Mama is bezweet, een klein beetje beschaamd en toch wel boos. Maar ze ziet je graag.

Afgelopen zaterdag was het er eentje, zo een dag die ik eigenlijk liefst zou willen vergeten.

Het begon nochtans veelbelovend. De meisjes hadden heel flink geslapen, tot 8u.30 nog wel. Dus nul reden tot klagen. En we hadden een mooi vooruitzicht ook. ‘s Namiddags zouden we met drie vriendinnetjes (2 voor hen, 1 voor mij) naar de film gaan. Ik zag het al helemaal voor mij: popcorn en snoepjes voor de girls, ijspralinetjes voor de mama’s. Een rustige namiddag in de filmzaal, en daarna nog even gezellig iets gaan drinken. Allemaal op het gemakje…

Beauty and the beasts

Die voormiddag moest ik wel nog weg en was papa on call. Ik zou rond de middag terugkomen, we zouden dan snel nog een boterhammetje eten om stipt om 13u. te kunnen vertrekken.

Bij thuiskomst om 12u.15 hoor ik nog gerommel in de badkamer boven. Aha, ze zijn nog in bad. Ik begin al lichtjes paniekerig naar de klok te kijken. Hm, dat zal snel eten worden! Maar oké. Chill. Het komt goed. De oudste is al volop bezig met zich zelf aan te kleden. Mijn jongste van net drie jaar, zit nog in bad en verwelkomt mij met een stralende glimlach.

En dan gebeurt het.

Dan zie ik het.

Ze krabt. In. Haar. Haar.

Dat doet ze nooit. Code red. Ik bekijk haar hoofdje eens grondig. Nee. Nee. Nee.

Jawel. Luizen. En niet zo een klein beetje. Veel luizen.

Ok. De filmtickets zijn al betaald. Zes stuks = 60 euro. Maar een kind vol luizen loslaten op een filmzaal vol onschuldige bloedjes van kinderen, dat gaat niet. Ik had gelukkig al alle materiaal in huis om de strijd met de beestjes aan te gaan. Een uur later zijn we met luizenshampoo behandeld (een half uur laten intrekken, uitwassen, uitkammen met luizenkam). Want uiteraard was ik ondertussen blijkbaar ook al een luizenbol.

‘Wat eten we mama?’ Euhm, ik kijk naar de klok. We zijn al een kwartier achter op schema. Voor een keertje zal het geen kwaad kunnen zeker, een wafel met suiker in de auto opknabbelen?

‘Jaaaa, lekkeeeeer!’, klinkt het in koor.

The good, the bad & the terrible

Ik kom lichtjes gestresseerd in de bioscoop toe. Een gigantische, onoverzichtelijke file blokkeert alle wegen in en uit de snoepwinkel. Met veel duw- en trekwerk lukt het om twee bakjes popcorn te bemachtigen. Die ijspralinetjes zeg je? Tja, dat was eventjes bijzaak. Ik was al lang blij dat ik aan de kassa stond met een samenraapsel eten en drinken.

Terwijl de cavalerie richting toiletten rent, verzamel ik alles aan de kassa. Om vervolgens een van de twee bakjes popcorn op de grond te keilen. Ok. Geen zorgen. Er is nog voldoende in het bakje.

De film verloopt eigenlijk zonder veel incidenten. (Ok, mijn jongste probeerde wel op de leuning te gaan zitten in plaats van op de stoel. En er moesten er ook twee toch nog naar toilet, halverwege de voorstelling.) Maar wanneer de film afgelopen is, en iedereen zich richting uitgang begeeft, gebeurt het.

Mijn driejarige loebas vindt filmzalen blijkbaar fantastisch. Ze vindt het dan nog eens extra geweldig om door alle rijen in de zaal te lopen. En dus werkelijk: alle rijen. Weg te lopen van haar arme moeder ook, die na x-aantal pogingen (Kom naar hier./ We moeten vertrekken./ Niet weglopen./ Mama gaat heel boos zijn als je nu niet komt./ Als je binnen drie tellen niet hier bent, dan krijg je vanavond geen verhaaltje. Enzovoort, enzoverder.) de oudere zus moet inschakelen om mevrouw ‘in te sluiten’.

Tien minuten later sta ik buiten, met een krijsende kleuter onder de arm (in een houdgreep).

  • ‘Mama, zet mij neeeeeer.’
  • ‘Maaaaaammaaaaaa, ik wil stapppen.’
  • ‘Ga je dan flink een handje geven?’ ... ‘Neeeeee!’

Enzovoort enzoverder.

Dat drankje-na-de-film, dat laten we toch maar even zo ... Ik ga naar huis.

En word onderweg naar de uitgang op eerder ‘meelevende’ dan afkeurende blikken getrakteerd. (Het was een middagvoorstelling, dus veel begripvolle mama’s, gelukkig maar.) Maar als ik in de auto zit, en het monstertje veilig vastgebonden in haar autostoel, moet ik toch even slikken …

 

Zo vervelend, die momenten dat ze echt stout zijn/het bloed onder je nagels halen maar dat je niet écht kan ingrijpen want er staat nog honderd man op te kijken.

Dat je echt boos bent, want wat steekt ze nu toch uit.

En ongeveer door de grond zakt van schaamte. Want ze doet dat anders echt nooit. (En ze krijgt ook echt normaal gezien ander middageten dan een wafel met suiker.)

Happily ever after

Het komt wel goed, dat weet ik wel. (Mits een kordate aanpak enzo.) Ik herinner me nog levendig mijn eerste dochter en haar kuren. Die ene keer in de supermarkt dat ze de hele tijd krijste. Of toen ze weer eens een kindje gebeten had. Of sinaasappelsap over het hoofd van een kindje gegoten had.

En dat is toch ook allemaal goed gekomen?

Het is zelfs eigenlijk zo dat die oudste, los van het feit dat ze mij keigoed geholpen heeft om de stoute zus te ‘vangen’, er ergens toch wel plezier in had dat zij wél de ideale dochter was.

‘Maar mama, ik ben wel flink he!’

‘Ze krijgt straks géén verhaaltje he?’

‘Ze moet straks direct gaan slapen he?’ ‘Direct he?’

En de jongste spruit? Die is inderdaad gaan slapen zonder verhaaltje. En de dag erna nog eens (het ontgaat mij nu eventjes wat ze toen juist uitgespookt had). Maar het blijft wel echt een snoesje. Het is alleen … een temperamentvol snoesje. Het is een fase. Laat het ons daarop houden.