Life as it is: van kindje 1 naar kindje 2

Ik ben nu twee weken mama van een tweede dochter en laat ons zeggen dat ik daar héél lang klaar voor was: vanaf week 24 moest ik rusten... Maar het lange wachten werd beloond, zonder twijfel. En nu beginnen we eraan: het leven zoals het is met vier. En dat gaat gepaard met de nodige zweetaanvallen langs mijn kant en heel veel goede bedoelingen van kersverse grote zus... 

Ik ben nu twee weken mama van een tweede dochter en laat ons zeggen dat ik daar héél lang klaar voor was: vanaf week 24 moest ik rusten en begon het uitkijken naar de bevalling... Maar het lange wachten werd beloond, zonder twijfel. En nu beginnen we eraan: het leven zoals het is met vier. En dat gaat gepaard met de nodige zweetaanvallen langs mijn kant en heel veel goede bedoelingen van kersverse grote zus... 

Deze zwangerschap: rusten en geduld hebben

Deze zwangerschap werd mijn geduld aardig op de proef gesteld. Ik was nog maar 24 weken zwanger of alarmfase rood werd afgekondigd. Harde buiken, bloedingen en te laag liggende placenta… Een vroeggeboorte was niet uitgesloten en ik mocht de boeken op het werk sluiten. Rusten was de boodschap. Heel lang rusten. Rond datzelfde tijdstip kreeg ik ook te horen dat ik zwangerschapsdiabetes had. Fijn, thuiszitten en rauwe wortels naar binnenwerken! Na enkele weken zag alles er gelukkig goed uit. De baby groeide goed, elke monitoring was in orde en zelf kwam ik er ook weer bovenop. Weer gaan werken was aanlokkelijk, maar de gynaecoloog was vastberaden: geen sprake van!

Om de één of andere reden was ik zo goed voorbereid op een vroeggeboorte, dat de optie op een voldragen zwangerschap niet eens meer in mij opkwam. Een goede maand voor mijn uitgerekende datum was ik dan ook volledig klaar met alle voorbereidingen. Doopsuiker, geboortekaartjes, kinderkamer, papierwerk, geboortelijst: het was allemaal al in orde. Maar de baby? Die was bijlange nog niet klaar.

En zo gingen ook de laatste weken voorbij. Opeens was ze daar, drie dagen voor de uitgerekende datum. ’s Avonds kwamen de eerste weeën op gang en ’s anderendaags had ik ze ’s middags in mijn armen. 

Keizersnede vs. natuurlijke bevalling

Mijn eerste dochter kwam via een keizersnede op de wereld, omdat ze in stuit lag. En hoewel de herstelperiode nadien aanzienlijk langer is en de pijn toch wel niet te onderschatten is, vond ik dat prima geregeld. Ik lag op een tafel te wachten tot mijn baby er was en een dik half uur later was de klus geklaard. (En toegegeven, down under blijft alles in onberispelijke staat, dus ook dat is al een zorg minder). Oké, je bevalt wel niet in de meest romantische omstandigheden: je ligt in een kille operatiekamer, er lopen veel te veel mensen in groene jassen en je krijgt een zuurstofmasker. En, last but not least, na de geboorte was het manlief die dat kleine mensje meteen bij zich mocht hebben. En ik, ik lag daar maar.

Het werd snel duidelijk dat nummertje 2 wel natuurlijk op de wereld kon komen. Alle parameters waren gunstig, maar de schrik zat er serieus in. Hoe zou ik dat mensje er ooit uit krijgen? Ik ben geen heldin en ik wil er nooit één zijn. Neen, dat is een mission impossible, dacht ik. En toch gebeurde het. In alle rust. Hoewel de klus niet op een half uur geklaard was, voelde ik me ontspannen. Ik lag in een rustige kamer, met alleen mijn partner, de vroedvrouw en gynaecoloog bij mij. Ik lag daar niet ‘gewoon’, ik moest verdorie hard werken! De baby moest eruit. Willen of niet. Het leek de grootste inspanning ooit, maar nadien was ik zo trots. Ik en niemand anders had ervoor gezorgd dat er een nieuw mensje op de wereld kwam. Twee uur lang hebben we daar met ons drietjes gelegen. Op een roze wolkje. Heerlijk!

Troubles in boobtown

Het was een bewuste keuze om geen borstvoeding te geven. Zonder verdere uitleg. Dus na de bevalling kreeg ik meteen medicatie om de melkproductie te stoppen. Alles ging prima, tot een week na de bevalling. Ik kreeg wat last van mijn borsten. ‘Niets aan de hand’, dacht ik. De hormonenwinkel doet zijn werk, het hoort erbij.

Al zorgde die hormonenwinkel er wel voor dat ik binnen de 24 uur niet wist waar te kruipen van de pijn en dat mijn borsten in een mum van tijd vertiendubbeld waren in volume. De medicatie had zijn werk niet gedaan, met als gevolg dat de melkproductie op gang was gekomen en ik stuwing had. De vroedvrouw deed me een afkolfapparaat ‘cadeau’ (meest niet-leuke cadeau ooit!) en wenste me veel succes. De dag na mijn gratis borstvergroting was het ergste van de baan. 

Kindje 2 slaapt, kindje 1 trompettert erop los

Dat je van één naar twee met de vingers in de neus gaat, dat zul je me niet meteen horen zeggen. Nummertje 2 doet het tot zover prima en vult haar (en mijn dag) met haar drie hoofdbezigheden: eten, slapen en luiers vullen. Nummer 1 doet haar best, maar het is moeilijk.

Alle waarschuwingen die we van tevoren kregen kunnen we aanvinken op ons lijstje: ‘ze zal aandacht vragen’, ‘ze zal misschien weer babygedrag vertonen’, ‘ze zal zeggen dat het haar baby is’, ‘ze zal zeggen dat jullie haar mama en papa zijn’, ‘ze zal tegenspreken’, ‘ze zal zelf mama willen spelen’… Dat is vermoeiend. Bij elk moment krijg ik zweetaanvallen. Terwijl nummertje 2 vredig eet, stempelt nummer 1 de vloer vol. Terwijl nummertje 2 vredig slaapt, begint nummer 1 met een kermistrompet in de jongste haar oortjes te trompetteren (wie heeft die spullen ooit uitgevonden, honestly?). Als nummertje 2 een vertederend kreetje slaat, bedelft nummer 1 haar onder het speelgoed. Maar ze bedoelt het goed, oh zo goed.

Mijn hart smelt als ze bij mij komt zitten en met haar lief stemmetje zegt: ‘Jij bent mijn mama hé, en ik ben jouw Stejje hé.’ Voor altijd. Tot aan de maan en terug.