Netjes praten

Mijn man en ik proberen hier thuis netjes te praten. Niet zo netjes als de nieuwslezers van de VRT, nee, dat niet. We gaan hier al eens van een schuifaf in plaats van een glijbaan en verschieten soms in plaats van te schrikken. Maar in het algemeen is ons taalgebruik best oké.

En dat van de kinderen dus ook. Ook in het algemeen. Want Robin van twaalf scheldt veel meer dan vroeger, ook als hij niet boos is, en gebruikt daarvoor woorden die me niet zo zinnen. Leon van elf moet helaas niet onderdoen, en heeft de tactiek om bepaalde Engelse scheldwoorden subtiel te veranderen, zodat ik daar volgens hem niets op tegen kan hebben. Wat niet klopt.

Ik wijt die negatieve ontwikkeling van hun mondelinge spreekvaardigheid aan hun klasgenoten. Want filmpjes kijken van scheldende YouTubers doen ze natuurlijk niet. Hebben ze me toch verzekerd.

Victor van vijf gaat niet naar school en kijkt ook geen YouTube, en dus wordt hij veel minder blootgesteld aan die schadelijke invloeden van buitenaf. Maar helaas blijkt hij een affiniteit te hebben voor woorden en uitdrukkingen die hij beter niet oppikt. En hoor ik hem dat schelden van zijn broers overnemen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben zelf ook niet heiliger dan de paus, en zeg zelf ook al eens iets wat eigenlijk niet voor kinderoren bestemd is. Ik kan er ook niet aan doen dat er altijd wel ene in de buurt is, meestal Victor natuurlijk.

En dus zegt hij sinds kort het woord trees. Niet lang nadat ik tegen mijn man bezig was geweest over onze boekhoudster die niet meteen mee was, om het zacht uit te drukken. Hij zei het eerst te pas en te onpas, tegen zijn vliegtuigen en auto’s, en ook eens toen hij het over Robin had.

En toen deed ik iets doms. Ik wees hem erop dat je trees alleen gebruikt om naar een meisje of vrouw te verwijzen. En ik ben de enige vrouw in huis. Argh. Niet veel later zei hij in een boze bui, under his breath weliswaar, ‘Domme trees’ tegen mij. Gelukkig werd het niet veel later opgevolgd door een berouwvol ‘Ik ben verliefd op deze lieve mama en ik heb spijt’, en een ‘Jij bent welkom in dit huis, mama.’ Euh, bedankt?

En verder neemt hij veel te veel over van Andy Peelman van de Buurtpolitie, zijn grote held.

Waardoor we dingen horen als:

‘Ik wil ook een stuk chocolat.’

‘Gij zij goe, gij!’

‘Dat is nog maar just gebeurd.’

en

‘Ik heb mijne pyzjema al aan, se.’

Al kwam dat laatste volgens hem van opa, wat wel kan. Niet dat die niet netjes kan praten, maar het is niet voor niks dat de oudste, toen een jaar of negen, eens vroeg: ‘Welke taal spreekt opa eigenlijk?’, nadat die een heel verhaal in het dialect had gedaan tegen mijn man.

Die laatste deed een paar dagen geleden ook een duit in het zakje, toen hij op Victors ‘Ik heb mijn handen afgevegen, euh, afgevógen’ reageerde met: ‘Zou het niet afgeviegen zijn, Victor?’

Wat gaat er van dit arme kind worden, dat zijn moedertaal moet leren van scheldende broers en moeder, een niet al te kwalitatief tv-programma, een dialectsprekende grootvader en een onnozele vader? De tijd zal het leren …

 

Verscheen eerder op Moederaandehaard.