Mijn eerste zoon, voor altijd

Toen Sara binnen enkele weken voor de vierde keer mama werd, schreef ze deze prachtige tekst. Haar eerste zoontje Fons werd drie dagen oud. Tijdens een van de onderonsjes met haar vriendinnen kwam de vraag naar boven: zou ze zich binnenkort voor de vierde of de derde keer mama voelen?

De kracht van goede vriend(inn)en

Enkele weken geleden zat ik met mijn vriendinnen (we noemen onszelf de G9, naar de G7-landen, alleen zijn wij dus met negen en hebben we net ietsje minder macht) op een terrasje te lunchen.

De één was borstvoeding aan het geven, de ander wreef over haar buikje dat enkele maanden zwanger is, anderen vertelden enthousiast wat hun kroost nu al weer had bijgeleerd. Kortom: de standaardactiviteiten in onze bijeenkomsten tegenwoordig (waar is de tijd dat we mojito’s dronken en ‘vrienden voor het leven’ werden met wildvreemden?).

Plots vraagt één van hen aan mij of ze mij een indiscrete vraag mag stellen over mijn huidige zwangerschap (intussen 35 weken). Ik zeg aarzelend ja, en hoop heel hard dat ze niet over aambeien of aantal keren seks per week (maand) zal beginnen

‘Heb je nu het gevoel dat je binnenkort voor de derde of de vierde keer mama wordt?’

Luisteren. Praten. Wenen.

De G9 bestond al toen mijn eerste zoontje overleed.

Ze kregen de ochtend na mijn spoedkeizersnede een smsje van mij waarin stond dat ik bevallen was, maar dat Fons naar Gasthuisberg gebracht was. Ze kregen de dag erna te horen dat hij het zwaar had. En de dag daarna dat hij niet meer lang zou leven.

Ze wisten enkele uren na zijn overlijden dat we naar huis zouden gaan zonder hem. En de dag nadat we thuis kwamen, stonden ze ’s middags allemaal aan de deur. Om te luisteren, om mee te wenen, om te vragen wat ze konden doen voor de begrafenis…

Maar eentje van hen had op dat moment een kind, maar nu we met acht mama’s zijn en één supertante (van wie de kinderliefde alleen al door haar diploma’s, onderwijzeres én pediatrisch verpleegkundige, afdruipt), begrijpen ze nog beter dan toen hoeveel pijn het gedaan heeft om hem te verliezen.

Ik heb tegen hen, maar ook tegen de rest van de wereld, altijd over Fons gepraat. Dus als nu iemand vraagt voor de hoeveelste keer ik zwanger ben, zeg ik dat het mijn vierde keer is. Want dat is ook zo.

twee jongens aan grafje baby

Mijn eerste zoon. Voor altijd

Maar voel ik me binnenkort ook voor de vierde keer mama? Kan je mama zijn van een kind dat je nooit hebt leren lopen? Dat je nooit hebt horen praten? Dat je nooit zal zien afstuderen of trouwen of huilen of lachen? Hoort een kind waarvan je nooit nieuwe foto’s tegen de muur kan hangen bij je gezin?

Ik denk het wel. Fons zal altijd mijn eerste zoon blijven, ook al wordt hij nooit nog een dagje ouder dan die drie dagen. Want ik heb ook naar hem uitgekeken, niet alleen die negen maanden, maar ook de jaren ervoor, als mijn man en ik fantaseerden over een leven met kinderen. Ik heb ook voor hem kleertjes gekocht, doopsuiker gemaakt en over mijn buik gestreeld als ik hem voelde bewegen.

Dus heb ik hem het afgelopen weekend vermeld op de papieren voor Miel zijn school, waar ik “broers en zussen” moest invullen. En staat hij op het geboortekaartje van elk van zijn broers. En hangt zijn naam binnenkort ook hier tegen de muur in een soort kunstwerk met onze voornamen dat ik laat maken. En zal ik over enkele weken aan zijn grafje gaan laten zien dat hij weer grote broer geworden is.

Al denk ik dat hij dat vanop zijn plekje hierboven dan al lang gezien zal hebben. Of hij zal het gevoeld hebben, want zoals ik een stukje van hem in mij draag, zit een stukje van mij bij hem.

Voor altijd.