Met je baby uren op de spoed: een relaas van veel geduld

Ik had al enige ziekenhuiservaring opgedaan met ons eerste dochtertje. En ook de spoedafdeling was ons spijtig genoeg niet onbekend. Maar wanneer we er met de vier maanden oude Hannah ook terechtkomen, krijgt het woord ‘spoed’ plots een ietwat andere betekenis …

Wat vooraf ging

Hannah sukkelt al weken met een loopneus en een bijbehorende vuile hoest. De gebruikelijke tips & tricks (neusje spoelen, aerosol …) lijken maar weinig effect te hebben. Die bewuste zaterdag: 39,5 graden koorts. Toch ben ik niet meteen ongerust. Afwisselend een rondje Perdolan en Nurofen zorgt voor een min of meer koortsvrije nacht.

Toevallig komen oma en opa – allebei huisarts – zondagmiddag op bezoek. Na grondig onderzoek blijkt dat er op het eerste gezicht inderdaad niets aan de hand is met kleine Hannah. Geen rode keel, geen rode oortjes, geen zware hoest … 

De truc met het urinezakje

Grote zus Fien lag in haar gouden babymaanden vier keer met een nierontsteking in het ziekenhuis. De boosdoener: een erfelijke ‘nierreflux’. Met de nadruk op erfelijk…

Om een urine- of nierontsteking uit te sluiten, moet ik dus bij Hannah een pipistaaltje zien op te vangen via een urinezakje. Need I say it? Een urinezakje bij een vier maanden oude baby = rampspoed! Maar het valt al bij al mee deze keer: na twee pogingen is de klus geklaard (ter vergelijking: bij Fien moest ik ooit zeven pogingen ondernemen vooraleer ik succes had … het zakje kwam los, of ze koos net voor kaka in de plaats van pipi …)

18 uur: Ik breng het urinestaaltje binnen op de spoedafdeling. Het begin van een lange, lange, lange avond...

Het gaat vooruit, het gaat verbazend traag vooruit

19u30. Telefoon van de spoedafdeling. Hannahs urine is niet in orde. Het ziet ernaar uit dat ze een nierontsteking heeft. We moeten dringend terugkomen voor een sondage, zodat ze de diagnose kunnen bevestigen – of, als we geluk hebben, tegenspreken.

20u15: We – Hannah, oma en ik – komen aan in het ziekenhuis. Een drukte van jewelste.

22 uur: Na bijna twee uur in de wachtzaal brengt een laatstejaarstudente geneeskunde ons naar een ‘box’. Ik doe nog eens het volledige verhaal, verwijs naar het al binnengebrachte urinestaaltje en het telefoontje dat ik met spoed moest terugkomen.

22.15 uur: De studente heeft overlegd met de pediater van wacht. Het plan: een sondage om de diagnose te bevestigen. Euhm … jahaa.

23.15 uur: Ik loop eens langs bij het doktersbureau en vraag of we niet beter morgenochtend terugkomen, aangezien het zo druk is (bovendien weet ik uit ondervinding dat het een uur kan duren vooraleer de resultaten van een sondage binnenrollen). ‘Nee, ik moet enkel nog een verslag maken, dan komen we eraan. Het is echt wel dringend.’ Dat dacht ik ook, maar ja …

Nee maar, nog even wachten

23.30 uur: Bloedafname.

0 uur: Sondage. En een klein drama. De pediater laat de sondage over aan de studente. Het lukt niet … Hannah is razend (uitwendig, uiteraard), ik ben gloeiend (inwendig, weliswaar). De pediater moet overnemen.

1.30 uur: Ik loop zo casual mogelijk opnieuw langs bij de dokters om te vragen of er al nieuws is. ‘Ah ja, ik ging het net komen vertellen – yeah right, sorry maar op dit moment is mijn begrip … ver te zoeken – jullie moeten blijven. Het is inderdaad een nierontsteking. Maar de kamer is niet klaar, dus jullie moeten nog even wachten. 'Amai, midden in de nacht moeten ze dus nog een kamer vrijmaken.'

3 uur: (Je leest het goed) Een verpleger begeleidt ons naar de kamer. Hannah is gelukkig al een uurtje geleden in haar koets in slaap gesukkeld. En ik? Ik ben toch een brave hoor...

 

P.s.: Gelukkig had mijn moeder het lumineuze idee om een fles wijn mee te smokkelen onder het motto ‘als we dan toch in de miserie zitten, dan drinken we er eentje op’. De bedoeling was uiteraard om deze fles op een waardige manier te kraken op de kamer. Maar zoals je kunt begrijpen, moesten we ons na een paar uur al een klein beetje moed en kalmte indrinken. De wachttijden werden er ... euhm enigszins draaglijker door ;-).