Mijn 7 moederprincipes (waarover ik toch niet zo principieel blijk te zijn)

Het moederschap, het doet wat met een mens. Je weet dat je leven er na je baby wat anders zal gaan uitzien. Maar je maakt op voorhand heel wat voornemens waarvan je zweert er niet van af te wijken. Moederprincipes. Ik had die toch. Luid en aan iedereen die het horen wilde heb ik ze verkondigd. Maar na anderhalf jaar moederschap moet ik toegeven dat ik toch niet zo principieel blijk te zijn. Sommige principes vlogen al heel snel de deur uit.

Ik zou geen roze kopen

Toen we wisten dat we een dochter verwachtten, was ik een beetje in paniek. Ai, roze, prinsessen en poppen, in plaats van stoere outfits, racebanen en Star Wars (ik overdrijf even). We namen onszelf voor er een stoere meid van te maken en vooral geen roze in huis te halen. Dat kon je op de geboortelijst nog duidelijk merken. We kozen vooral voor neutrale kleuren en mint groen. Hier en daar een roze accentje, maar meer ook niet. Anderhalf jaar later is mijn lievelingskleur roze, is haar slaapkamer behangen met roze bollen en hebben we een groot probleem als een eventueel tweede kindje een jongen zou zijn. Want die gaat niet blij zijn in een roze tipi en roze ballenbad. Nu, Mona heeft ook vaak een leuke jeans met sneakers aan, hoor. Ik wil geen flauwe prinses en ik probeer het stoere er wel in te houden. Maar dan toch met een roze accentje.

2. Ik zou niet gaan shoppen enkel voor mijn kind

Ik zou geen moeder worden die voor zichzelf gaat shoppen maar enkel met outfits voor het kind thuiskomt. Never, dat ging me niet overkomen. “En, heb je iets gevonden?” vraagt mijn man als ik ben gaan shoppen. “Goh nee, niet voor mij. Maar kijk, wel voor Mona. Mooi hé!” Tja, als je in de winkel rechtstreeks naar de kinderafdeling loopt kan je ook niets voor jezelf vinden.

3. Ik zou onze activiteiten behouden en haar overal mee naartoe nemen

Ik zou een moeder worden die haar kind overal mee naartoe zou nemen. Mijn kind zou zich ook overal voorbeeldig gedragen omdat het gewoon is om overal te komen. Het eerste jaar verliep dat prima en voelde ik een principe komen waaraan ik wel kon vasthouden. Maar ik heb te vroeg gejuicht. Mona is op een leeftijd waarop ze niet wil/kan stilzitten, ze is luid en begrijpt alleen datgene wat ze wil begrijpen. Haar mee op restaurant nemen is in deze fase echt geen lachertje. En ja, dan ga je met twee op restaurant of je kiest er kindvriendelijke activiteiten uit waar het ook niet zoveel uitmaakt als ze haar keel openzet. Ook dit lukt dus niet.

4. Ik zou absoluut niet twinnen

Twinnen zeg je? Dat is je outfit matchen met die van je kind. Dezelfde kleuren, sweaters met quotes die elkaar aanvullen, of zelfs helemaal dezelfde outfit. Vreselijk vond ik dat! Maar ik betrap mijzelf er al weleens op dat ik het ook daar niet zo nauw meer mee neem. We hebben dezelfde sneakers en ik kocht mijn man en Mona dezelfde Happy Socks. Matching kleding dragen we (nog) niet. Maar ook dat durf ik dus niet meer uitsluiten. Zolang wij nog bepalen wat ze draagt moet ik ervan profiteren. En ja, ik weet het, ze gaat mij later haten om die matching foto’s. #twinningiswinning toch?

5. Ik zou haar niet stilhouden met eten of de iPad

Ik zou mijn kind zelf entertainen en leren om rustig aan een tafel te zitten. Dat lukt meestal ook. Maar soms wil ik ook eens gewoon zelf eten of genieten van een koffie met een vriendin. En ja, dan krijgt ze ook iets om te eten of kijkt ze Bumba op de iPad. En zo heb ik 10min rust. Sorry not sorry.

6. Enkel mooi, bij voorkeur houten, speelgoed

Ik ging voor mooie, zachte kleuren. Zo weinig mogelijk plastic maar ecologisch verantwoord. Liefst zonder muziek. Euhm ja, dat voornemen is als eerste gesneuveld denk ik. Baby’s en kinderen vinden felle kleuren nu eenmaal interessanter en hoe meer lawaai het maakt hoe leuker. Daar gaan de Instagram-perfect foto’s.

7. Er zou geen Bumba in huis komen

Ik heb dat gedoe rond die clown nooit begrepen. Hij praat raar, dat muziekje is vreselijk irritant en het is pure commerce. Het zou niet binnenkomen. Maar wat ben ik nu al dankbaar voor Bumba. Dankzij hem hebben wij kunnen aerosollen en kan ik mijn koffie met een vriendin drinken en leert Mona super vlot woordjes met zijn boekjes. Toen we werden uitgenodigd voor de Bumba Show twijfelde ik wel. Gaan we daar nu echt al mee beginnen? Gaat Mona er iets aan hebben? Ik nam mijn zus mee en waagde het erop. Mona heeft nog nooit een halfuur stilletjes op mijn schoot gezeten. Ze observeerde, applaudisseerde, riep luid naar die clown en ze zag er mega gelukkig uit. En ik kon niet anders dan vertederd zijn. Er is toch iets geniaals aan die Bumba, al weet ik nog niet wat.  Ja: gelukkig kind, gelukkige mama. En ook daar zet je al eens een principe voor opzij.