Papa's zijn een vreemd ras, zeker als het op hun kinderen aankomt

Het leven met drie kleine kindjes kan je op zijn zachtst gezegd ‘best intens’ noemen. Intens in de zin dat we sindsdien ons leven aan de volle 100 % leven – zowel overdag als ’s nachts doen ze, vaak krijsend, een beroep op ons. Intens ook op vlak van emoties: de eerste keer papa worden (van een dochter dan nog!)

Het leven met drie kleine kindjes kan je op zijn zachtst gezegd ‘best intens’ noemen. Intens in de zin dat we sindsdien ons leven aan de volle 100 % leven – zowel overdag als ’s nachts doen ze, vaak krijsend, een beroep op ons.

Intens ook op vlak van emoties: de eerste keer papa worden (van een dochter dan nog!) en je zowel overgelukkig als diep ontroerd voelen, merken dat je oudste zoontje nu al heel herkenbare flauwe grappen uithaalt en dat uitermate grappig vinden of gewoon apetrots zijn omdat het jongste telgje voor de eerste keer een wild armbeweginkje maakt dat écht wel een ‘dada!’ voorstelde – noem een emotie en je maakt het mee als ouder.

Omgaan met de minder aangename emoties

Naast de leuke en hartverwarmende gevoelens heb ik, sinds ik papa geworden ben, ook kennis leren maken met andere, vaak minder aangename emoties. Ongerustheid, angst, onzekerheid… ook die gevoelens zijn veel manifester aanwezig sinds er kindjes zijn. Ontkennen dat die emoties er ook bij horen, is allerminst de bedoeling; er mee leren omgaan een vrijwel dagelijkse opgave.

Gevoeliger bij wereldlijke problemen

Lang voor de aanslagen van vorige week zat dit onderwerp al in mijn achterhoofd om ooit op virtueel papier neergetikt te worden. Wat in Brussel en Parijs ondertussen gebeurd is, heeft het er echter niet eenvoudiger op gemaakt. Waar wereldlijke problemen voorheen vooral binnenkwamen en vrijwel meteen weer wegflitsten, komen ze sinds de geboorte van ons dochtertje vaak keihard binnen om vervolgens pas met veel sleuren en trekken weer te vertrekken.

Alsof het gisteren was, herinner ik mij het najaar van 2010, toen we nog maar enkele maanden moesten wachten op de komst van Floor. Op het tv-nieuws – in december moet het geweest zijn -  ging het over een groot pedofilieschandaal in Amsterdam. In kinderdagverblijven dan nog wel. Voor we zwanger waren, had dit soort afschuwelijk nieuws mij natuurlijk ook niet onberoerd gelaten, maar die dag in december hakte het er zwaar in. Zelfs nog voor ons dochtertje geboren was, sloeg de angst mij al om het hart dat haar ooit iets dergelijks zou overkomen. Die vrees is sindsdien latent aanwezig en zal waarschijnlijk nooit meer volledig weggaan.

Grote verantwoordelijkheid heeft soms minder aangename kantjes

Die ongerustheid komt zeker niet alleen via allerhande media binnen. De eerste schooldag bijvoorbeeld gaf evenzeer stof tot nadenken: hopelijk maken ze snel vriendjes in de klas en op de speelplaats, hopelijk worden ze nooit gepest of slaan ze zelf aan het pesten, enzovoort. Gedachten die er nu eenmaal bijhoren als ouder, maar allerminst leuk zijn. En het is niet dat ik mij hier elke dag een suf hoofd loop te piekeren, maar toch: de verantwoordelijkheid die je draagt als ouder heeft soms zijn minder aangename kantjes…

Met de aanslagen van de voorbije tijd werd ik dan ook opnieuw met de neus op de feiten gedrukt: mocht ons ooit zoiets overkomen, dan hoop ik uit de grond van mijn hart dat er met Floor, Bas en Guus niets gebeurt. Misschien is dat ook de reden waarom dergelijke gebeurtenissen mij, naast ongeruster, vooral ook kwaad maken. Kwaad omdat niemand het recht heeft mijn kinderen of wie dan ook zo maar pijn te doen. Kwaad uit onmacht ook, omdat er nu eenmaal zaken zijn waar je zelf totaal geen grip op hebt.

Nog een nieuw gevoel: papa de leeuw

Als er dan toch een positievere kant aan die minder leuke gevoelens kan zijn, dan is het wel dat het een mens meer vastberaden dan ooit maakt: als een moeder als een leeuwin over haar jongen waakt, is daar ook altijd die leeuw: een vader die tot het uiterste wil gaan om zijn welpjes te beschermen, ‘al moet ik de gevangenis in’. Stoere woorden, zeker en vast, maar toch niet uit de lucht gegrepen. Nog zo’n gevoel dat erbij gekomen is sinds er kindjes zijn. Want mocht iemand hen ooit pijn doen, dan zoek ik mij sowieso iemand die de remkabels van een auto wél weet zitten (papa kan er ook niet aan doen dat hij zestien linkerhanden heeft) of iemand die spierballen heeft tot achter zijn oren om er samen met mij de gerechtigheid in te kloppen.

Op vaderdag ging het nog over papa die een superman is en groot en sterk. Ook al is Superman net ietsje sterker dan papa (hoewel, die gast was zeker gedopeerd…) en heb ik geen ballonbicepsen: een papa is een papa. En papa’s zijn een vreemd ras, zeker als het op hun kindjes aankomt. Want voor hen ga ik tot het uiterste – daar ben ik nu eens niét bang voor.

En nu ga ik eens googelen waar ik de remkabels van onze auto terug kan vinden. Een gewaarschuwde vader is er twee waard.