Moeilijke eter

Mijn zoon is een moeilijke eter. En dat blijft zo. Hij maakt stapjes, maar geen sprongen. Bij elk nieuw ding dat hij wil proberen, maak ik een innerlijk vreugdedansje. Hij heeft al een lange weg afgelegd, met veel muizenstapjes. Maar op elk mini-schoorvoetend pasje vooruit ben ik trots. 

Mijn zoon is een moeilijke eter. Ik denk dat hij deels zo geboren is. Ik denk ook dat we het van meet af aan wat beter hadden moeten aanpakken, want er zal wel een deel opvoeding mee te maken hebben en niet allemaal puur aan zijn karakter te wijten zijn.

We hadden het anders moeten aanpakken

Hij was een reflux-baby. Hij dronk aanvankelijk wat beter aan de borst dan aan de fles. Andere periodes dronk hij dan weer beter van de fles. Hij dronk veel kleine beetjes. En wij gaven dat hem te veel toe. Hij was zo mager, zat onder de curves en wij waren bezorgd. Misschien te bezorgd. We wonnen adviezen in. Bij dokters, kind en gezin, vroedvrouwen, uiteindelijk ook een psychologe, diëtiste, logopedist. Ik kleurde huilkaarten en zag hoe ons kind in cijfers werd uitgedrukt: zoveel kg, zoveel cm, zoveel ml melk,... We vonden geen rode draad in het web der richtlijnen. Waarschijnlijk is het daar al misgelopen. Bij al die soorten melkvoedingen, al die voedingsmomenten.

Als hij huilde, boden we snel een fles aan want hij moest wel honger hebben als hij altijd zo weinig dronk. Dachten we. Verkeerd natuurlijk. Hij kreeg een dégoût van de fles. Op een bepaald moment dronk hij nog het best half slapend in zijn bed. In een latere periode wou hij echt niet meer drinken waardoor ik wekenlang zijn ochtendfles indikte met meel om hem de melkvoedingen volledig te lepelen. Het betekende heel wat extra tijd in de ochtendroutine maar het ging moeilijk anders.

Ook de overgang naar fruit- en groentepap verliep bijzonder moeizaam. We begonnen hem af te leiden tijdens het eten. Met speelgoedjes en geluidboekjes zodat het voor hem toch enigszins plezant bleef. Zo hebben we daar uren met 3 gezeten. De ene ouder met de lepel, de andere met een speelgoedje. En op den duur schakelden we over op filmpjes zodat een van ons het alleen kon. Ik weet het, zo verkeerd. Natuurlijk deden we dingen mis. Maar hij at zo moeizaam en hij was toch zo dun. We waren radeloos. En iedereen zei wel wat anders, ook de dokters, logopedist, vroedvrouw en andere experten. 

Moeizame eetmomenten

Al als baby schudde hij hard zijn hoofd van links naar rechts zodat er geen lepel zijn mond kon bereiken. Waar andere kinderen experimenteerden met eten, weigerde hij iets in zijn mond te steken. Hem uit handen geven aan anderen was ook niet altijd evident, want wie hem niet kende kreeg hem amper aan het eten. Gelukkig leerden zijn grootmoeders wel met zijn eetgedrag omgaan. Ook uitstapjes werden vaak verstoord door een eetmoment. Waar andere kinderen bij een uitje naar de dierentuin een banaan in de buggy aten of bij een barbecue met vrienden gewoon mee aan tafel aten met de rest, moesten wij ons altijd even afzonderen met zoontjelief om hem eten te lepelen. In de drukte lukte het vaak niet. Helaas is het ook niet op alle locaties even gemakkelijk om een relatief rustig eetplekje te vinden. Dan zaten we daar in een cafetaria met een filmpje om te grote scènes te vermijden en negeerden we de afkeurende blikken. Wisten zij veel hoe de vork in de steel zat en hoe moeilijk die vork naar de koppige peuter zijn mond ging. 

Op zijn 8 maanden startte hij in de crèche. Ik was ontzettend bang hoe dat zou gaan. Gelukkig kregen we hem in de weken voorafgaand naar wat minder voedingen op een dag en had de crèche aandacht voor zijn probleem. In het begin had hij dagelijks een tête à tête met 1 van zijn verzorgsters: enkel in alle rust met haar lukte het om hem aan het eten te krijgen. Ik ben haar ontzettend dankbaar voor alle uren die zij met hem gespendeerd heeft en alle stappen die ze hem daar hebben helpen nemen. De groepsdruk bleek later het beste te werken maar vanzelfsprekend werd het nooit.

Eten is nooit vanzelfsprekend geweest voor hem

Hij bleef zich op vlak van voeding trager ontwikkelen dan anderen. Het was enorm confronterend om vrienden met jongere kinderen vlot stukken fruit en warme maaltijden naar binnen te zien werken. Ik ben ooit eens bijna in tranen uitgebarsten toen mijn 3-jarig neefje "Mamaaaa, honger!" riep. Ik weet dat dat voor veel mensen normaal klinkt, maar op dat moment ging het zo slecht met zijn eetpatroon, dat ik hemel en aarde had bewogen om die woorden uit zijn mond te horen komen. Wat wij er niet voor over gehad zouden hebben om hem te horen vragen om eten, om hem met smaak en goesting te zien eten ... Iets zo noodzakelijk als eten en zo vanzelfsprekend voor velen: voor ons is het dat niet. Nog steeds niet. 

Het meest dankbare ben ik nog voor de kinderpsycholoog die zei "Wachten tot ze honger krijgen helpt gewoon niet bij zo'n kinderen." Ik had het eens nodig om dat te horen. Want dat was wat zovelen mij altijd zeiden "Wacht gewoon tot hij honger heeft, dan eet hij wel vanzelf." Maar het kwam nooit vanzelf. Hij heeft ook best een krachtig willetje.

Hij was bijna 2 toen hij voor het eerst een boterham wou eten en daar waren we heel blij om. Vaste voeding heeft hij heel lang niet gewild: ook geen koeken. Ook niet die talrijke koeken die hem door anderen werden aangeboden. Ook geen sandwich die de bakker hem toe stopte, ook niet de boterham die een collega hem gaf, ook niet de suikervrije koek in de muziekles, ook niet het ijsje op het strand, ook niet de vleesjes die het neefje hem met alle goede bedoelingen gaf waarna hij begon te huilen. Ook niet na veel verontwaardigde blikken en commentaren. Ook niet na in de hoek te staan. Ook niet na het heel lief vragen. En al zeker niet na aandringen. 

We maken vorderingen

Pas sinds de leeftijd van 2,5 eet hij banaan in stukjes, met heel veel moeite en daar komt stilaan wat ander fruit bij. Zijn warme maaltijden zijn nog steeds volledig gepureerd. De filmpjes tijdens het eten hebben we gestopt na onze verhuis, onder het mom dat dat in dit huis niet kon en hij heeft dat wonderbaarlijk genoeg geaccepteerd. Hij is nu 2 jaar en 8 maanden. Zijn ochtend-en avondfles gaan nu al anderhalf jaar vlot. Koekjes smult hij intussen ook maar al te graag. Maar niet met chocolade, want dat is vies volgens hem. De andere voedingen blijven moeilijk en gaan ook moeizaam zelfstandig.

Hij heeft moeite met brokjes, met nieuwe structuren. Ik zie de angst in zijn ogen en zie zijn hele lichaamstaal veranderen als er iets op zijn bord komt dat hij niet vertrouwt. Hij gaat naar school sinds 1 september. Soms is de brooddoos ‘s avonds nog halfleeg: sneetjes kaas of kipfilet krijg ik onaangeroerd terug en meestal ook een verzameling afgeknabbelde korsten. Maar van belegde boterhammen eten was 3 maand geleden sowieso nog geen sprake. Banaan eet hij op, het andere fruit gaat moeizaam tot niet. Maar ik geef het toch maar mee. Misschien durft hij op een dag proberen, misschien went hij zo aan dat - in zijn ogen - vreemde fruit. Ondertussen probeer ik te negeren dat sommige van zijn klasgenootjes gewoon een volledige appel of banaan uit het vuistje eten: hij ontwikkelt zich op zijn tempo en dat is ok.

We kijken met open mond naar hoe vlot zijn zus eet

Zijn kleine zus is intussen 8 maanden en eet vrij normaal, maar wij vinden het ongelooflijk. Wij staan met open mond te gapen wat zij allemaal naar binnen werkt. Ik ben wel fan van de Rapley-methode (hier wel in combinatie met papjes) en zij werkt echt al stukjes fruit en koek naar binnen. Ik vind het ontroerend mooi als ik haar zie genieten van babykoekjes of een aardbei. Ze is dol op broodkorstjes en dat komt goed uit voor grote broer die liefst enkel het kruim van zijn boterham eet en haar de korsten voedert. Natuurlijk is het normaal dat een baby van 8 maand op een broodkorstje sabbelt: maar voor ons voelt het een beetje als een wonder.

Ik denk dat we nu ook pas beseffen wat een luxe het is om zo'n goed etertje te hebben, hoeveel tijd en energie wij in onze moeilijke eter hebben gestoken, hoe slopend dat was en is. Soms zitten we daar onze 2 kindjes eten te lepelen aan de keukentafel: precies alsof we 2 baby's hebben. Ik denk dat we nog elke dag intern zuchten maar wat onze peuter nu eet was enkele maanden geleden nog ondenkbaar en aan die (kleine) vorderingen trekken wij ons op. Na alle adviezen en trucjes die we uitprobeerden, bleek vooral loslaten het belangrijkste codewoord. 

Ik word wild enthousiast als hij aan een ijsje wil likken en ben gewoon al blij als hij toestaat dat er "vieze" dingen op zijn monkey platter liggen terwijl hij toch steevast maar 1 vakje leeg eet.

Elke hap is een overwinning

Hij deinst nog steeds terug als iemand hem eten aanbiedt dat hij niet kent of niet wilt. Ik weet het: een maaltijd moet gezellig zijn. Je mag een kind niet forceren om te eten en dat doen we ook niet (meer). Maar we moedigen hem wel sterk aan. Anders eet hij helemaal niet. Een maaltijd mag geen strijd zijn. Maar ergens blijft het een strijd. Elke hap een overwinning, elk leeg bordje een veldslag. Alleen: ik strijd niet meer tegen hem, we strijden samen. Want voor ons is een maaltijd niet vanzelfsprekend. Samen zoeken we wat werkt, samen eten we. Hap voor hap. En uiterst langzaam. En intussen lachen we. De lepel is een brandweerwagen en zijn mond een kazerne. En wij ouders? Wij proberen wat minder snel te ontvlammen.