Mama worden: de mismatch tussen verwachtingen en realiteit

  • door Gastmama

Mama worden. Als kind, als meisje, als vrouw dacht ik daar wel eens over na. Ik stelde me er dingen bij voor, ik had vragen, ik was nieuwsgierig, ik fantaseerde erover en daardoor had ik me een bepaald beeld gevormd van hoe het zou zijn met een baby’tje. Wel, bijna een jaar na de bevalling kan ik zeggen: zowat niets van hoe ik het me voorgesteld had is verlopen zoals initieel gedacht.

Zwanger zijn: ik vond er niets aan

Het begon al met de zwangerschap. Hoe mooi en vrouwelijk ik het ook vond bij anderen, bij mezelf vond ik er niets aan. En eigenlijk mag ik niet klagen: op een beetje misselijkheid in het begin en wat vermoeidheid op het einde na had ik lichamelijk amper klachten. Maar de aanblik van dat uitzettende lijf was telkens toch wel slikken.

Bovendien voelde ik toen al een enorme verantwoordelijkheid ten opzichte van ons kleine meisje voor wat betreft haar ontwikkeling. Ik heb immers diabetes type 1 waardoor ik nog meer dan anders moest letten op wat ik at. Door al die gierende hormonen was het onder controle houden van de suikerspiegel nog moeilijker dan anders en dat bracht tal van schuldgevoelens met zich mee. Ik keek dan ook reikhalzend uit naar de geboorte.

Tegelijkertijd vond ik het ook wel heerlijk dat ze negen maanden lang alleen maar van mij was. Op onbewaakte momenten voerde ik hele conversaties met haar, wreef ik liefdevol over mijn buik terwijl zij druk aan het stampen was of dansten we de badkamer rond. Haar zo dicht bij mij hebben was heerlijk.

De bevalling

Begin maart was het dan eindelijk zover. Dé bevalling. Het werd een inleiding, daarop was ik mentaal voorbereid. Maar na een lange arbeid werd het een spoedkeizersnede. Daar was ik absoluut niet op voorbereid. Toch was de geboorte één van de beste dagen van heel mijn leven. Aan dit cliché beantwoordde ik alvast wel.

Nog nooit voelde ik me zo sterk, zo heroïsch, zo vrouwelijk en zo trots als die dag. Daar was ze dan, onze dochter. Een flinke meid die meteen zo vertrouwd aanvoelde, bij wie we van de allereerste seconde al wisten: de liefde voor jou is onmetelijk. Het is een diepgeworteld gevoel dat met niets anders te vergelijken valt. Het allermooiste wat er is.

De wereld ging op slot

Ik heb welgeteld drie dagen op de spreekwoordelijke roze wolk gezeten. En dat meen ik echt. Ondanks de vermoeidheid was alles zo overweldigend en allesomvattend. Het plaatje klopte. Maar na drie dagen moest ze onder de lamp. Na drie dagen kreeg ik kloven en moest ik beginnen te kolven. Na drie dagen kwam COVID-19. Geen bezoek meer. Niemand om onze dochter aan te tonen. Onaangeroerde doopsuiker. De wereld ging op slot. In allerijl nog de meest cruciale spulletjes van onze geboortelijst zelf gekocht en gaan oppikken, want zonder tetradoeken kan je niet overleven.

Tot op vandaag weet ik nog steeds niet zo goed hoe ik hier nu écht over denk. Want er waren zeker ook positieve dingen aan die lockdown met een boreling. We kregen de unieke kans om in alle rust onze dochter te leren kennen, om onszelf als ouders te leren kennen. Dat is van onschatbare waarde. Maar tegelijk was ik zo kwaad en voelde ik me zo verloren. Wist ik veel hoe ik voor een baby moest zorgen. In het begin miste ik steun en raad die uitgesproken werd door een zichtbare mond in plaats van achter een mondmasker. Later miste ik koffiekletsen met vriendinnen, samen gezellig wat keuvelen over de baby’s en ervaringen uitwisselen. Dat hoort er ook wat bij, toch?

En ik miste een paar goeie borsten die in staat waren ons kind te voeden. Met de beste wil van de wereld, de borstvoeding lukte niet. Na een paar weken alles uit de kan halen gaf ik toe: niemand wordt hier beter van, in de eerste plaats onze dochter niet. Eenmaal volledig overgestapt op de fles werd zij een wolk van een baby, en ik een wolk van een mama. Voeden kan immers door iets of iemand overgenomen worden, er kan echter maar één iemand de mama zijn.

Maar het meest van al miste ik mijn eigen mama, die haar pasgeboren eerste kleinkind niet kon vastnemen. Ik miste haar woorden, haar steun, haar moederen over mij.

Drie maanden na de geboorte hadden we ons eerste echte kraambezoek. Dat was genieten. De pandemie bracht me bovendien een onverwachts cadeau: het bedrijf waar ik werkzaam was werd zwaar getroffen en werd genoodzaakt het personeel technisch werkloos te maken. Daardoor kreeg ik nog meer quality time met onze dochter, waar ik tijdens de zomer heel dankbaar voor was.

Maar tegelijk voelde ik iets knagen. Professioneel gezien werd ik onzeker want ik zag mezelf niet langer als die ambitieuze jonge vrouw van weleer in een omgeving met hoge werkdruk. Mijn prioriteiten waren door elkaar geschud. Ik vertraagde en nam wat afstand. Ik kwam tot de vaststelling dat ik een goeie mama én een goeie werknemer wil zijn. Dat moet hand in hand kunnen gaan, weliswaar betekende dat voor mij een andere werkcontext.

Niet alleen rozengeur en maneschijn

Na bijna een jaar kan ik toch wel stellen dat er veel veranderd is. Met geen woorden kan ik beschrijven hoe trots ik ben op onze dochter, hoe graag ik haar zie. Ze weet wat ze wil en de ontplooiing van haar karakter is volop aan de gang. Ook die fysieke ontwikkeling is ronduit magisch om te zien.

Ik ben echter geen “het is allemaal rozengeur en maneschijn” mama. Het ouderschap is pittig. Punt. Je verliest een stukje van jezelf, je bent niet langer het belangrijkste in je eigen leven. Wakker worden door het gehuil van een baby vind ik ronduit rampzalig. De ochtendrush put uit nog voor je aan de dag begonnen bent. Make-up is zwaar overrated. Gestreken kleren zijn luxe, nylonkousen zonder gaten een zeldzaamheid. En dat is niet altijd even gemakkelijk om te aanvaarden.

Maar bovenal heeft zij van mij een rijker mens gemaakt. Zaken waar ik vroeger zoveel belang aan hechtte, lijken nu zo banaal. Ik sta zelfzekerder in het leven, mede dankzij mijn man. Want waar het ook brandt, zolang hij, zij en ik thuiskomen is alles goed.

 

Tessa