘Miel is ook je zoon!’ Miel zat op dat moment ook aan tafel en leek heel geconcentreerd met zijn playmobil te spelen. Maar hij luisterde duidelijk mee, want hij pikte meteen in: ‘Thieu is ook je zoon, hè papa! En Fons natuurlijk ook!’

Dagelijks in onze gedachten

De zomer is voorbij, maar hier en daar groeien er nog bloemetjes in een veld of langs de weg. Sinds de lente heeft Mon extra oog voor bloemetjes. Waar we ook komen, hij zal er één plukken. Ja, ik heb hem enkele keren uit mensen hun voortuin moeten halen. Hij plukt een bloemetje en brengt het stralend van trots naar Tim of mij met de boodschap: ‘Kijk, voor Fons!’ In het begin brachten we het dan ook naar je graf, maar na een tijdje werd het een dagelijkse gewoonte. Dan legden we het op de tuintafel of zetten het in een vaasje en zeiden we dat Fons het zeker zou zien van op zijn plekje en dat hij blij was dat Mon aan hem dacht.

Een regenboog blijft voor ons een teken van jou. Als we er één zien, dan zegt iemand van ons altijd wel: ‘dat is Fons die hallo komt zeggen’. Dat het op zo’n moment ook altijd regent, deert ons niet. Wij wuiven terug en zijn blij dat je nog eens iets van je laat horen.

Thieu kan nog niet praten, maar als ik met hem op mijn arm op de gang loop, dan passeren we kinderfoto’s van onze vier zonen. Af en toe overloop ik ze met hem en vertel ik wie er op de foto staat. Ik kan het mij inbeelden, maar bij jouw foto lijkt hij extra te glimlachen.

En zo gebeuren er bijna dagelijks dingen waardoor jij even in onze gedachten speelt. Ik denk dus niet dat wij je missen. Je bent er gewoon, maar dan op jouw manier.

speelgoedvrachtwagen

Vrachtwagen voor jou om mee te spelen

Ik vraag me steeds minder vaak af hoe het zou zijn als jij wel nog leefde. Als ik een kind zie dat ook in 2011 geboren werd, denk ik nog zelden ‘die is zo oud als Fons geweest zou zijn’. Je zal altijd mijn oudste en tegelijk mijn jongste zoon blijven.

Vorige week vroeg jouw moeke, mijn mama, of we al een idee hadden voor de bloemen op je graf voor Allerheiligen. Ze weet dat ik chrysanten niet mooi vindt, maar ze weet ook hoe moeilijk het is om een mooi bloemstukje te vinden dat past bij het graf van een kind. Ze had dus wat zitten surfen op internet en daar vond ze inspiratie voor iets leuks: een speelgoedvrachtwagen met een bloemstukje in de laadbak.

Afgelopen zaterdag ben ik met Miel en Mon speelgoed en kleren die we niet meer nodig hebben naar de kringloopwinkel gaan brengen. De afspraak is dat ze dan daar iets “nieuws” mogen kiezen, als beloning voor het afgeven van hun oude spulletjes. Deze keer kozen we ook iets voor jou: een geel-oranje vrachtwagen. Je drie broers spelen er al de hele week elke dag mee, maar ze weten dat de vrachtwagen daarna naar jou zou gaan.

Dit weekend hebben we bloemen gehaald en samen het bloemstukje gemaakt. En daarna zijn we samen jouw grafje gaan poetsen en hebben we er de vrachtwagen op gezet. Ik hoop dat je het mooi vindt.

Zo, lieve Fons, ik ga het hierbij laten.
Ik weet niet goed hoe ik deze brief moet afronden.
Vriendelijke groeten?
Dikke kus?
Hoogachtend?

Laat ik het zo maar doen:

Tot seffens, in een regenboog of in de glimlach of de glinsterende ogen van één van je broers.

Mama